Home
Nederland
Algemene voorwaarden
Landelijk Actueel
Burger
Ondernemer
Gemeenten
Bestuurlijke Boete
Horecawetgeving
Omgevingsvergunning
Kansspelen
APV
Marktverordening
Brandveiligheid
BIBOB
Prostitutie
Verdovende middelen
Cameratoezicht
UWV

 
JEE
      LEX DURA

         JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT

 

 

 

 

 

 

9-09-2009 Branchering op de warenmarkt in strijd met de Dienstenrichtlijn ? gw08102009
In het kader van de Europese regelgeving zal voor iedere gemeente per 1 januari 2010 de zogenoemde Dienstenrichtlijn in werking treden. Dit besluit betekent dat overheidsorganen en dus ook gemeenten zo min mogelijk economisch belemmerende regels in hun verordeningen mogen openen. En dat gaat er dan over dat een buitenlandse ondernemers in een Europees land minimale belemmeringen in de weg mogen worden gelegd. En dat mogen al helemaal geen economische belemmeringen zijn. Branchering op de warenmarkt is een, bij uitsluiting van andere belangen, een economisch belang. Gemeenten die een dergelijk branchering betreffende de warenmarkt in hun beleid opnemen of daar uitvoering aan geven moeten er rekening mee houden dat dergelijke economische belemmering in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn kan zijn. JEEJAR gaat onderzoek doen naar de haalbaarheid van dergelijke economisch beschermende belangen. Maar het ziet er naar uit dat de branchering de langste tijd heeft gehad.
11-10-2009 Marktzaak bij rechtbank Dordrecht.
Afgelopen donderdag heeft een beroepszaak gespeeld die door een marktkoopman was ingediend tegen de gemeente Zwijndrecht. Daarbij speelde dat hij voor twee dagen van de markt was geschorst en dat de gemeente hem geen ontheffing wilde verlenen om op medische gronden de markt eerder te kunnen verlaten. Wat hij  dus wel had gedaan en waarvoor hij tegen een schorsing was opgelopen.
De betreffende gemeente had en heeft geen beleid vastgesteld. Noch in het kader het schorsend kunnen optreden noch in het kader van de ontheffing.
Bij de rechtbank werd ook duidelijk dat de namens JEEJAR naar voren gebrachte argumenten dat op schorsen het Europese Recht van toepassing is bodem vonden bij de rechtbank. En dan mag schorsen alleen maar indien er sprake is van een gedegen beleid en dan nog moet schorsen proportioneel zijn, dat wil zeggen een functie hebben.
Ten aanzien van de ontheffing deed de vertegenwoordiger van de gemeente direct al zoveel water bij de wijn dat de ontheffing bijna door de zittingszaal kwam aanwaaien. De marktkoopman, die al een verklaring van een arts had (niet zijn huisarts), mag op kosten van de gemeente naar een arbodienst voor een onderzoek. Die arbodienst kan trouwens niet veel anders dan de diagnose van de andere arts bevestigen. En na vaststelling daarvan, zo deelde de vertegenwoordiger van de gemeente mede, zal de gevraagde ontheffing wordt verleend.
Bijzonder is wel dat de bezwarencommissie het college in beide gevallen in het gelijk heeft gesteld. Dat zegt ook weer iets over het niveau en (on)partijdigheid van dergelijke commissie. Die in dit geval blijkbaar haar, voor een deel, broodheer niet in de hand wilde bijten en dat er terwijl er zoveel gebreken aan de besluitvorming van het college kleven.
Het blijkt maar weer eens dat een marktverordening alleen niet voldoende is.
8-04-2010 Gemeente Dordrecht loopt tegen schorsing op inzake de markt.
De gemeente Dordrecht wilde voor een tweede keer een marktkoopman een maatregel opleggen en in dit geval in de vorm van vier dagen niet verschijnen op de markt. Buiten iedere discussie daarbij is dat het in een dergelijk geval gaat om een zogenaamde criminal charge van artikel 6 EVRM. Dit betekent dat de gemeente heel zorgvuldig te werk moet gaan met het nemen van een dergelijk besluit. Tijdens de zitting bij de President van de rechtbank, Sector bestuursrecht, ontspon zich een discussie of de gemeente nu wel niet zonder beleid een dergelijk besluit mag nemen. De President is echter niet verder gekomen dan de constatering dat de marktkoopman geen zienswijzen had mogen inbrengen tegen deze nieuwe maatregel. De gemeente had in haar besluit aangegeven dat de marktkoopman toch al wist waarover het ging en sloeg derhalve de zienswijze fase over. Onterecht zo is de President van mening. Juist het feit dat er sprake is van een criminal charge dient een besluit met de nodige zorgvuldigheid en conform de Algemene wet bestuursrecht tot stand te komen. Volgens de President kon het besluit dan ook niet door de beugel en is het besluit van de gemeente geschorst tot zes weken na beslissing op het bezwaarschrift.
Wat echter bij de hele procedure van belang is is het feit dat de betreffende marktkoopman de maatregel werd opgelegd omdat hij, volgens de gemeente, meerdere keren te vroeg aan het inpakken was. Ter verdediging in het kader van het gelijkheidsbeginsel heeft de marktkoopman foto's gemaakt van de feitelijke omstandigheden op de markt. Resultaat van dit alles is dat er veel meer marktkooplieden te vroeg aan het inpakken zijn. Zelfs de gemeentelijke promotiestand was al ruim voor het einde van de markt leeg en verlaten. De marktcommissie zou volgens de marktmeesters verzocht hebben om een dergelijk bestraffend optreden. Het gevolg van het geheel zal zijn dat de gemeente veel marktkooplieden zal moeten aanschrijven. De gemeente die een soort sneeuwbal van de helling heeft geschopt die al naar beneden rollend steeds groter wordt cq er zullen steeds meer marktkooplieden een straf opgelegd krijgen met als gevolg lege plekken op de markt. Een volstrekt averechts effect. En de eerste sanctie was één dag en de tweede, thans geschorste sanctie, 4 dagen. Gelet op de uitspraak van de President heeft deze recht gesproken met een duidelijk doel van bezinning die in de bezwarenfase meer inhoud zal moeten gaan krijgen. Een ook de marktcommissie zal zich moeten beraden.
16-4-2010 Detailhandel valt onder Dienstenrichtlijn.
Het ministerie van Economsiche Zaken is er van uit gegaan dat de Winkeltijdenwet, die natuurlijk detailhandel regelt, niet onder de Dienstenrichtlijn zou vallen. De Europese Commissie denk daar blijkbaar anders over. De vraag is dus of die Winkeltijdenwet de toets van de Dienstenrichtlijn kan doorstaan. Dit heeft verre gaande consequenties. Niet alleen voor winkelbedrijven maar iedere vorm van detailhandel en dus ook voor de markt.
In vele marktverordeningen zijn regels opgenomen inzake aanvang en zogenaamde sluitingstijden van de markt. En wat als de marktkoopman eerder vertrekt. Zie hieronder ten aanzien van Dordrecht. Tevens kennen vele gemeenten als aanhangsel van hun marktverordening een brancheringslijst. Die is er om te voorkomen dat er te veel van het zelfde op de markt komt te staan. Maar dat is een belemmering van het vrije economsche verkeer en zoals het er nu uit ziet in strijd met de Dienstenrichtlijn. JEEJAR heeft de eerste procedures in voorbereiding. 

