Marktverordening
Branchering blijft nog overeindDe President van de rechtbank heeft aangegeven de verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen tegen de door het college van burgemeester en wethouders ingestelde branchering op de Rotterdamse markten af te wijzen. Het oordeel is al bekend. Echter de motivering ontbreekt nog en zal nadere bestudering vergen. De besluitvorming betekent dat vele marktkooplieden failliet zullen gaan, de Rotterdamse markten een leegloop zullen krijgen en daardoor ingekrompen zullen worden. En dit laatste is het eigenlijke doel van Stadstoezicht die de Rotterdamse markten onder beheer heeft en dat beheer moet nu eenmaal kosten dekkend zijn en dat kan alleen bij kleinere markten.
124 bezwaarschriften tegen gemeente RotterdamDe gemeente Rotterdam heeft zich het gram van 124 marktkooplieden op de hals gehaald. De gemeente Rotterdam, het college of misschien wel alleen Stadstoezicht heeft een besluit genomen op grond waarvan honderden zogenaamde meelopers op de diverse Rotterdamse markten buitenspel zijn gezet. Per medio oktober 2010 moet die nieuwe regeling gaan gelden. Op grond van die nieuwe regeling komen honderden marktkooplieden zonder inkomsten te zitten. De grondslag van alle ellende is de door de gemeente Rotterdam ingevoerde branchering. Dus een bescherming van de markt. En juist die bescherming van de markt is in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn die juist de vrijheid van iedere markt beoogd. Ook die van de markthandel. Stadstoezicht van de gemeente Rotterdam heeft echter een verboren agenda. Het eigenlijke doel is om de markten kleiner te maken en daardoor de kosten te drukken. Echter door zo te handelen worden de rechten van vele marktkooplieden doorbroken zonder wettelijke grondslag en zonder bescherming. Het woord is aan de voorzieningen rechter die daar een uitspraak over zal moeten doen. De voorzieningen rechter kan het probleem van de besluitvorming ook doorschuiven naar het college van de gemeente Rotterdam omdat door het besluit van dit college rechten worden van de marktkooplieden worden geschonden die daar nog diverse maanden recht op hebben. Wij houden u natuurlijk op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. Honderden protesten tegen brancheringMeer en meer gemeenten gaan over tot branchering op de gemeentelijke markten. Iedere gemeente heeft daar een eigen doel voor ogen. In de regel is dat een financieel doel van bezuiniging. En in een aantal gevallen de bescherming van de bestaande marktkooplieden op de markt. Branchering Rotterdamse marktenVoor het vervolg van de brancheringsmaatregelen op de markten in Rotterdam kijk onder "Gemeenten" en dan onder Rotterdam. De berichtgeving over de ontwikkelingen in Rotterdam worden daar verwoord.
Dienstenrichtlijn en RotterdamRuim meer dan 300 marktkooplieden die in de regel een standplaats hebben op een van de Rotterdamse markten hebben zich gemeld bij JEEJAR in verband met het voornemen van de gemeente Rotterdam om voor de markten in deze gemeenten een zogenaamde branchering toe te passen. Branchering betekent niets meer en niets minder dan bescherming van bestaande standplaatshouders. Het betekent tevens dat de gemeente dan gaat vaststellen van welke branche hoeveel standplaatshouders op een markt mogen staan. Hiermee wordt het vrije economische verkeer geblokkeerd en wordt een markt in feite een gesloten geheel. Daarmee wordt de vrijheid van goederen, diensten en kapitaal belemmerd. Dit vrije verkeer is juist een van de belangrijkste ankers van de Europese Unie. Het opwerpen van economische blokkades moet dan ook worden gezien als een inbreuk op deze Europese Dienstenrichtlijn. Namens de 300 marktkooplieden is er ondertussen een bezwaarschrift ingediend. Nu de gemeente geen enkele reactie van zich heeft laten horen is er ook een zogenaamd verzoek om voorlopige voorziening bij de President van de rechtbank te Rotterdam ingediend. Hierbij mag ook duidelijk zijn dat de Europese Dienstenrichtlijn van een enorme invloed zal zijn op alle markten in Nederland.
