JEEJAR

 
 Juridisch Administratief Recht

                                                                                                                                                               

 

 

 

 

10 november 2016. Gerechthof Amsterdam legt geen straf op inzake voorraad softdrugs.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 november 2016 de eigenaar en de directeur van drie coffeeshops in Leiden en Lisse veroordeeld voor het op voorraad hebben van meerdere kilo’s hennep en hash. Ook werden zij veroordeeld voor het witwassen van de opbrengsten van de shops en voor het deelnemen aan een criminele organisatie. Daarnaast werden de twee B.V.’s die de shops exploiteerden veroordeeld. Het Gerechtshof heeft echter geen straffen opgelegd.
Let wel dat de betreffende rechtspersoon en de daaraan verbonden natuurlijke personen wel schuldig zijn bevonden aan overtreding van de Opiumwet, witwassen en een criminele organisatie hadden in verband met het draaiende houden van de coffeeshops.
De advocaat-generaal eiste strafoplegging en dat het Gerechtshof niet op de stoel van de wetgever mag gaan zitten inzake de toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht (is wel veroordelen zonder strafoplegging).
Ondanks dat de stash (voorraad) die op een ander plek werd ontdekt geeft het Gerechtshof aan dat duidelijk is gebleken dat die stash er alleen was voor het bevoorraden van de coffeeshops en niet voor andere doeleinden werd gebruikt. Er volgt wel een veroordeling echter zonde strafoplegging en moesten de in beslag genomen auto’s terug gegeven worden en dus ook geen ontnemingsvordering.
In feite is dit dus oorzaak en gevolg van het Nederlandse coffeeshopbeleid. Misschien ontneemt deze uitspraak een te overijverige officier van justitie nu eindelijk de zin om in dit soort kaders toch weer tot vervolging over te gaan nu het resultaat van al dat recherchewerk gelijk nihil is.


26 juli 2015. Growshops zijn niet altijd verboden.
De Rechtbank Breda die zich geconfronteerd heeft gezien met strafrechtelijk optreden tegen growshops heeft in een eerste zaak aangegeven dat indien de politie niet duidelijk heeft gemaakt dat de verkochte zaken bedoeld zijn voor grootschalige teelt van Nederwiet maar alleen aan particulieren wordt verkocht dat is er geen sprake van een strafbaar feit. Dit omdat het particulieren is toegestaan om maximaal 5 plantjes zelf te telen zonder strafbaar te zijn. Dus politie en justitie moeten aanmerkelijk meer bewijzen hebben. Dat betekent dat alleen indien er sprake is van grote hoeveelheden aan 1 persoon dit niet mag. Bijvoorbeeld schakelborden van 100 ampère of filterinstallaties van € 5000,00 per stuk.
De vraag is natuurlijk ook wat de burgemeesters in de gemeenten hiermee doen. Veel burgemeesters zijn op grond van een aangepast artikel in de Algemeen Plaatselijke Verordening opgetreden tegen vermeende growshops en hebben dat bewijs ook niet op tafel gelegd. De uitspraak van de strafrechter zal dus dan ook weer leiden tot een gang naar de administratieve rechter. En in vorenstaande geval moest justitie alles wat in beslag was genomen teruggeven aan de eigenaar van de winkel.


13 februari 2015. Aangepaste Opiumwet verbiedt growshops.
Maar wat moet onder growshop worden verstaan. Het nieuwe artikel 11a Opiumwet zegt:
"Hij die stoffen of voorwerpen bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aanbied, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigd of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimte, gelden of ander betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie". Dus zaken in bezit heeft om te verkopen die het doel hebben om verdovende middelen mee te kweken of maken.
En dan moet iemand ook nog eens dat weten of een ernstig vermoeden hebben dat hetgeen hij verkoopt gebruikt zullen worden om bijvoorbeeld hasj mee te kweken of XTC te brouwen etc.
Maar alle producten die daarvoor benodigd zijn als grondstof zijn verkrijgbaar bij de Gamma, Spraxis, Hornbach, tuincentra, supermarkten en drogisterijen, elektroshops Mag potaarde of bemeste tuinaarde niet meer verkocht worden. En geen speciekuipen of folie, kabels stekkers, stekkerdozen etc. mogen ook niet meer verkocht worden. Of mag dit niet indien er alleen sprake is van een combinatie van de artikelen die daarvoor nodig zijn. Dan blijven de bouwmarkten toch direct in beeld.
Dus wordt u als ondernemer door de gemeente daarop aangesproken of krijgt u zelfs een voornemen tot dwangsom of bestuursdwang. Ga altijd in bezwaar en desnoods in beroep.