 

 

14 juli 2006 Braderieën met een commercieel karakter vallen onder marktverordening.
Er worden meer braderieën of andere feestelijkheden georganiseerd waarbij er sprake is van een toenemende mate van  commerciële verkoop.
De feesten op zich worden bij de gemeente vaak aangemeld als evenement. Het is echter aan de gemeente om door te vragen op hoe dat evenement zal worden ingevuld. Een rechtmatige vraag is of er ook verkoop zal plaatsvinden. Indien dat met ja wordt beantwoord dan gaan andere regels gelden.
Dit betekent dat het innemen van de commerciële standplaatsen valt onder de bijzondere wetgeving die daarvoor is bedoeld. En een bijzondere wet gaat nu eenmaal voor een algemene wet voor het specifieke gebied.
 In de meeste gemeenten in Nederland kent men een marktverordening en op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening een standplaatsen beleid voor commerciële standplaatsen. Na veel procedures bij de Raad van State is het commerciële standplaatsen beleid bij de meeste gemeenten ingebed in een maximum stelsel. En daarmee is een eind gekomen aan een lange discussie.
Echter nu duiken handelaren weer op in een nieuw circuit.
De economische politierechter heeft uitgesproken dat bij 3 keer standplaats innemen (op rommelmarkt, fancy fair, braderie etc.) er al sprake is van commerciële handel en moet de handelaar als zodanig als ondernemer ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. Daarbij komt dat vaak de uitstraling van de uitgestalde waren al duidelijk aangeeft dat er sprake is van commercie.
5 of meer handelaren bij een activiteit op straat brengt al met zich mee dat er in feite sprake is van een markt waar de marktverordening op van toepassing is.
Minder dan 5 commerciële handelaren moeten passen binnen het vastgestelde commerciële standplaatsen beleid. Als er sprake is van een maximum stelsel zal dit niet snel het geval zijn.
Hoe te handhaven, wij weten daar alles van, neem contact op met info@jeejar.nl
24 augustus 2006 voornemen toepassing dwangsom op de warenmarkt  van Almelo
In oktober van dit jaar zal de raad van gemeente Almelo een nieuwe marktverordening voorgelegd krijgen. Op basis van deze nieuwe verordening wil de gemeente Almelo een beleid opzetten voor het toepassen van een dwangsom maatregel. Dit beleid heeft alles te maken met de bezetting van de markt. Marktkooplieden laten het nogal eens afweten om op de markt te verschijnen waar zij een vaste standplaats toegewezen hebben gekregen. Dit betekent "gaten" in de markt en dat maakt een markt niet aantrekkelijk.
De aangekondigde maatregel van de gemeente betekent dat de gemeente het voornemen heeft om de, in de Algemene Wet Bestuursrecht geregelde, dwangsom maatregel als beleids instrument te willen inzetten. Een dwangsom is echter een handhavings middel met alle daarbij behorende zorgvuldigheids eisen.
Een dwangsom moet als doel hebben de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen.
Dit betekent dat er eerst sprake moet zijn van een overtreding. De marktverordening kent met betrekking tot de bezetting van de marktplaats vaste regels. Ook regels met betrekking tot vervanging op de betreffende marktplaats. Tevens mag een standplaatshouder een aantal keren niet aanwezig zijn (bijv. vakantie, ziekte). Pas als blijkt dat er sprake is van een overtreding van die voorschriften kan de gemeente handhaven.
Handhaving en het opleggen van een dwangsom moet gezien worden als een uiterste middel. Eerst moet de gemeente zich afvragen of er geen andere mogelijkheden zijn. Tevens is deze vorm van handhaving individueel gericht en het is maar de vraag om het doel van de gemeente om de dwangsom te gebruiken als beleidsmiddel om de markt vol te krijgen hiermee in overeenstemming is.
