Gedeputeerde Staten van de provincies blijven blunderen bij horecawetgeving
De uitvoering van de Drank- en Horecawet ligt bij het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. De uitkomsten per gemeente zijn daarom nogal verschillend. Indien echter een gemeente zelf een horeca vergunning aanvraagt dan mag het college van burgemeester en wethouders van die gemeente daarover niet zelf beschikken maar komt de bevoegdheid te liggen bij Gedeputeerde Staten van de provincie waaronder de gemeente valt.
Nu komen dergelijke situaties maar zeer sporadisch voor. Dat betekent dat de provincies op geen enkele wijze zijn ingespeeld op de problematiek van de Drank- en Horecawet. Laat staat dat de provincies ook maar iets van die wetgeving weten. De algemene adviseur van Gedeputeerde Staten is dan de Voedsel en Waren Autoriteit. Deze VWA valt onder het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport. De VWA is het orgaan dat menige gemeente op de vingers tikt ivm het niet juist uitvoeren van de Drank- en Horecawet. Naast het feit dat deze VWA die bevoegdheid om de gemeenten op de vingers te tikken niet heeft geeft deze VWA ook zeer dubieuze adviezen aan Gedeputeerde Staten van de provincies waar horeca aanvragen van gemeenten binnenkomen. Zo heeft deze VWA advies gegeven aan GS van Overijssel betreffende de gemeente Almelo. Deze gemeente heeft zelf vier horeca aanvragen ingediend voor vier wijkgebouwen. De gemeente Almelo maakt daarbij gebruik van een zogenaamde gevolmachtigde. In normale horeca bewoordingen "katvanger". Het advies van VWA is positief. Indien er sprake zou zijn van een reguliere horeca ondernemer dan zou dat advies altijd negatief zijn. De door GS verleende vergunningen zijn naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken gezonden om daarover een oordele te geven. GS van Overijssel heeft een kopie van die brief aan het Ministerie van BZK toegezonden gekregen. En wat doet GS van Overijssel, die is van mening dat de mededeling over de brief aan het Ministerie van BZK moet worden gezien als een bezwaarschrift. Gedeputeerde Staten van Overijssel is derhalve volledig de weg kwijt. Hieruit blijkt ook volkomen dat Gedeputeerde Staten van Overijssel geen enkele inhoudelijke kennis heeft van de uitvoering van de Drank- en Horecawet.
De Drank- en Horecawet is een zogenaamde gebonden wetgeving die geen derde belanghebbenden kent. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dat al meerder keren uitgesproken. Dit betekent dat andere personen geen bezwaarschrift kunnen indienen. De Drank- en Horecawet vergunning gaat tussen de ondernemer die de vergunning heeft aangevraagd en de gemeente. En in dit geval tussen de gemeente en Gedeputeerde Staten. Bij Gedeputeerde Staten van Overijssel zijn die uitspraken blijkbaar nog niet doorgedrongen. Evenmin als die uitspraken op grond waarvan de situatie van de "katvanger" niets anders kan leiden dan tot weigering van de Drank- en Horecawet vergunning. Dat de Voedsel en Waren Autoriteit hierover een positief advies heeft afgegeven geeft te denken. Vooral nu die "katvanger" van de gemeente Almelo op papier geen enkele financiƫle verantwoordelijkheid heeft voor de betreffende wijkgebouwen. Indien dit in het kader van de Drank- en Horecawet in Nederland wordt toegestaan betekent dat het einde van deze wetgeving en de invloed van de wet BIBOB op deze wetgeving (zie hiernaast de link naar de wet BIBOB). Het woord is nu aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Nu komen dergelijke situaties maar zeer sporadisch voor. Dat betekent dat de provincies op geen enkele wijze zijn ingespeeld op de problematiek van de Drank- en Horecawet. Laat staat dat de provincies ook maar iets van die wetgeving weten. De algemene adviseur van Gedeputeerde Staten is dan de Voedsel en Waren Autoriteit. Deze VWA valt onder het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport. De VWA is het orgaan dat menige gemeente op de vingers tikt ivm het niet juist uitvoeren van de Drank- en Horecawet. Naast het feit dat deze VWA die bevoegdheid om de gemeenten op de vingers te tikken niet heeft geeft deze VWA ook zeer dubieuze adviezen aan Gedeputeerde Staten van de provincies waar horeca aanvragen van gemeenten binnenkomen. Zo heeft deze VWA advies gegeven aan GS van Overijssel betreffende de gemeente Almelo. Deze gemeente heeft zelf vier horeca aanvragen ingediend voor vier wijkgebouwen. De gemeente Almelo maakt daarbij gebruik van een zogenaamde gevolmachtigde. In normale horeca bewoordingen "katvanger". Het advies van VWA is positief. Indien er sprake zou zijn van een reguliere horeca ondernemer dan zou dat advies altijd negatief zijn. De door GS verleende vergunningen zijn naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken gezonden om daarover een oordele te geven. GS van Overijssel heeft een kopie van die brief aan het Ministerie van BZK toegezonden gekregen. En wat doet GS van Overijssel, die is van mening dat de mededeling over de brief aan het Ministerie van BZK moet worden gezien als een bezwaarschrift. Gedeputeerde Staten van Overijssel is derhalve volledig de weg kwijt. Hieruit blijkt ook volkomen dat Gedeputeerde Staten van Overijssel geen enkele inhoudelijke kennis heeft van de uitvoering van de Drank- en Horecawet.
De Drank- en Horecawet is een zogenaamde gebonden wetgeving die geen derde belanghebbenden kent. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dat al meerder keren uitgesproken. Dit betekent dat andere personen geen bezwaarschrift kunnen indienen. De Drank- en Horecawet vergunning gaat tussen de ondernemer die de vergunning heeft aangevraagd en de gemeente. En in dit geval tussen de gemeente en Gedeputeerde Staten. Bij Gedeputeerde Staten van Overijssel zijn die uitspraken blijkbaar nog niet doorgedrongen. Evenmin als die uitspraken op grond waarvan de situatie van de "katvanger" niets anders kan leiden dan tot weigering van de Drank- en Horecawet vergunning. Dat de Voedsel en Waren Autoriteit hierover een positief advies heeft afgegeven geeft te denken. Vooral nu die "katvanger" van de gemeente Almelo op papier geen enkele financiƫle verantwoordelijkheid heeft voor de betreffende wijkgebouwen. Indien dit in het kader van de Drank- en Horecawet in Nederland wordt toegestaan betekent dat het einde van deze wetgeving en de invloed van de wet BIBOB op deze wetgeving (zie hiernaast de link naar de wet BIBOB). Het woord is nu aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