22 mei 2014. Er moet een einde komen aan de jacht op coffeeshops.
In de op deze website aanwezige pagina overheid wordt een standpunt van de burgemeester(s) van Amsterdam weergegeven. Dit standpunt is dat de gemeenten, maar ook justitie en de belastingdienst moeten ophouden met het opjagen van coffeeshops omdat dit een averechtse werking heeft op het Nederlandse gedoogbeleid. Door het minder worden van de coffeeshops en het verder aanscherpen van de regels bloeit de handel weer op in de woonwijken, stille plaatsen en woningen. Daardoor neemt de onveiligheid toe en is er weer sprake van een verwevenheid tussen hard en softdrugs. En dat is dus het gene wat het Nederlandse coffeeshopbeleid juist wil voorkomen.

26 april 2013. Cannabis met meer dan 15% THC op lijst I Opiumwet.
De Minister van Justitie is aan het onderzoek wat de financiële gevolgen zullen zijn indien cannabis met een THC gehalte van meer dan 15% op lijst I Opiumwet worden geplaatst en dan vallen onder de harddrugs, met alle gevolgen inzake opsporing, straffen en bestuurlijke maatregelen van dien.
Het onderzoek welke door het bureau Significant wordt verricht heeft geleid tot het rapport: "Impactanalyse Zware Cannabis op lijst 1".
Het rapport kijkt met name naar de invloed van de voorgestelde maatregel voor de diverse overheidsinstanties. Het bureau slaat daarbij dan ook in het kader van de gebruikers en het totaal beleid de plank behoorlijk mis. Zo gaat het bureau er van uit dat de gebruikers toch niet weten wat ze kopen of gebruiken. Dat is een misvatting. Het overgrote deel van de gebruikers weten heel goed wat zij kopen en gebruiken.
Daarnaast gaat het bureau van de veronderstelling uit dat op het moment dat cannabis met meer dan 15% THC gehalte niet meer mag worden verkocht in de coffeeshops de gebruiker dan wel weer zal overstappen naar cannabis met minder dan 15%. Het zogenaamde roes effect is dan wel minder maar dat zou dan volgens het bureau niets uitmaken. Wederom een misvatting. Een omgekeerde theorie van steppin stone (van softdrugs gebruik komt van zelf harddrugs gebruik) naar falling down (van een zware roes makkelijk overstappen naar een lichte roes). Beiden niet aan te tonen.
Maar het plaatsen op lijst I betekent het verbieden dat coffeeshops deze cannabis nog langer mogen verkopen. Dat drijft een groot deel van de cannabisgebruikers naar de illegale markt van harddrugs. En juist het Nederlandse  beleid is er op gericht om de markten tussen soft- en harddrugs uit elkaar te houden. Het plaatsen op lijst I zal een averechtse werking hebben op dit beleid en alleen de kas van de zware criminelen zal er door worden gespekt.
En de handhaving door de politie betekent dat deze monsters in de coffeeshops moet nemen en deze monsters vervolgens moet opsturen naar het Nederlands Forensisch Instituut die dan het gehalte moet bepalen. Maar hoe moeten dan de coffeeshop de kwaliteit van de dagelijkse aanvoer bepalen. Eén procentje meer of minder kan leiden tot onmiddellijke sluiting van de coffeeshop.

