23 januari 2007 Eisen zedelijk gedrag in de horeca wetgeving
Heren en dames ondernemers. De horecawetgeving kent de zogenaamde eisen zedelijk gedrag. Dit is niets meer en niets minders dan of je met politie of justitie in aanraking bent geweest en of dat je een strafblad hebt. Deze regelgeving heeft een zeer abstract karakter. Je voldoet er wel of niet aan. Dit betekent dat er sprake is van een zeer zwar/wit denken en handelen bij de gemeente. Ook 121 kilometer per uur op de snelweg is 1 kilometer te hard. Echter ook hierbij geldt dat een ieder zich mag verbeteren en werken aan zijn of haar eigen eerherstel. Deze periode duurt 5 jaar.
Het uitzitten van een straf speelt hierbij GEEN rol.
Kijk hier op de eisen zedelijk gedrag voor de horeca
23 januari 2007 Aanvragen vergunning horeca horen bij de gemeente.
Er zijn nog steeds gemeenten waar de aanvragen voor een horeca vergunning bij de politie moeten worden ingediend en de gesprekken plaatsvinden op het politiebureau. Dit is in het kader van het administratieve recht onjuist. De politie is geen verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders noch aan de burgemeester met betrekking tot uitvoering van wetgeving. Dit betekent dat uitvoering van de Drank- en Horecawet ook niet aan de politie kan worden overgedragen.
 
Horeca actueel

 

21 februari 2007. Inspectie dranktwetgeving gaat alleen voor eigen succes.
De Inspectie voor de Drankwetgeving, vallend onder de Voedsel en Waren autoriteit, gaat alleen voor eigen succes. Sinds de laatste wijziging van de Drank- en Horecawet heeft de Inspectie wets technisch gezien niets meer te doen. Er zijn door haar geen ontheffingen meer te verlenen. Er is alleen nog controle op de gemeenten. Controle op horeca ondernemers en verleende vergunningen is nagenoeg nihil. En als de Inspectie al ergens op wordt gewezen dan is zij "niet thuis". Alleen onder een soort dwang komt de Inspectie nog in beweging ook al is er sprake van een volsterkt onrechtmatig verleende vergunning. Deze Inspectie wil alleen nog maar "scoren" voor het algemeen publiek.
11 april 2007 Voedsel en Waren autoriteit gaat buiten haar boekje.
Een onderdeel hiervan beter bekend als Inspectie Drankwetgeving is bezig met het controleren van gemeenten op het naleven van de Drank- en Horecawet. De Voedsel en Warenautoriteit heeft artikel 41 van de Drank- en Horecawet hierbij als basis genomen. In dit artikel staat slechts dat de minister ambtenaren kan aanwijzen die belast worden met het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. Ambtenaren van gemeenten vallen niet onder dit toezicht noch ambtenaren van politie. Politie ambtenaren mogen alleen bij een redelijk vermoeden van het plegen van strafbare feiten op grond van de Drank- en Horecawet proces-verbaal opmaken. Toezicht valt hier niet onder.
Het geven van opdrachten aan gemeentebesturen kan geen basis vinden in artikel 41 van de Drank- en Horecawet. Dit betekent dat alle opdrachten die door de Voedsel en Warenautoriteit aan gemeenten zijn gegeven om beleid op te stellen inzake uitvoering en handhaving volstrekt onrechtmatig zijn.
Het zou deze instantie sieren om eerst eens een blik te werpen op de artikelen 108 lid 2 en 3, 110, 111,115,116 en 119 van de Gemeentewet. Het opdragen om een beleidsplan op te stellen kan alleen bij wet en daarbij moeten dan ook nog eens de financiële consequenties en vergoedingen worden vastgelegd. Dit geldt eveneens voor het systematisch verstrekken van informatie.

