Sociale hygiëne
Iedere ondernemer kan van zichzelf weten of hij voldoet aan de hiervoor genoemde moraliteitseisen, de leeftijd heeft om een bedrijf te exploiteren en het bezit is van het diploma sociale hygiëne. Van essentieel belang is te weten of het ter plaatse geldende bestemmingsplan en de daarbij behorende gebruiksbepalingen de exploitatie van een horecabedrijf toestaan. In veel bestemmingsplannen is zelfs geregeld welke soort horeca zich wel of niet mag vestigen. Hier komt echter het verleden het heden achterna. In het verleden werd er nogal eens niet zo nauw gekeken naar het bestemmingsplan en werd de vestiging van een horecabedrijf toegestaan. Of als er zich een bedrijf had gevestigd werd er niets tegen gedaan. Zo zijn in Nederland veel horecabedrijven op plaatsen gevestigd waar het op grond van het bestemmingsplan officieel niet is toegestaan.
In de afgelopen 10 jaar zijn gemeenten er toe over gegaan om bestemmingsplannen vast te stellen waarin exact per locatie wordt aangegeven welk soort horecabedrijf er mag worden gevestigd. Bijvoorbeeld wel cafetaria maar geen cafébedrijf. Veel van deze bestemmingsplan bepalingen zijn in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Maar welke ondernemer neemt de moeite om dit in een jarenlange juridische procedure uit te vechten.
De BEM (Bureau Eerlijke Mededinging) een dochter van Koninklijke Horeca Nederland probeert de paracommercie tegen te gaan door middel van de bestemmingsplannen. Een horeca activiteit op het platteland struikelt al snel over het bestemmingsplan. Echter wie de bal kaatst kan de bal verwachten. De BEM dient er zich van bewust te zijn dat vele reguliere horecabedrijven in feite in strijd met de bestemmingsplan bepalingen in exploitatie zijn, vooral in de steden.
Gemeenten die weten dat zij door middel van bestemmingsplannen onvoldoende maatwerk kunnen leveren door de voortdurende wijziging van de diverse soorten van exploitatie van de horeca zijn overgegaan tot het vaststellen van gemeentelijke regelgeving (namen zijn exploitatieverordening, horecaverordening, verordening op de openbare inrichtingen enz.). Deze verordeningen vormen dan de basis om aan te geven welke soort horeca waar wel en niet mag in bepaalde gebieden. Dit wordt dan in een beleid vastgesteld. Vestiging van horecabedrijven wordt het steeds moeilijker omdat veel gemeenten bezig zijn de bewoning terug te brengen in de binnenstad. Hieruit vloeien dan direct conflicten voort. Een bruizende binnenstad en veel bewoning in die zelfde binnenstad zijn tegenpolen die nooit bij elkaar kunnen komen. Met de diverse wetten in de hand kunnen de bewoners van de binnenstad het de horeca ondernemers niet alleen moeilijk maar zelfs onmogelijk maken om het bedrijf behoorlijk te exploiteren.
De gemeenten moeten met het terugbrengen van bewoning in de binnenstad deze nieuwe bewoners er op voorhand al op wijzen dat de horeca een vast onderdeel uitmaakt van die binnenstad inclusief alle randverschijnselen en dat indien men in de binnenstad wil gaan wonen dit dan met alle lusten en lasten doet, zodat die nieuwe bewoners achteraf minder snel kunnen klagen. Bij het inschrijven als woningzoekende moet dit al kenbaar worden gemaakt net zoals de makelaars verplicht moeten worden om dit beleid uit te dragen naar potentiële kopers.
Op basis van de milieuwetgeving is het mogelijk om zogenaamde horeca concentratie gebieden aan te wijzen. Door de aanwijzing van een dergelijk gebied betekent dit dat het aantal door de horeca geproduceerde decibelen iets meer mag zijn dan normaal is toegestaan. Ook het aanwijzen van een dergelijk gebieden blijft veelal achterwege ten nadele van de gevestigde horeca.