26 april 2013. Plan om growshops te verbieden.
In Nederland zijn diverse winkels die gespecialiseerd zijn in de verkoop van producten die bedoeld zijn om cannabis te kweken. Het Ministerie van Justitie heeft een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingebracht om te komen tot een dergelijk verbod. De verwijzing van leden uit de Tweede Kamer naar Tuincentra, kwekerijen, Gamma, Praxis, die ook producten verkopen die kunnen worden gebruikt voor het kweken van cannabis worden van de hand gewezen. Maar dan wel heel specifiek. De aanwezigheid van koolstoffilters, specifieke assimilatielampen, afzuigers en andere beschermingsmiddelen die niet verkrijgbaar zijn in reguliere tuincentra of bouwmarkten, maakt van een winkel die deze artikelen te samen verkoopt een growshop. De minister denkt niet dat de kwekers naar de reguliere tuincentra en bouwmarkten worden gedreven. Neen, de huidige growshops zullen zich gaan gedragen als reguliere doe het zelf zaak, bouwmarkt dan wel tuincentrum met de zelfde artikelen. Ieder met een specifiek deel in het assortiment. En het zal een enorme hausse veroorzaken bij de webwinkels. Dat zijn geen publiek toegankelijke ruimten en geen winkel en dus geen growshop, waaruit uit voorraad de specifieke producten  kunnen worden geleverd. En voor de goede orde een aantal belangrijke onderdelen zoals de kweekgrond, bedrading, leidingen worden niet dan wel zeer minimaal verkocht in de growshops.
En daarnaast zal er weer een extra illegaal circuit ontstaan die de handhavers weer lang bezig zal houden en de gemeentebesturen weer zal opzadelen met veel procedures. En de daders die kunnen gewoon doorgaan aangezien deze alleen nog worden bestraft met een enkelband. Ook een voorstel van het Ministerie van Justitie.

24 januari 2013. Belastingdienst bemoeit zich met achterdeur coffeeshops.
De belastingdienst is weer eens op jacht naar de coffeeshops. Volgens de belastingdienst is de winstmarge bij de coffeeshops meer dan 100 procent. Wat natuurlijk onzin is en ook makkelijk te weerleggen.
Echter de belastingdienst heeft weer wat nieuws gevonden om de exploitanten van coffeeshops mee te plagen. En dat is dat de belastingdienst de coffeeshophouders willen afdwingen dat deze de inkoopcijfers, dus het aantal, grammen of zelfs kilo's ingekochte softdrugs inclusief de prijs op tafel leggen. Dat kan natuurlijk niet zo zijn. Daardoor werkt de coffeeshophouder mee aan zijn eigen veroordeling. Indien in die aankoop bescheiden blijkt dat er een voorraad wordt gehouden, de zogenaamde stash, van meerdere kilogrammen dan legt de coffeeshophouder het bewijs op tafel die politie en justitie nodig hebben om de betrokkene(n) strafrechtelijk te kunnen vervolgen op grond van overtreding van de Opiumwet. Door te voldoen aan de vordering van de belastingdienst zou de coffeeshophouder dan meewerken aan zijn eigen veroordeling. En dat hoeft een coffeeshophouder niet. Niemand hoeft mee te werken aan zijn of haar veroordeling.
Maar er zit direct nog een adder onder het gras. Indien namelijk boventafel komt dat door de coffeeshophouder strafbare feiten worden gepleegd, door elders verdovende middelen in voorraad te houden dan zullen niet alleen politie en justitie in actie komen maar zal de officier van justitie de burgemeester van de woonplaats waar de coffeeshop is gevestigd een zogenaamde tip geven op grond waarvan de burgemeester dan een advies zal vragen aan het Bureau Bibob (zie onder Bibob) van het Ministerie van Justitie. En om het kort te maken het zal leiden tot een negatief advies van het Bureau Bibob en de burgemeester heeft dan een niet aan te vechten wapen in handen om de coffeeshop te sluiten.
Het lijkt er op dat de ambtenaren van de belastingdienst proberen iets af te dwingen waarvan de gevolgen voor de coffeeshophouders enorm zijn, namelijk sluiting van de inrichting.
 

