Verdovende middelen
Rechters en advocaten de mist in bij coffeeshops Roosendaal en Bergen op ZoomHet coffeeshop beleid en het administratieve recht blijft een probleem voor advocaten en zelfs voor rechters die zich alleen met civiel recht bezig houden. Een schoolvoorbeeld van hoe fout het kan gaan is wel de drooglegging ten aanzien van de coffeeshops in Roosendaal en Bergen op Zoom. De advocaten die de coffeeshop vertegenwoordigen zijn naar de civiele rechter gestapt om de coffeeshops open te houden. Fout dus. De civiele rechter gaat niet over de coffeeshops. Het is een puur administratief rechtelijke aangelegenheid en dus is alleen de administratieve rechter bevoegd. Of de onbevoegde civiele rechter de zaak niet had moeten doorverwijzen naar de administratieve rechter is een vraag die een beetje in de lucht blijft hangen. De advocaten worden volgens de letter van de wet afgestraft met een niet ontvankelijk verklaring door de civiele rechter. Weg rechtszaak. Maar het is wel een blunder van de eerste orde. Waarschijnlijk hebben de coffeeshop houders in eerste aanleg als belanghebbenden de boot al gemist en hebben de advocaten nog wat geprobeerd, jammer maar helaas. De rechtbank en in deze de civiele kamer gaat vervolgens in de uitspraak zelf behoorlijk de mist in. De civiele rechter geeft aan dat de advocaten de gemeente hadden moeten dagvaarden en niet de burgemeester. Dat is wel een heel opmerkelijke fout. Burgemeesters in Nederland zijn enkel en alleen verantwoordelijk voor het coffeeshop beleid in hun gemeente. Zelfs de gemeenteraad mag zich daar niet direct mee bezig houden. Hooguit indirect door af- of goedkeurende geluiden te laten horen ten aanzien van het door de burgemeester gevoerde beleid. De gemeente op zich is een zelfstandig rechtspersoon maar ook die gaat in algemeenheid niet over het coffeeshop beleid. Dat doet alleen de burgemeester. En daar zijn toch ondertussen al de nodige uitspraken over van onze hoogste administratieve rechter de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een opmerkelijke fout van de civiele rechter. Laatst aangepast (dinsdag, 13 april 2010 01:11) Jacht belastingdienst via BIBOB op coffeeshops gaat onverminderd verderDe belastingdienst, waaronder de FIOD, is druk bezig om dusdanige controles te houden in de coffeeshops dat daarbij de zogenaamde achterdeur problematiek in beeld moet worden gebracht. Dat een coffeeshophouder dit echter niet kan is tot op heden niet echt doorgedrongen bij de belastingdienst. Indien een coffeeshophouder ook zaken moet gaan verantwoorden die de achterdeur betreffen (waar de softdrugs vandaan komen) zal hij daardoor in conflict komen met justitie inzake het overtreden van de Opiumwet. En dat zal vervolgens weer leiden tot strafrechtelijke vervolging. Indien er niet wordt meegewerkt met de belastingdienst zal Justitie in verband daarmee de burgemeester van de desbetreffende gemeente waar de coffeeshop is gevestigd een tip geven om een BIBOB advies aan te vragen (BIBOB=Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur). Dit Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie zal gegevens opvragen bij de belastingdienst en bij Justitie en op grond daarvan zal al snel worden geconcludeerd dat de coffeeshop zich blijkbaar niet wenst te houden aan het doen van een behoorlijke aangifte bij de belastingdienst en dat er in het verlengde daarvan tevens een strafrechtelijke procedure tegen de coffeeshophouder loopt. Genoeg omstandigheden voor het Bureau BIBOB om een negatief advies af te geven op grond waarvan de gemeente dan moet overwegen om de coffeeshop te sluiten. Het gebruik van het middel BIBOB is hiervoor nooit bedoeld geweest. Thans is er sprake van een toepassing die het definitieve einde zal betekenen van de coffeeshops in Nederland. Alleen de Tweede Kamer kan hierin verandering brengen. En de regeringsnota inzake het drugsbeleid komt niet eerder dan eind dit jaar.