De standplaatshouder (marktkoopman of vrouw) heeft rechten. Voordat een dwangsom maatregel wordt opgelegd moet hij al aantoonbaar in overtreding zijn. Dit aantoonbaar in overtreding zijn kan de gemeente bewijsrechtelijk al voor grote problemen stellen. De standplaatshouder heeft, bij het voornemen van de gemeente om een dwangsom op te leggen, het recht om zijn zienswijzen naar voren te brengen. Na het opleggen van een dwangsom kan de standplaatshouder daartegen een bezwaarschrift indienen. Indien nodig kan de standplaatshouder ook nog in beroep bij de Rechtbank en zelfs in hoger beroep bij de Raad van State.
Standplaatshouder. Wilt u ondersteuning mail info@jeejar.nl. Ruim 25 jaar ervaring met de markt.
7 november 2006 Bestraffen marktkoopman in strijd met Europees Recht.
Er zijn gemeenten die een marktkoopman voor een bepaalde tijd schorsen. Dit betekent dat de betreffende marktkoopman gedurende een bepaalde tijd zijn standplaats niet mag innemen. Dit is in strijd met de geldende wetgeving. De gemeente mag een dergelijke maatregel niet zo maar opnemen en toepassen. Ook al vindt een ieder dat dit terecht is. De gemeente heeft niet zomaar een dergelijke bevoegdheid. Een schorsing mag geen straf zijn. Een schorsing moet een ander doel hebben ten behoeve van het ordelijk verloop op de markt.
Wilt u als marktkoopman of standplaatshouder weten wat uw rechten zijn. Neem contact met ons op: info@jeejar.nl.
20 februari 2007 Toepassen dwangsommen als straf mag niet.
Er zijn een aantal gemeenten in Nederland die een tarieven stelsel hebben opgenomen naar aanleiding van overtreding van de voorschriften van de marktverordening. Hieronder wordt daar verder aandacht aan besteed. Wat de gemeenten ook nog vergeten is dat ieder besluit om een straf op te leggen voor bezwaar en beroep vatbaar is. Dit betekent dat een marktkoopman ook rechten heeft om zich te verzetten tegen het voornemen om maatregelen tegen hem te nemen of tegen opgelegde maatregelen. Marktkoopman kom op voor uw recht.
Neem contact met ons op info@jeejar.nl
3 maart 2007 Veel marktverordeningen in strijd met de wet.
In Nederland is er geen enkele eenduidigheid met betrekking tot de regels die de gemeenten gebruiken voor de warenmarkt. De zogenaamde marktverordeningen vertonen grote afwijkingen en wat in feite nog erger is dat veel marktverordeningen bepalingen kennen die in strijd met het geldende recht en de jurisprudentie zijn.
Een marktverordening komt in de regels tot stand in het spanningsveld tussen individuele marktman/vrouw, marktbond, gemeente, marktmeester en de in de nabijheid gevestigde ondernemers. Alle regels hebben slechts één doel en dat is:  "het ordelijk verloop van de warenmarkt:
Juist omdat er veel individuele partijen en belangen zijn proberen de gemeenten de verordening daarop toe te schrijven. Dit resulteert in de regel in een wanproduct.
In de door JEEJAR onderzochte marktverordeningen ontbreekt het veelal aan objectieve criteria en wordt ten aanzien van de bevoegdheden van de marktmeester veelvuldig het woord "kan" gebruik. In bepaalde gevallen spreken verordening en uitvoeringsregels elkaar zelfs tegen.
Een verordening moet objectieve bepalingen hebben zodat diegenen die er mee te maken hebben weten waaraan zij toe zijn. Hiermee is de rechtszekerheid gedient en wordt willekeur voorkomen. Helaas ontbreekt het hier bij de diverse verordening nogal aan.