16 september 2009. Rechters en advocaten de mist in bij coffeeshops Roosendaal en Bergen op Zoom.
Het coffeeshop beleid en het administratieve recht blijft een probleem voor advocaten en zelfs voor rechters die zich alleen met civiel recht bezig houden. Een schoolvoorbeeld van hoe fout het kan gaan is wel de drooglegging ten aanzien van de coffeeshops in Roosendaal en Bergen op Zoom.
De advocaten die de coffeeshop vertegenwoordigen zijn naar de civiele rechter gestapt om de coffeeshops open te houden. Fout dus. De civiele rechter gaat niet over de coffeeshops. Het is een puur administratief rechtelijke aangelegenheid en dus is alleen de administratieve rechter bevoegd. Of de onbevoegde civiele rechter de zaak niet had moeten doorverwijzen naar de administratieve rechter  is een vraag die een beetje in de lucht blijft hangen. De advocaten worden volgens de letter van de wet afgestraft met een niet ontvankelijk verklaring door de civiele rechter. Weg rechtszaak. Maar het is wel een blunder van de eerste orde. Waarschijnlijk hebben de coffeeshop houders in eerste aanleg als belanghebbenden de boot al gemist en hebben de advocaten nog wat geprobeerd, jammer maar helaas.
De rechtbank en in deze de civiele kamer gaat vervolgens in de uitspraak zelf behoorlijk de mist in. De civiele rechter geeft aan dat de advocaten de gemeente hadden moeten dagvaarden en niet de burgemeester. Dat is wel een heel opmerkelijke fout. Burgemeesters in Nederland zijn enkel en alleen verantwoordelijk voor het coffeeshop beleid in hun gemeente. Zelfs de gemeenteraad mag zich daar niet direct mee bezig houden. Hooguit indirect door af- of goedkeurende geluiden te laten horen ten aanzien van het door de burgemeester gevoerde beleid. De gemeente op zich is een zelfstandig rechtspersoon maar ook die gaat in algemeenheid niet over het coffeeshop beleid. Dat doet alleen de burgemeester. En daar zijn toch ondertussen al de nodige uitspraken over van onze hoogste administratieve rechter de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een opmerkelijke fout van de civiele rechter.

 

15-04-2009. Jacht belastingdienst via BIBOB op coffeeshops gaat onverminderd verder.
De belastingdienst, waaronder de FIOD, is druk bezig om dusdanige controles te houden in de coffeeshops dat daarbij de zogenaamde achterdeur problematiek in beeld moet worden gebracht. Dat een coffeeshophouder dit echter niet kan is tot op heden niet echt doorgedrongen bij de belastingdienst. Indien een coffeeshophouder ook zaken moet gaan verantwoorden die de achterdeur betreffen (waar de softdrugs vandaan komen) zal hij daardoor in conflict komen met justitie inzake het overtreden van de Opiumwet. En dat zal vervolgens weer leiden tot strafrechtelijke vervolging. Indien er niet wordt meegewerkt met de belastingdienst zal Justitie in verband daarmee de burgemeester van de desbetreffende gemeente waar de coffeeshop is gevestigd een tip geven om een BIBOB advies aan te vragen (BIBOB=Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur). Dit Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie zal gegevens opvragen bij de belastingdienst en bij Justitie en op grond daarvan zal al snel worden geconcludeerd dat de coffeeshop zich blijkbaar niet wenst te houden aan het doen van een behoorlijke aangifte bij de belastingdienst en dat er in het verlengde daarvan tevens een strafrechtelijke procedure tegen de coffeeshophouder loopt. Genoeg omstandigheden voor het Bureau BIBOB om een negatief advies af te geven op grond waarvan de gemeente dan moet overwegen om de coffeeshop te sluiten. Het gebruik van het middel BIBOB is hiervoor nooit bedoeld geweest. Thans is er sprake van een toepassing die het definitieve einde zal betekenen van de coffeeshops in Nederland. Alleen de Tweede Kamer kan hierin verandering brengen. En de regeringsnota inzake het drugsbeleid komt niet eerder dan eind dit jaar.

 