Kabinet stelt adviescommissie drugsbeleid inDe ministerraad heeft op voorstel van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie ingestemd met de instelling van de Adviescommissie drugsbeleid. Deze commissie van experts gaat het kabinet voor 1 juli 2009 adviseren of en zo ja, hoe het Nederlandse drugsbeleid moet worden aangepast.
De instelling van de Adviescommissie drugsbeleid is onderdeel van de voorbereidingen die het kabinet treft voor de nieuwe integrale drugsnota. Het kabinet verwerkt dit advies in de integrale drugsnota, die dit jaar voor het einde van het zomerreces verschijnt. De adviescommissie is gevraagd het drugsbeleid niet alleen te wegen in termen van veiligheid en volksgezondheid, maar met name ook te kijken naar het sociale en maatschappelijke perspectief (de schoolcarrières van jongeren, schooluitval, levensloop van mensen). Voorts is gevraagd te onderzoeken of er reden is de plaatsing van bepaalde drugs op de lijsten I en II van de Opiumwet te heroverwegen. Ook heeft het kabinet de commissie verzocht na te gaan of er op het terrein van de verslavingszorg, –preventie en schadebeperking en de bestrijding van overlast en criminaliteit verbeteringen aan te brengen zijn en wat de toekomstmogelijkheden zijn voor het coffeeshopbeleid. Verbod of einde coffeeshops zal leiden tot meer zware criminaliteitVele duizenden personen gebruiken softdrugs. Het verbieden van coffeeshops betekent dat deze vele duizenden weer hun softdrugs moeten gaan vinden in de illegaliteit. Dit betekent niets meer en niets minder een vergroting en verharding van de drugscriminaliteit. Nu zijn de markten van softdrugs en harddrugs nog redelijk gescheiden. Bij het verdwijnen van de coffeeshops zullen deze markten samen komen met het resultaat dat de softdrugsgebruikers ook in aanraking gaan komen met harddrugs. Het einde van de coffeeshops zal tevens zorgen voor een prijsopdrijving. Een kwestie van simpele economie. Bestaande vraag en minder aanbod zal leiden tot aanmerkelijk hogere prijzen. De zware criminaliteit zal zich hiermee gaan bezig houden aangezien aan een dergelijke situatie goud geld is te verdienen.
Het huidige gedoogbeleid is niet failliet maar komt in de knel door de hypocriete houding ten opzichte van dit beleid. Nocht de regering noch het parlement wenste de problematiek van de achterdeur te regelen. Een daarmee zijn beiden zelf schuldig aan de huidige situatie. Regel ook de achterdeur en dus de toelevering van de coffeeshops en maak op die manier een einde aan de problemen bij de coffeeshops. Het einde van de coffeeshops in Nederland in zichtHet CDA heeft in een congres van de partij aangegeven dat er een einde moet komen aan het gedoogbeleid. De basis van het gedoogbeleid is het scheiden van de markten tussen softdrugs en harddrugs. Een beleid dat in alle jaren gepromoot is in de hele wereld. De wens van het CDA is een onoverkomenlijke stap naar de "prohibition" in Amerika. Het verbod op het verstrekken van alcohol. De georganiseerde criminaliteit in Amerika is daar groot mee geworden. Het opheffen van het gedoogbeleid zal een zelfde effect hebben. Overige politieke partijen zijn het er nog niet zo mee eens. Wat die partijen zij echter niet weten is dat er al sinds enige tijd wordt gewerkt aan het einde van het coffeeshop beleid in Nederland.