Home
Nederland
Algemene voorwaarden
Landelijk Actueel
Burger
Ondernemer
Gemeenten
Bestuurlijke Boete
Horecawetgeving
Omgevingsvergunning
Kansspelen
APV
Marktverordening
Brandveiligheid
BIBOB
Prostitutie
Verdovende middelen
Cameratoezicht
UWV

 

 

 

 

 

JEEJAR® 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8 maart 2006
Koninklijke Horeca Nederland is van mening dat de horeca ondernemers meer dan voldoende hebben gedaan aan de openbare orde en veiligheid. De KHN geeft echter aan dat er in de omgeving van de horeca nog steeds sprake is van overlast door een beperkt aantal personen die er alleen maar op uit zijn om het uitgaan te bederven voor de anderen.
De KHN vraag dan ook aan de gemeentelijke overheid om de zogenaamde gebiedsverboden toe te passen. Gebiedsverboden zijn bekend geworden door het op die grond weren van overlast gevende drugsverslaafden.
Het opbouwen van een dossier is inherent aan het toepassen van een gebiedsverbod. Dit betekent dat de politie de burgemeester moet voorzien van informatie om het dossier op te bouwen.
Door het opleggen van een gebiedsverbod is er in feite sprake van de aantasting van een grondrecht namelijk die van het recht om te gaan en staan op de openbare weg waar je zelf wilt.
In het verleden was er ook wel sprake van een zogenaamde zwarte lijst. Dit had dan alles te maken met een aan personen opgelegd verbod die zich schuldig hadden gemaakt aan drankmisbruik en daarbij de openbare orde en veiligheid hadden verstoord. In de huidige tijd heeft dit verbod een andere algemene naam gekregen die van toegangsverbod. Echter ook hieraan kleven nadelen, zoals het algemeen bekend geven van de naam van de persoon die een verbod heeft gekregen aan alle horeca ondernemers.
Maar in de overweging kan meespelen of de grondrechten van personen die de openbare orde verstoren of de veiligheid voor zichzelf of anderen in gevaar brengen niet ter zijde moet kunnen worden geschoven ten behoeve van alle anderen die zelf veilig willen uitgaan zodat hun grondrechten juist beter zijn beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HORECA WETGEVING
JEE
      LEX DURA

         JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT

13 september 2006
Puttense drinkkeetzaak voor de rechter. zie Actueel
Iedere ondernemer kan van zichzelf weten of hij voldoet aan de hiervoor genoemde moraliteitseisen, de leeftijd heeft om een bedrijf te exploiteren en het bezit is van het diploma sociale hygiëne.

Van essentieel belang is te weten of het ter plaatse geldende bestemmingsplan en de daarbij behorende gebruiksbepalingen de exploitatie van een horecabedrijf toestaan. In veel bestemmingsplannen is zelfs geregeld welke soort horeca zich wel of niet mag vestigen.
Hier komt echter het verleden het heden achterna. In het verleden werd er nogal eens niet zo nauw gekeken naar het bestemmingsplan en werd de vestiging van een horecabedrijf toegestaan. Of als er zich een bedrijf had gevestigd werd er niets tegen gedaan. Zo zijn in Nederland veel horecabedrijven op plaatsen gevestigd waar het op grond van het bestemmingsplan officieel niet is toegestaan.

In de afgelopen 10 jaar zijn gemeenten er toe over gegaan om bestemmingsplannen vast te stellen waarin exact per locatie wordt aangegeven welk soort horecabedrijf er mag worden gevestigd. Bijvoorbeeld wel cafetaria maar geen cafébedrijf. Veel van deze bestemmingsplan bepalingen zijn in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Maar welke ondernemer neemt de moeite om dit in een jarenlange juridische procedure uit te vechten.

De BEM (Bureau Eerlijke Mededinging) een dochter van Koninklijke Horeca Nederland probeert de paracommercie tegen te gaan door middel van de bestemmingsplannen. Een horeca activiteit op het platteland struikelt al snel over het bestemmingsplan. Echter wie de bal kaatst kan de bal verwachten. De BEM dient er zich van bewust te zijn dat vele reguliere horecabedrijven in feite in strijd met de bestemmingsplan bepalingen in exploitatie zijn, vooral in de steden.