27 januari 2009  Kabinet stelt adviescommissie drugsbeleid in.
De ministerraad heeft op voorstel van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie ingestemd met de instelling van de Adviescommissie drugsbeleid. Deze commissie van experts gaat het kabinet voor 1 juli 2009 adviseren of en zo ja, hoe het Nederlandse drugsbeleid moet worden aangepast.
De instelling van de Adviescommissie drugsbeleid is onderdeel van de voorbereidingen die het kabinet treft voor de nieuwe integrale drugsnota. Het kabinet verwerkt dit advies in de integrale drugsnota, die dit jaar voor het einde van het zomerreces verschijnt.
De adviescommissie is gevraagd het drugsbeleid niet alleen te wegen in termen van veiligheid en volksgezondheid, maar met name ook te kijken naar het sociale en maatschappelijke perspectief (de schoolcarrières van jongeren, schooluitval, levensloop van mensen). Voorts is gevraagd te onderzoeken of er reden is de plaatsing van bepaalde drugs op de lijsten I en II van de Opiumwet te heroverwegen. Ook heeft het kabinet de commissie verzocht na te gaan of er op het terrein van de verslavingszorg, –preventie en schadebeperking en de bestrijding van overlast en criminaliteit verbeteringen aan te brengen zijn en wat de toekomstmogelijkheden zijn voor het coffeeshopbeleid.
De leden van adviescommissie bestaat uit een zeer hoog wetenschappelijk gehalte echter zit in deze commissie niemand die op bestuurlijk niveau bij de bron zit van de problemen inzake uitvoering en handhaving. Dit betekent dat na het verschijnen van het rapport en het standpunt van de regering er pas door diegenen die er mee moeten werken op gereageerd kan worden. Op de werkgroep Openbare Inrichtingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten rust weer een schone taak om de situatie weer binnen de haalbare proporties van de gemeente te krijgen.
Voorzitter van de commissie is prof. dr. W.B.H.J. van de Donk.  Deze is in het dagelijks leven, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Leden van de commissie zijn: Dr. ir. P. Boekhoud, voorzitter van het College van Bestuur van het Albeda College te Rotterdam, Prof. dr. W. van den Brink, hoogleraar Verslavingszorg Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam, Prof. dr. C. Fijnaut, hoogleraar rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg, mw. mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, staatsraad i.b.d., mw. prof. dr. D. van de Mheen, bijzonder hoogleraar Verslavingsonderzoek aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, Prof. dr. H.G.M. Rigter, hoogleraar Sociale aspecten van medische technologie aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en mw. drs. A. van Vliet-Kuiper, burgemeester van Amersfoort.

 

10 november 2008. Verbod of einde coffeeshops zal leiden tot meer zware criminaliteit.
Vele duizenden personen gebruiken softdrugs. Het verbieden van coffeeshops betekent dat deze vele duizenden weer hun softdrugs moeten gaan vinden in de illegaliteit. Dit betekent niets meer en niets minder een vergroting en verharding van de drugscriminaliteit. Nu zijn de markten van softdrugs en harddrugs nog redelijk gescheiden. Bij het verdwijnen van de coffeeshops zullen deze markten samen komen met het resultaat dat de sofdrugsgebruikers ook in aanraking gaan komen met harddrugs. Het einde van de coffeeshops zal tevens zorgen voor een prijsopdrijving. Een kwestie van simpele economie. Bestaande vraag en minder aanbod zal leiden tot aanmerkelijk hogere prijzen. De zware criminaliteit zal zich hiermee gaan bezig houden aangezien aan een dergelijke situatie goud geld is te verdienen.
Het huidige gedoogbeleid is niet failliet maar komt in de knel door de hypocriete houding ten opzichte van dit beleid. Nocht de regering noch het parlement wenste de problematiek van de achterdeur te regelen. Een daarmee zijn beiden zelf schuldig aan de huidige situatie. Regel ook de achterdeur en dus de toelevering van de coffeeshops en maak op die manier een einde aan de problemen bij de coffeeshops

9 november 2008. Het einde van de coffeeshops in Nederland in zicht.
Het CDA heeft in een congres van de partij aangegeven dat er een einde moet komen aan  het gedoogbeleid. De basis van het gedoogbeleid is het scheiden van de markten tussen softdrugs en harddrugs. Een beleid dat in alle jaren gepromoot is in de hele wereld. De wens van het CDA is een onoverkomelijke stap naar de "prohibition" in Amerika. Het verbod op het verstrekken van alcohol. De georganiseerde criminaliteit in Amerika is daar groot mee geworden. Het opheffen van het gedoogbeleid zal een zelfde effect hebben.
Overige politieke partijen zijn het er nog niet zo mee eens. Wat die partijen zij echter niet weten is dat er al sinds enige tijd wordt gewerkt aan het einde van het coffeeshop beleid in Nederland.
De burgemeesters in Nederland die coffeeshops in de gemeente krijgen van de officieren van justitie een tip dat de betreffende coffeeshops met criminele activiteiten te maken heeft. De belastingdienst geeft hierbij ook nog een extra aanvulling over onjuiste belasting aangiften door de coffeeshops. De officier van justitie geeft de tip op grond van de wet BIBOB. De burgemeesters hebben dat blijkbaar niet in handen en moeten het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie om advies vragen over die coffeeshop. Gevolg er komt een negatief advies en de burgemeester kan niets anders dan overgaan tot sluiting van de coffeeshop. De wet BIBOB wordt hierbij oneigenlijk gebruikt.
Donderdag 13 november 2008 om 14.00 uur bij de President van de Rechtbank, Sector bestuursrecht,  te Arhem, speelt een verzoek om voorlopige voorziening van een coffeeshop houder te Nijmegen die slachtoffer dreigt te worden van dit nieuwe beleid. Indien de President het verzoek afwijst betekent dit het einde van alle coffeeshops in Nederland.