De burgemeesters in Nederland die coffeeshops in de gemeente krijgen van de officieren van justitie een tip dat de betreffende coffeeshops met criminele activiteiten te maken heeft. De belastingdienst geeft hierbij ook nog een extra aanvulling over onjuiste belasting aangiften door de coffeeshops. De officier van justitie geeft de tip op grond van de wet BIBOB. De burgemeesters hebben dat blijkbaar niet in handen en moeten het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie om advies vragen over die coffeeshop. Gevolg er komt een negatief advies en de burgemeester kan niets anders dan overgaan tot sluiting van de coffeeshop. De wet BIBOB wordt hierbij oneigenlijk gebruikt. Donderdag 13 november 2008 om 14.00 uur bij de President van de Rechtbank, Sector bestuursrecht, te Arhem, speelt een verzoek om voorlopige voorziening van een coffeeshop houder te Nijmegen die slachtoffer dreigt te worden van dit nieuwe beleid. Indien de President het verzoek afwijst betekent dit het einde van alle coffeeshops in Nederland. Verborgen agenda Justitie tegen softdrugsbeleidHet hieronder gestelde inzake het failliet van het Nederlandse drugsbeleid wordt bevestigd door de feiten en handelingen van de zijde van justitie. Er wordt volle jacht gemaakt op de toeleveranciers van de achterdeuren van de coffeeshops. Justitie heeft blijkbaar een optelsom gemaakt van het aantal gedoogde coffeeshops en de hoeveelheid aan softdrugs die er per dag in dit land omgaat. Tonnen dus. In de Tweede Kamer werd in het verleden al gesproken over het volledig hypocriet zijn van dit beleid. Het beleid richt zich namelijk alleen maar tot de voordeur en steekt de kop in het zand voor de achterdeur problematiek. Nu heeft justitie een echte jacht geopend op de leveranciers van de coffeeshops. De coffeeshops komen daardoor in de problemen. Gevolg is dat er duidelijk weer een crimineel circuit aan het ontstaan is waarbij er buiten de coffeeshops drugs worden verkocht en de scheiding tussen handel en verkoop van harddrugs en softdrugs verwijnen. Deze scheiding die de basis is van het beleid. Drugs worden weer volledig in strafrechtelijk optreden getrokken in het voorbijgaan aan de volksgezondheids problemen. Tevens wordt de jacht geopend op de gebruikers van de softdrugs. Softdrugs brengen rook met zich mee die door de gebruiker wordt meegevoerd. Harddrugs kennen dat probleem niet. Een cocaine gebruiker is aan merkelijk moeilijker te pakken dan een softdrugs gebruiker. Waar drijven wij de softdrugsgebruikers nu naar toe naar de harddrugs markt en gebruik daarvan. En justitie is al druk doende dit te bewerkstelligen.
Het Nederlandse drugsbeleid bijna faillietUit onderzoek is gebleken dat het aantal softdrugsgebruikers afneemt. Echter daar staat tegenover dat het aantal harddrug gebruikers toeneemt waarbij er gesproken wordt over een toename van cocaïne. Veel jongeren drinken te veel alcohol de Nederlandse regering maakt zich daar grote zorgen over. Daarnaast is er een grote groep jongeren die softdrugs gebruiken. Er wordt behoorlijk jacht gemaakt op de gedoogde coffeeshops resultaat sluiting van vele coffeeshops. De gebruikers weten echter hun weg wel te vinden. Dit betekent dan in de regel dat de softdrugs worden verkocht of op straat, of op bestelling of op illegale adressen. Bij al deze laatste drie leveranciers is er sprake van een verstrengeling van de wereld van de softdrugs en harddrugs. Deze illegale leveranciers leveren net zo makkelijk softdrugs als harddrugs. Nu de gebruikers bij mindere gedoogde coffeeshops terecht kunnen (waar alleen softdrugs zijn te verkrijgen) worden deze in de handen van de dealers gedwongen en komen ze ongewild ook weer in aanraking met de harddrugs wereld.