                                Wilt u uw verordening laten toetsen.
                   Neem contact met ons op info@jeejar.nl of telefonisch.
19 maart 2007 Aan welke eisen moet een marktkoopman voldoen.
In de diverse gemeentelijke verordeningen staat iets over de eisen waaraan een marktkoopman/vrouw moet voldoen.  De huidige trend is dat de marktkoopman moet aantonen dat hij:
"persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisaties".
Is dit duidelijk en objectiveerbaar? Neen. Een dergelijke bepaling is dermate vaag dat hier geen verplichtingen aan kunnen worden gesteld. Beter gezegd de gemeente kan aan een dergelijke vage inhoud geen rechten ontlenen om een vergunning te weigeren.

                  De gemeenten willen blijkbaar niet laten weten dat een inschrijving bij het
                                      CRK (Centraal Registratie Kantoor)
                                                     in feite voldoende is.
Dat een marktkoopman ook belasting moet betalen en zij auto moet verzekeren mag duidelijk zijn, echter een gemeente heeft daar niets mee te maken.
Dit geldt ook voor het inschrijvingen bij Bedrijfsverenigingen etc.

7 april 2008 op de markt is de gulden al lang geen daalder meer waard.
Is dat de schuld van de markthandelaren. Neen. Het is de schuld van de overregulering van de markten. Na een betrekkelijke rust van een aantal jaren blijken diverse gemeenten weer met hun markten aan de slag te gaan. Alleen hierbij wordt nogal eens vergeten dat ook markkooplieden ook rechten hebben. De markten staan door stedenbouwkundige veranderingen steeds meer onder druk. Gemeenten vergeten dat zij naam hebben gekregen op basis van hun markt. In de huidige economische ontwikkeling maken de markten nog maar een klein segment uit. Gevolg. Zij worden vaak gezien als overbodig en als sta in de weg voor ontwikkelingen in de binnenstad. Dat er regels en rechten zijn wordt dan vergeten.
Tevens zijn marktkooplieden zich niet bewust van de rechten die zij hebben. Rechten die voornamelijk voortkomen uit de marktverordening. Gemeenten die alleen maar verwijzen naar artikel 151 van de Gemeentewet, waarin staat geregeld dat de gemeenteraad een markt kan instellen of veranderen slaan de plank volkomen mis. Artikel 151 betekent dat gemeenteraden regels moeten vaststellen om de markt te reguleren. En daarmee ontstaan tevens rechten van de marktkooplieden.