12 april 2008. Verborgen agenda Justitie tegen softdrugsbeleid.
Het hieronder gestelde inzake het failliet van het Nederlandse drugsbeleid wordt bevestigd door de feiten en handelingen van de zijde van justitie. Er wordt volle jacht gemaakt op de toeleveranciers van de achterdeuren van de coffeeshops. Justitie heeft blijkbaar een optelsom gemaakt van het aantal gedoogde coffeeshops en de hoeveelheid aan softdrugs die er per dag in dit land omgaat. Tonnen dus. In de Tweede Kamer werd in het verleden al gesproken over het volledig hypocriet zijn van dit beleid. Het beleid richt zich namelijk alleen maar tot de voordeur en steekt de kop in het zand voor de achterdeur problematiek. Nu heeft justitie een echte jacht geopend op de leveranciers van de coffeeshops. De coffeeshops komen daardoor in de problemen. Gevolg is dat er duidelijk weer een crimineel circuit aan het ontstaan is waarbij er buiten de coffeeshops drugs worden verkocht en de scheiding tussen handel en verkoop van harddrugs en softdrugs verdwijnen. Deze scheiding die de basis is van het beleid. Drugs worden weer volledig in strafrechtelijk optreden getrokken in het voorbijgaan aan de volksgezondheid problemen. Tevens wordt de jacht geopend op de gebruikers van de softdrugs. Softdrugs brengen rook met zich mee die door de gebruiker wordt meegevoerd. Harddrugs kennen dat probleem niet. Een cocaine gebruiker is aan merkelijk moeilijker te pakken dan een softdrugs gebruiker. Waar drijven wij de softdruggebruikers nu naar toe naar de harddrugs markt en gebruik daarvan. En justitie is al druk doende dit te bewerkstelligen.

23 november 2007. Het Nederlandse drugsbeleid bijna failliet.
Uit onderzoek is gebleken dat het aantal softdruggebruikers afneemt. Echter daar staat tegenover dat het aantal harddrug gebruikers toeneemt waarbij er gesproken wordt over een toename van cocaïne.
Veel jongeren drinken te veel alcohol de Nederlandse regering maakt zich daar grote zorgen over. Daarnaast is er een grote groep jongeren die softdrugs gebruiken. Er wordt behoorlijk jacht gemaakt op de gedoogde coffeeshops resultaat sluiting van vele coffeeshops. De gebruikers weten echter hun weg wel te vinden. Dit betekent dan in de regel dat de softdrugs worden verkocht of op straat, of op bestelling of op illegale adressen. Bij al deze laatste drie leveranciers is er sprake van een verstrengeling van de wereld van de softdrugs en harddrugs. Deze illegale leveranciers leveren net zo makkelijk softdrugs als harddrugs. Nu de gebruikers bij mindere gedoogde coffeeshops terecht kunnen (waar alleen softdrugs zijn te verkrijgen) worden deze in de handen van de dealers gedwongen en komen ze ongewild ook weer in aanraking met de harddrugs wereld.
Nu het onderzoek heeft aangetoond dat er weer een toename is van het gebruik van cocaïne mag de regering zich wel eens beraden over het nog strenger aanpakken van de gedoogde coffeeshops. Door deze nog strenger aan te pakken kon er wel eens sprake zijn van een volledige ondergang van het zo geroemde Nederlandse softdrugsbeleid. En dat betekent dat er dan nog alleen criminaliteit overblijft. En gaat het in het verlengde hiervan het straks ook niet zo met het alcohol beleid.