Tabakswet
Naar verwachting zal er sprake zijn van een compromis ten aanzien van de horeca. Door technisch onderzoek is vastgesteld dat, door het installeren van extra ventilatie apparatuur, de lucht in horecabedrijven veel schoner kan worden. Vermoedelijk zal over enige tijd het voorstel op tafel komen dat; 1. het verboden wordt in het horecabedrijf te roken of 2. roken wel is toegestaan indien de betreffende apparatuur is geïnstalleerd en in werking is. Dit betekent in feite weer een vorse investering voor de horeca ondernemers.
In de afgelopen 10 jaar zijn gemeenten er toe over gegaan om bestemmingsplannen vast te stellen waarin exact per locatie wordt aangegeven welk soort horecabedrijf er mag worden gevestigd. Bijvoorbeeld wel cafetaria maar geen cafébedrijf. Veel van deze bestemmingsplan bepalingen zijn in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Maar welke ondernemer neemt de moeite om dit in een jarenlange juridische procedure uit te vechten.
De BEM (Bureau Eerlijke Mededinging) een dochter van Koninklijke Horeca Nederland probeert de paracommercie tegen te gaan door middel van de bestemmingsplannen. Een horeca activiteit op het platteland struikelt al snel over het bestemmingsplan. Echter wie de bal kaatst kan de bal verwachten. De BEM dient er zich van bewust te zijn dat vele reguliere horecabedrijven in feite in strijd met de bestemmingsplan bepalingen in exploitatie zijn, vooral in de steden.
Gemeenten die weten dat zij door middel van bestemmingsplannen onvoldoende maatwerk kunnen leveren door de voortdurende wijziging van de diverse soorten van exploitatie van de horeca zijn overgegaan tot het vaststellen van gemeentelijke regelgeving (namen zijn exploitatieverordening, horecaverordening, verordening op de openbare inrichtingen enz.). Deze verordeningen vormen dan de basis om aan te geven welke soort horeca waar wel en niet mag in bepaalde gebieden. Dit wordt dan in een beleid vastgesteld. Vestiging van horecabedrijven wordt het steeds moeilijker omdat veel gemeenten bezig zijn de bewoning terug te brengen in de binnenstad. Hieruit vloeien dan direct conflicten voort. Een bruizende binnenstad en veel bewoning in die zelfde binnenstad zijn tegenpolen die nooit bij elkaar kunnen komen. Met de diverse wetten in de hand kunnen de bewoners van de binnenstad het de horeca ondernemers niet alleen moeilijk maar zelfs onmogelijk maken om het bedrijf behoorlijk te exploiteren.
De gemeenten moeten met het terugbrengen van bewoning in de binnenstad deze nieuwe bewoners er op voorhand al op wijzen dat de horeca een vast onderdeel uitmaakt van die binnenstad inclusief alle randverschijnselen en dat indien men in de binnenstad wil gaan wonen dit dan met alle lusten en lasten doet, zodat die nieuwe bewoners achteraf minder snel kunnen klagen. Bij het inschrijven als woningzoekende moet dit al kenbaar worden gemaakt net zoals de makelaars verplicht moeten worden om dit beleid uit te dragen naar potentiële kopers.
Op basis van de milieuwetgeving is het mogelijk om zogenaamde horeca concentratie gebieden aan te wijzen. Door de aanwijzing van een dergelijk gebied betekent dit dat het aantal door de horeca geproduceerde decibelen iets meer mag zijn dan normaal is toegestaan. Ook het aanwijzen van een dergelijk gebieden blijft veelal achterwege ten nadele van de gevestigde horeca.
Tabakswet
Naar verwachting zal er sprake zijn van een compromis ten aanzien van de horeca. Door technisch onderzoek is vastgesteld dat, door het installeren van extra ventilatie apparatuur, de lucht in horecabedrijven veel schoner kan worden. Vermoedelijk zal over enige tijd het voorstel op tafel komen dat; 1. het verboden wordt in het horecabedrijf te roken of 2. roken wel is toegestaan indien de betreffende apparatuur is geïnstalleerd en in werking is. Dit betekent in feite weer een vorse investering voor de horeca ondernemers.

