Utrecht
Ieder woord over eigendom trap is er één te veelArtikel 3:80, lid 3 Burgerlijk Wetboek. De kade en de muur zijn eigendom van de gemeente Utrecht. Het hier genoemde artikel in het Burgerlijk Wetboek zegt dat al hetgeen met de grond (dus kade en muur) aard-, wortel-, tak- of spijkervast wordt verbonden automatisch, door natrekking, eigendom wordt van de eigenaar van de kade en muur dus de gemeente Utrecht. Er kan hierop een uitzondering worden gemaakt als er een recht van opstal wordt gevestigd en een dergelijk recht kan alleen gevestigd worden door middel van een notariële akte. Hiervan is geen sprake.
Er zijn meer gemeente in Nederland die een stuk(je) van hun eigendom in gebruik geven bij derden. Hierbij wordt dan vaak vergeten dat het eigendom en de verantwoordelijkheid bij de gemeente blijft, tenzij er een recht van opstal wordt gevestigd ten gunste van de persoon die het stukje grond in gebruik heeft. Tevens is gebleken dat de door de gemeente verleende vergunning onvoldoende waarborgen had ten aanzien van het gebruik van de trap. Normaal gesproken is dit ook niet nodig aangezien de trap bij normaal gebruik niet zou zijn ingestort. De vraag die echt zal spelen in zake de verantwoordelijkheid is of de gemeente een dergelijk "misbruik" had moeten kunnen voorzien en of de organisatie dit had moeten kunnen voorzien. Rest de vraag of het dansende publiek dat zich op de trap bevond zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van bewuste handelingen (hossen en dansen op de trap) met het doel om deze te laten instorten en daar dan mede zelf het slachtoffer van te worden. |