30 oktober 2007. Artikel 13b Opiumwet is per 1 november in werking getreden.
Kon tot nu toe een burgemeester een woning alleen maar sluiten op grond van aantoonbare ernstige verstoring van de openbare orde in verband met handel en verkoop van drugs van uit een woning. Per 1 november is de simpele constatering dat er sprake is van verkoop en  handel van uit een woning al voldoende om de bewoners op straat te zetten en de woning te sluiten. Duidelijk mag zijn dat één geconstateerde overtreding niet voldoende is. Burgers kunnen er van uit gaan dat er eerst sprake moet zijn van meerdere overtredingen waarna een waarschuwing volgt en bij herhaling van de overtreding betekent het ontruimen en sluiten. Waar de bewoners dan moeten blijven is een zaak die de gemeenten met de woningstichtingen moeten overleggen. In het verlengde van het aangepast artikel 13b heeft de regering aangegeven dat verse paddo's gaan vallen onder lijst 2 van de Opiumwet (waar de softdrugs staan vermeld). Dit maakt het vervolgens weer mogelijk om niet alleen paddoshops te sluiten maar ook verkooppunten in woningen met de zelfde maatregel kunnen worden getroffen. En eind dit jaar zal het parlement zich uitspreken over het coffeeshopbeleid in het algemeen.

15 juni 2007. Burgemeesters krijgen meer bevoegdheden om drugpanden te sluiten.
Op grond van artikel 174a van de Gemeentewet heeft de burgemeester de mogelijkheid om bij verstoring van de openbare orde een pand te sluiten. In eerste instantie is dit artikel opgenomen om sluiting van drugspanden mogelijk te maken. Later is het ook gebruikt om bewoners van een woning die ernstig terreur uitoefenden in en nabij hun woning uit die woning te zetten.
Gemeenten hebben nogal moeite met het aantonen dat met drugshandel de directe openbare orde wordt verstoord.
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet kunnen burgemeesters publiek toegankelijke percelen (horeca etc.) sluiten bij een eerste geconstateerde overtreding van de Opiumwet. Hierbij is het niet nodig om een verstoring van de openbare orde aan te tonen. Het ligt in de bedoeling om artikel 13b zover open te rekken dat ook woningen kunnen worden gesloten indien blijkt dat daar de Opiumwet wordt overtreden. Een bewijs van verstoring van de openbare orde is dan niet meer nodig. Wel wordt hier een directe relatie gelegd met de Opiumwet en de daarin genoemde wettelijke verboden. Gemeenten krijgen hiermee een geducht wapen in handen om handhavend op te treden.

3 juni 2007. Aanscherpen gedoogbeleid zegen of van de regen in de drup.
Het nieuwe kabinet heeft voorstellen gedaan om het gedoogbeleid aan te scherpen. Zo zullen alle coffeeshops die binnen een afstand van 200 meter van scholen gevestigd zijn moeten sluiten. Het kabinet doet er verstandig aan het woord "school" goed te definiëren. Tevens zal de afstand van 200 meter goed moeten worden omschreven. Wordt hieronder verstaan daadwerkelijke loopafstand of "hemels breed". Daarnaast zullen er toch overgangsbepalingen moeten worden opgenomen. Iets wat jarenlang gedoogd is en op grond waarvan door de uitbater sprake is van een zekere mate van  rechtszekerheid ten aanzien van zijn exploitatie kan niet zo maar worden ondergraven. Hoe dit nader wordt uitgewerkt is nog onduidelijk.
Wel is duidelijk dat er veel coffeeshops zullen moeten verdwijnen. Hiermee wordt de druk opgevoerd bij de overblijvende coffeeshops en is er een redelijke kans aanwezig dat bij deze overblijvende coffeeshops er op den duur sprake zal zijn van overlast door grotere aantallen bezoekers die elders niet meer terecht kunnen. De omwonenden van de overblijvende coffeeshops zullen de negatieve effecten daarvan ondervinden.
Of het hier achter liggende doel, voorkomen dat school gaande kinderen ongevraagd geconfronteerd worden met coffeeshop, enig resultaat heeft zal moeilijk kunnen worden aangetoond. Of er sprake is van naast liggende effecten en dat is dat de illegale coffeeshops weer een mogelijkheid krijgen om in deze, krappe, markt te springen zal de tijd leren. Indien dit wel het geval is dan is het algemene doel van het uit elkaar halen van de softdrugmarkt en de harddrugsmarkt mede aan het einde gekomen. En indien dat het geval is rest er dan nog iets anders dan keihard optreden tegen alle vormen van drugsgebruik?