Rechtbank Dordrecht en de marktkoopmanIn de afgelopen tijd hebben twee Presidenten van de Rechtbank Dordrecht wat te maken gehad met het optreden van twee verschillende gemeenten tegen marktkoopmannen op de markten in respektievelijk Zwijndrecht en Dordrecht. Bijzonder hierbij is wel dat het in beide gevallen een zelfde soort situatie betrof. In beide gevallen was het te vroeg inpakken van de marktkraam, dus voor de sluitingstijd van de markt, reden voor de gemeente op de marktkoopman in eerste aanleg 1 dag te schorsen van de markt en in het tweede geval, in verband met herhaling, zelfs 4 dagen te schorsen. Geen enkele andere overtreding heeft op die markten tot op heden geleid tot optreden van de gemeente. In de eerste zaak werd de hele procedure door de President van de rechtbank naar voren geschoven, omdat daar ook nog speelde dat de marktkoopman, in verband met medische omstandigheden, niet tot het einde van markt kon blijven staan. De marktkoopman had dan ook een ontheffing aangevraagd om op basis van medische omstandigheden eerder te mogen vertrekken. Na een toezegging tijdens de zitting van de zijde van de gemeente Zwijndrecht werd de hele zitting geschorst. Enige tijd daarop kreeg de marktkoopman zijn ontheffing om eerder van de markt te mogen vertrekken. Ondertussen speelde ook de zelfde situatie bij de gemeente Dordrecht. De schorsing met 1 dag werd akkoord bevonden door de, andere, President. De tweede schorsing van 4 dagen kon echter niet door de beugel omdat de gemeente een procedure fout had gemaakt. In beide gevallen is er sprake van het opleggen van een straf. En in het administratieve recht komt een dergelijk handelen van de gemeente te vallen onder het Europese Recht en in het bijzonder artikel 6 EVRM. In de zaak Dordrecht had de, eerste, President nog geen uitspraak gedaan. Echter na een soort pro forma zitting waarbij de President vroeg of de zaak van de ontheffing kon worden ingetrokken, omdat deze toch al was verleend, is deze President uiteindelijk met een uitspraak gekomen, waaruit kan worden geconcludeerd dat beide Presidenten de neus in de zelfde richting hebben gedaan en er een soort afstemming heeft plaatsgevonden. Namelijk ook in de eerste zaak betreffende de gemeente Zwijndrecht werd, overeenkomstig de zaak Dordrecht, ten aanzien van de schorsing van 1 dag, deze akkoord bevonden, ondanks dat de gemeenten geen enkel beleid hebben opgesteld. Goed voor een volgende ronde richting Raad van State. Laatst aangepast (maandag, 26 april 2010 23:08) Detailhandel valt onder DienstenrichtlijnHet ministerie van Economsiche Zaken is er van uit gegaan dat de Winkeltijdenwet, die natuurlijk detailhandel regelt, niet onder de Dienstenrichtlijn zou vallen. De Europese Commissie denk daar blijkbaar anders over. De vraag is dus of die Winkeltijdenwet de toets van de Dienstenrichtlijn kan doorstaan. Dit heeft verre gaande consequenties. Niet alleen voor winkelbedrijven maar iedere vorm van detailhandel en dus ook voor de markt. In vele marktverordeningen zijn regels opgenomen inzake aanvang en zogenaamde sluitingstijden van de markt. En wat als de marktkoopman eerder vertrekt. Zie hieronder ten aanzien van Dordrecht. Tevens kennen vele gemeenten als aanhangsel van hun marktverordening een brancheringslijst. Die is er om te voorkomen dat er te veel van het zelfde op de markt komt te staan. Maar dat is een belemmering van het vrije economsche verkeer en zoals het er nu uit ziet in strijd met de Dienstenrichtlijn. JEEJAR heeft de eerste procedures in voorbereiding. Laatst aangepast (vrijdag, 28 mei 2010 01:20) Gemeente Dordrecht loopt tegen schorsing op inzake de marktDe gemeente Dordrecht wilde voor een tweede keer een marktkoopman een maatregel opleggen en in dit geval in de vorm van vier dagen niet verschijnen op de markt. Buiten iedere discussie daarbij is dat het in een dergelijk geval gaat om een zogenaamde criminal charge van artikel 6 EVRM. Dit betekent dat de gemeente heel zorgvuldig te werk moet gaan met het nemen van een dergelijk besluit. Tijdens de zitting bij de President van de rechtbank, Sector bestuursrecht, ontspon zich een discussie of de gemeente nu wel niet zonder beleid een dergelijk besluit mag nemen. De President is echter niet verder gekomen dan de constatering dat de marktkoopman geen zienswijzen had mogen inbrengen tegen deze nieuwe maatregel. De gemeente had in haar besluit aangegeven dat de marktkoopman toch al wist waarover het ging en sloeg derhalve de zienswijze fase over. Onterecht zo is de President van mening. Juist het feit dat er sprake is van een criminal charge dient een besluit met de nodige zorgvuldigheid en conform de Algemene wet bestuursrecht tot stand te komen. Volgens de President kon het besluit dan ook niet door de beugel en is het besluit van de gemeente geschorst tot zes weken na beslissing op het bezwaarschrift.
Marktzaak bij rechtbank DordrechtAfgelopen donderdag heeft een beroepszaak gespeeld die door een marktkoopman was ingediend tegen de gemeente Dordrecht. Daarbij speelde dat hij voor twee dagen van de markt was geschorst en dat de gemeente hem geen ontheffing wilde verlenen om op medische gronden de markt eerder te kunnen verlaten. Wat hij dus wel had gedaan en waarvoor hij tegen een schorsing was opgelopen. De betreffende gemeente had en heeft geen beleid vastgesteld. Noch in het kader het schorsend kunnen optreden noch in het kader van de ontheffing. Bij de rechtbank werd ook duidelijk dat de namens JEEJAR naar voren gebrachte argumenten dat op schorsen het Europese Recht van toepassing is bodem vonden bij de rechtbank. En dan mag schorsen alleen maar indien er sprake is van een gedegen beleid en dan nog moet schorsen proportioneel zijn, dat wil zeggen een functie hebben. Laatst aangepast (donderdag, 24 februari 2011 11:57) Branchering op de warenmarkt in strijd met de Dienstenrichtlijn? gw08102009In het kader van de Europese regelgeving zal voor iedere gemeente per 1 januari 2010 de zogenoemde Dienstenrichtlijn in werking treden. Dit besluit betekent dat overheidsorganen en dus ook gemeenten zo min mogelijk economisch belemmerende regels in hun verordeningen mogen openen. En dat gaat er dan over dat een buitenlandse ondernemers in een Europees land minimale belemmeringen in de weg mogen worden gelegd. En dat mogen al helemaal geen economische belemmeringen zijn. Branchering op de warenmarkt is een, bij uitsluiting van andere belangen, een economisch belang. Gemeenten die een dergelijk branchering betreffende de warenmarkt in hun beleid opnemen of daar uitvoering aan geven moeten er rekening mee houden dat dergelijke economische belemmering in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn kan zijn. JEEJAR gaat onderzoek doen naar de haalbaarheid van dergelijke economisch beschermende belangen. Maar het ziet er naar uit dat de branchering de langste tijd heeft gehad.
|