Gemeenten die weten dat zij door middel van bestemmingsplannen onvoldoende maatwerk kunnen leveren door de voortdurende wijziging van de diverse soorten van  exploitatie van de horeca zijn overgegaan tot het vaststellen van gemeentelijke regelgeving (namen zijn exploitatieverordening, horecaverordening, verordening op de openbare inrichtingen enz.). Deze verordeningen vormen dan de basis om aan te geven welke soort horeca waar wel en niet mag in bepaalde gebieden. Dit wordt dan in een beleid vastgesteld.
Vestiging van horecabedrijven wordt het steeds moeilijker omdat veel gemeenten bezig zijn de bewoning terug te brengen in de binnenstad. Hieruit vloeien dan direct conflicten voort. Een bruizende binnenstad en veel bewoning in die zelfde binnenstad zijn tegenpolen die nooit bij elkaar kunnen komen. Met de diverse wetten in de hand kunnen de bewoners van de binnenstad het de horeca ondernemers niet alleen moeilijk maar zelfs onmogelijk maken om het bedrijf behoorlijk te exploiteren.

De gemeenten moeten met het terugbrengen van bewoning in de binnenstad deze nieuwe bewoners er op voorhand al op wijzen dat de horeca een vast onderdeel uitmaakt van die binnenstad inclusief alle randverschijnselen en dat indien men in de binnenstad wil gaan wonen dit dan met alle lusten en lasten doet, zodat die nieuwe bewoners achteraf minder snel kunnen klagen. Bij het inschrijven als woningzoekende moet dit al kenbaar worden gemaakt net zoals de makelaars verplicht moeten worden om dit beleid uit te dragen naar potentiële kopers.

Op basis van de milieuwetgeving is het mogelijk om zogenaamde horeca concentratie gebieden aan te wijzen. Door de aanwijzing van een dergelijk gebied betekent dit dat het aantal door de horeca geproduceerde decibelen iets meer mag zijn dan normaal is toegestaan. Ook het aanwijzen van een dergelijk gebieden blijft veelal achterwege ten nadele van de gevestigde horeca.

Tabakswet
Naar verwachting zal er sprake zijn van een compromis ten aanzien van de horeca. Door technisch onderzoek is vastgesteld dat, door het installeren van extra ventilatie apparatuur, de lucht in horecabedrijven veel schoner kan worden. Vermoedelijk zal over enige tijd het voorstel op tafel komen dat; 1. het verboden wordt in het horecabedrijf te roken of 2. roken wel is toegestaan indien de betreffende apparatuur is geïnstalleerd en in werking is. Dit betekent in feite weer een vorse investering voor de horeca ondernemers.

 

De horeca heeft met een specifiek aantal wetten te maken. Het aantal wetten en extra regels nemen alleen maar toe. Het ligt in de bedoeling om de omgevingsvergunning ook op de horeca toe te passen.
Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met het bijzondere karakter van de horeca.Veelal wordt hier dan ook door de gemeenten aan voorbij gegaan. Er is sprake van een beperkte toets, die later echter grote gevolgen kan hebben.
Bouwvergunningen, brandveiligheidsvergunning, milieuvergunning zijn allen technische vergunningen.

De horeca kent echter een specifiek onderdeel dat voorkomt de Drank- en Horecawet en de plaatselijke regelgeving (bijvoorbeeld genoemd als Drank- en Horecaverordening, Exploitatieverordening, Verordening op de openbare inrichtingen of als apart onderdeel van de Algemeen Plaatselijke Verordening (A.P.V.). Dit zijn de persoonseisen. Een leidinggevende in een horecabedrijf moet niet alleen voldoen aan "beperkte" vakbekwaamheidseisen maar met name aan de zogenaamde zedelijkheidseisen. Dit betekent dat een leidinggevende in een horecabedrijf niet van slecht levensgedrag mag zijn. Deze eisen worden nader op deze pagina verwoord. Zijn staan officieel vermeld in het Besluit eisen zedelijke gedrag Drank- en Horecawet.

Door dit specifieke karakter van persoonsgebondenheid betekent dit dat deze eisen altijd gelden en aanleiding kunnen zijn om de horeca vergunning in te trekken. Twee keer dronken achter het stuur met als resultaat niet alleen een boete maar ik ook een verplichte intrekking van de verguninng door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de ondernemer is gevestigd.