3 april 2007. inval in Almelo in hennepkwekerij in bijzijn van twee leden Tweede Kamer.
Na veel moeite konden politieambtenaren een deur forceren om in een pand aan de Celebesstraat te Almelo binnen te komen. Tijdens de actie was, naast de leden van de Tweede Kamer, tevens de burgemeester van Almelo aanwezig. Er werd een situatie aangetroffen waaruit bleek dat er het voornemen bestond om hennep te gaan kweken. Echter de kweekbakjes waren leeg. En of er op dat moment al sprake was van illegaal aftappen van elektriciteit is onduidelijk.
Geen plantjes is geen overtreding van de Opiumwet. Dit betekent waarschijnlijk dat de machtiging tot binnentreden dan ook niet bevoegd is afgegeven.
Het probleem dat zich voordoet heeft alles te maken met het feit dat artikelen die worden gebruikt voor het kweken van hennep vrij te verkrijgen zijn. Met name de speciale lampen die daar voor nodig zijn. Het zou beter zijn om voor de verkoop van dergelijke lampen een registratieplicht op te nemen in de wet. Bij aankoop dus vermelden aan wie de lampen zijn verkocht, legitimatie verplicht, en de koper moet aangeven voor welk doel hij de lampen wil gebruiken. Indien later blijkt dat hij daar onjuiste informatie over heeft verstrekt moet hem dat dubbel zwaar worden aangerekend.
Het signaal dat Almelo wilde afgeven was duidelijk, maar niet goed getimed.

GEDOOGBELEID
In Nederland is er sprake van een algemeen aanvaard gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs. Dat er sprake is van een algemene aanvaarding van dit beleid strookt niet geheel met de realiteit. Indien burgers in hun (onmiddellijke) omgeving geconfronteerd worden met een gedoogde coffeeshop dan protesteren deze burgers tegen deze coffeeshop als iets wat onaanvaardbaar is. Daarnaast zijn er gemeenten in Nederland die zeggen in geheel niet te gedogen en dus geen coffeeshops hebben. Hoezo alom aanvaard gedoogbeleid. Ook de gemeenten die niet willen gedogen kunnen hun ogen niet sluiten voor het feit dat er ook in de eigen gemeente verslaafden aanwezig zijn. Dit brengt dan automatisch mee dat er ook sprake is van zogenaamde deal adressen.
Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Verslaving wordt in Nederland al lang gezien als een volksgezondheidsprobleem. Echter ook hier wordt, onder druk van het buitenland, nogal omslachtig mee omgegaan.
In het verleden had de gemeente aanmerkelijk minder mogelijkheden om tegen het gebruik en handel in verdovende middelen op te treden. Nieuwe wetgeving in de Gemeentewet en in de Opiumwet (artikel 13b) hebben de mogelijkheden verruimt. Met name de burgemeesters hebben mogelijkheden gekregen om met deze nieuwe wettelijke bepalingen te handhaven. Het streven van de wetgever is om de burgemeesters nog meer bevoegdheden te geven.
Burgers ondervinden door het beleid of ernstige overlast of hebben alleen maar gevoelens van onveiligheid. Hiertussen zit alles wat onze huidige maatschappij bezig houdt en dan met name de wel of niet optredende overheid om de burger wel of niet bij te staan.

 

 

 

 

 

 

                                               10 November 2016

 

 

 

 VERDOVENDE MIDDELEN, OPIUMWET EN DAMOCLES BELEID

 

 

 

CONTACT FORMULIERHOMEACTUEEL
GEMEENTEN
HORECA
UWV
BURGER
ONDERNEMER
APV
BIBOB
PROSTITUTIE
VERDOVENDE MIDDELEN
CAMERATOEZICHT
MARKTVERORDENING
KANSSPELEN
BESTUURLIJKE BOETE
OMGEVINGSVERGUNNINGRAMPEN/CALAMITEITENAlGEMENE VOORWAARDEN