Nu het onderzoek heeft aangetoond dat er weer een toename is van het gebruik van cocaïne mag de regering zich wel eens beraden over het nog strenger aanpakken van de gedoogde coffeeshops. Door deze nog strenger aan te pakken kon er wel eens sprake zijn van een volledige ondergang van het zo geroemde Nederlandse softdrugsbeleid. En dat betekent dat er dan nog alleen criminaliteit overblijft. En gaat het in het verlengde hiervan het straks ook niet zo met het alcohol beleid. Artikel 13b Opiumwet is per 1 november in werking getredenKon tot nu toe een burgemeester een woning alleen maar sluiten op grond van aantoonbare ernstige verstoring van de openbare orde in verband met handel en verkoop van drugs van uit een woning. Per 1 november is de simpele constatering dat er sprake is van verkoop en handel van uit een woning al voldoende om de bewoners op straat te zetten en de woning te sluiten. Duidelijk mag zijn dat één geconstateerde overtreding niet voldoende is. Burgers kunnen er van uit gaan dat er eerst sprake moet zijn van meerdere overtredingen waarna een waarschuwing volgt en bij herhaling van de overtreding betekent het ontruimen en sluiten. Waar de bewoners dan moeten blijven is een zaak die de gemeenten met de woningstichtingen moeten overleggen. In het verlengde van het aangepast artikel 13b heeft de regering aangegeven dat verse paddo's gaan vallen onder lijst 2 van de Opiumwet (waar de softdrugs staan vermeld). Dit maakt het vervolgens weer mogelijk om niet alleen paddoshops te sluiten maar ook verkooppunten in woningen met de zelfde maatregel kunnen worden getroffen. En eind dit jaar zal het parlement zich uitspreken over het coffeeshopbeleid in het algemeen.
Burgemeesters krijgen meer bevoegdheden om drugpanden te sluitenOp grond van artikel 174a van de Gemeentewet heeft de burgemeester de mogelijkheid om bij verstoring van de openbare orde een pand te sluiten. In eerste instantie is dit artikel opgenomen om sluiting van drugspanden mogelijk te maken. Later is het ook gebruikt om bewoners van een woning die ernstig tereur uitoefenden in en nabij hun woning uit die woning te zetten.
Gemeenten hebben nogal moeite met het aantonen dat met drugshandel de directe openbare orde wordt verstoord. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet kunnen burgemeesters publiek toegankelijke percelen (horeca etc.) sluiten bij een eerste geconstateerde overtreding van de Opiumewet. Hierbij is het niet nodig om een verstoring van de openbare orde aan te tonen. Het ligt in de bedoeling om artikel 13b zover open te rekken dat ook woningen kunnen worden gesloten indien blijkt dat daar de Opiumwet wordt overtreden. Een bewijs van verstoring van de openbare orde is dan niet meer nodig. Wel wordt hier een directe relatie gelegd met de Opiumwet en de daarin genoemde wettelijke verboden. Gemeenten krijgen hiermee een geducht wapen in handen om handhavend op te treden. Aanscherpen gedoogbeleid zegen of van de regen in de drupHet nieuwe kabinet heeft voorstellen gedaan om het gedoogbeleid aan te scherpen. Zo zullen alle coffeeshops die binnen een afstand van 200 meter van scholen gevestigd zijn moeten sluiten. Het kabinet doet er verstandig aan het woord "school" goed te definiëren. Tevens zal de afstand van 200 meter goed moeten worden omschreven. Wordt hieronder verstaan daadwerkelijke loopafstand of "hemels breed". Daarnaast zullen er toch overgangsbepalingen moeten worden opgenomen. Iets wat jarenlang gedoogd is en op grond waarvan door de uitbater sprake is van een zekere mate van rechtszekerheid ten aanzien van zijn exploitatie kan niet zo maar worden ondergraven. Hoe dit nader wordt uitgewerkt is nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat er veel coffeeshops zullen moeten verdwijnen. Hiermee wordt de druk opgevoerd bij de overblijvende coffeeshops en is er een redelijke kans aanwezig dat bij deze overblijvende coffeeshops er op den duur sprake zal zijn van overlast door grotere aantallen bezoekers die elders niet meer terecht kunnen. De omwonenden van de overblijvende coffeeshops zullen de negatieve effecten daarvan ondervinden. Of het hier achter liggende doel, voorkomen dat school gaande kinderen ongevraagd geconfronteerd worden met coffeeshop, enig resultaat heeft zal moeilijk kunnen worden aangetoond. Of er sprake is van naast liggende effecten en dat is dat de illegale coffeeshops weer een mogelijkheid krijgen om in deze, krappe, markt te springen zal de tijd leren. Indien dit wel het geval is dan is het algemene doel van het uit elkaar halen van de softdrugsmarkt en de harddrugsmarkt mede aan het einde gekomen. En indien dat het geval is rest er dan nog iets anders dan keihard optreden tegen alle vormen van drugsgebruik? Laatst aangepast (dinsdag, 13 april 2010 01:05) |