 

19 mei 2006 Gemeente Borne
De gemeente Borne kijkt bij het toewijzen van standplaatsen naar het soort te verkopen product. De vraag is of in de huidige tijd een dergelijke beschermende maatregel nog wel mag. Heeft de gemeente een beleidsplan in dat kader vastgesteld waarbij wordt aangegeven hoeveel van een bepaald product wel of niet op de markt aanwezig mag zijn, dat is de vraag. Indien er een vrije plaats op de markt is en er is een marktkoopman die deze plaats wil innemen is maar de vraag of de marktkoopman op basis van zijn te verkopen product mag worden geweigerd. Dit is in feite in strijd met het vrije economische verkeer.
16 oktober 2006. De markt is gemeentebestuurders geen daalder waard.
Zonder in discussie te willen treden over de effectiviteit van bonden en in dit geval de marktbonden blijkt dat de marktkooplieden de bonden meer dan ooit nodig hebben om als één echt blok hun mening naar voren te brengen en hun belangen te verdedigen. De marktkooplieden doen er verstandig aan zich aan te sluiten. Hoewel een marktkoopman van huisuit een individualist is is zijn stem als één persoon slechts een roepende in de woestijn. De plaatselijke kranten willen deze individualist nog wel eens aan het woord laten komen, maar dan alleen als doel om de situatie op te stoken en verdeeldheid te zaaien. Diegene die daar garen bij spint is het gemeentesbestuur.
Er is in toenemende mate sprake van vernieuwingen in de binnensteden. Stedenbouwkundigen vinden daarbij de markt, als warenmarkt, alleen maar een sta in de weg en erg lastig. Dat er ook nog zo iets als een historische grondslag en een aandeel in het economisch proces laat hen koud. Op de tekentafel verdwijnt een markt dan gauw in he verdomhoekje.
Het is van essentieel belang, voor het behoud van de markten, dat er met één stem verweer wordt gevoerd tegen gemeentebesturen en dat er bonden zijn die de belangen van de markten in Den Haag goed kunnen verwoorden en verdedigen. Reclame op televisie alleen is niet voldoende om de markt "sterk" te maken.
20 februari 2007 De markt als economische factor.
De Nederlandse gemeenten hebben ieder voor zich een eigen marktverordening. Bijzonder daarbij is dat veel gemeenten een inhoudelijk afwijkende marktverordening hebben.}
In Nederland is er eigenlijk geen sprake van een model, zoals bij de Algemeen Plaatselijke Verordening. Middengrote en kleine gemeenten  houden er ieder een eigen principe op na aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. Deze situatie komt echter ook voor in midden en grote gemeenten.
Alles heeft te maken met de economische aspecten van deze tijd. Indien er een tijd is van schaarste en er is weinig vraag naar standplaatsen op de markt dan worden de regels weinig nageleefd en gaan de gemeenten snel over tot het soepel toepassen van eigen regels. Op het moment dat het goed gaat met de markt worden de regels aangescherpt. In de huidige tijd, waar het niet goed gaat, worden de regels soepel toegepast. Dit om te voorkomen dat er zogenaamde gaten in de markt voorkomen. Streng optreden betekent veel lege plaatsen en een zeer onaantrekkelijke markt en dus een neergaande spiraal van de aantrekkingskracht van de markt. Daar zit geen gemeente op te wachten. Gemeenten moeten echter ook de eigen vastgestelde regels naleven en handhaven. Daar zit veelal het probleem. Te veel regels brengt te veel handhaving met zich mee. Standplaatsen, dagplaatsen, standwerkers etc. De toezichthouders en in deze de marktmeesters zitten er maar mee.

 

 

 

Een besluit om één of meerdere markten in een gemeente toe te staan en de daarbij behorende regels worden meestal vastgelegd in een afzonderlijke verordening
de MARKTVERORDENING.

De Marktverordening is een samenstel van regels wat er wel en niet mag op een markt en waaraan de marktkooplieden zich te hebben te houden. In deze verordening wordt ook de mogelijkheid aan het college van burgemeester en wethouders gegeven om een marktdienst of marktmeester aan te wijzen. De verordening geeft dan tevens de mogelijkheid om diverse bevoegdheden van het college namens hen te laten uitvoeren door de marktmeester en zijn plaatsvervanger(s).

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft wel een model Marktverordening opgesteld. Echter in praktijk blijkt dat veel gemeenten er een eigen regelinggeving in de Marktverordening op na houden.
Dit betekent dat marktkooplieden die op diverse waren markten staan geconfronteerd worden met verschillende regels.
In de regel is de marktmeester dan ook het aanspreekpunt voor de koopman.
Dat er dan nog al eens sprake is van een verschil van mening vloeit in feite voor uit de diversiteit aan regelgeving en de wijze waarop deze wordt uitgelegd.

Hebt u problemen met uw markt  mail info@jeejar.nl .

 MARKTVERORDENING