J E E J A R
Juridisch Administratief Recht

 

 

 

 

 

 

   HORECA


 

Horeca wetgeving

 


 

28 december 2016. Raad van State deelt tik uit aan supermarkten met slijterij.
De slijtersunie heeft bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State weer haar gelijk gehaald en nu tegen de groot winkelbedrijven die naast een supermarkt tevens een slijterij exploiteren.
Veel groot winkelbedrijven hebben als extra een slijterij. Maar iedere reguliere slijter en aldaar aanwezige leidinggevende moet voldoen aan de leeftijdseis van 21 jaar en de eis van het in bezit hebben van een verklaring van sociale hygiëne. De slijterij mag alleen voor het publiek geopend zijn als een leidinggevende die aan die eisen voldoet in de inrichting aanwezig is.
Bij de supermarkten wordt daar anders mee omgegaan. Als iemand in die, kleine, slijterij alcohol wil kopen dan komt er in de regel iemand van de service balie om de klant te helpen of een hulp uit de winkel die dat doet.
Conclusie van de Raad van State in de uitspraak is dat het huidige handelen van de supermarkten onjuist is en dat dat in die slijterij, die wordt gezien als afzonderlijke inrichting, gewoon iemand permanent moet staan die moet voldoen aan de in de Drank- en Horecawet gestelde eisen van 21 jaar en in het bezit is van de verklaring sociale hygiëne en ook nog eens moet voorkomen op de door de burgemeester verleende vergunning. Veelal hebben die, kleine slijterijen, wel een vergunning met een leidinggevende maar daar is geen controle op door de gemeente. Door de uitspraak van de Raad van State wordt dat nu makkelijker omdat diegene die als leidinggevende op de vergunning staat tijdens de openingsuren gewoon in de slijterij moet staan en niet elders in de winkel werkzaam mag zijn. En als de  supermarkten met een slijterij zich hieraan niet houden dan kan iedere belanghebbende slijter bij de burgemeester vorderen dat er gehandhaafd wordt. Dus moeten de supermarkten maar eens doorrekenen of het permanent aanwezig moeten zijn in die slijterij van een vakbekwame leidinggevende nog wel opweegt tegen de opbrengst van de slijterij. En de burgemeesters van Nederland kunnen hun borst nat maken gelet op de komende verzoeken om te handhaven.

7 juli 2016. Slijters Unie daagt verkeerde partij (VNG) voor de rechter.
In het verleden heeft het Bureau Eerlijke Mededinging (BEM) ook al een keer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zonder succes voor de rechter gedaagd. De rechter gaf daarbij aan dat de plaatselijke horeca ondernemers of plaatselijke afdelingen van de Koninklijke Horeca Nederland het gemeentebestuur van die plaats direct op handhaving moet aanspreken en niet de VNG.
In de huidige situatie speelt in feite het zelfde.
Waar het om gaat is dat slijters willen voorkomen dat winkels naast hun gebruikelijke producten ook alcoholhoudende drank verkopen. Dat wordt "blurring" genoemd. Dus branche vervaging maar dan met verkoop van alcoholhoudende drank. Nu is die verkoop van alcoholhoudende drank en vooral sterke drank aan strakke regels gebonden in de Drank- en Horecawet. Bij alcoholverkoop behoren vakbekwaamheidseisen, inrichtingseisen en in de afgelopen jaren ook zeer strakke leeftijdseisen. En alleen al die leeftijdseisen worden vaak niet nageleefd en zijn blijkbaar maar moeilijk handhaafbaar. Wat als er straks in feite duizenden verkooppunten bijkomen. Maar dan moet wel eerst de Drank- en Horecawet worden gewijzigd. En zo lang die wet niet is gewijzigd zullen de plaatselijke slijters de rechter aan hun kant vinden tegen het blurring omdat daar de Drank- en Horecawet daarbij met voeten wordt getreden. Een boekenwinkel mag nu eenmaal geen wijn verkopen evenmin als een kledingwinkel.

14 april 2016 De slijters Unie daagt de VNG voor de Rechter.
Zoals hieronder op 26 februari 2016 als is aangegeven willen 40 gemeenten bewust de Drank- en Horecawet overtreden op instigatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG wil een soort pilot promoten dat er een stukje horeca in winkels wordt toegestaan. Dit wordt ook wel blurring genoemd.
De Rechtbank Overijssel was recent trouwens er snel klaar mee en vernietigde een besluit van de burgemeester van Zwolle die had toegestaan dat in een boekenwinkel, onder de mom van en dat bij de culinaire boeken ook hoort dat er een wijntje wordt geschonken. De Rechtbank oordeelde dat de Drank- en Horecawet een mogelijkheid tot het houden van een pilot niet toestaat. En dat is volledig terecht. Deze wijze van handelen betekent een volledige kentering in zake verantwoord alcoholgebruik en de doelstellingen van de Drank- en Horecawet. En dat is dus niet voor de gemeenten maar voor de formele wetgever en dus de regering en de Tweede en Eerste Kamer.
Ook de diverse afdelingen van Horeca Nederland doen er goed aan dit soort ontwikkelingen in hun gemeenten goed in de gaten te houden en zo nodig handhaving af te dwingen bij de burgemeester en wil die burgemeester dat niet deze direct voor de rechter te brengen in een verzoek om voorlopige voorziening.

26 februari 2016 Zwolle en 40 gemeenten willen Drank- en Horecawet bewust overtreden.
In Zwolle en 40 andere gemeenten wil het College toestaan dat er in winkels, bijvoorbeeld de schoenenwinkel of kledingzaak ook alcoholhoudende drank wordt geschonken. Bestuurlijk gezien is dat geen verantwoordelijkheid (meer) van het College, maar valt dat onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Initiatief daarbij ligt volgens zeggen bij de VNG.
In de Drank- en Horecawet is sinds 1968 opgenomen dat horeca geen detailhandel mag drijven en dat detailhandel geen alcohol mag schenken, met de uitzondering van de supermarkten. Alle alcoholhoudende drank moest zelf bij de benzinestations verdwijnen (een totaal verbod). En slijterijen in supermarkten moeten aan specifieke inrichtingseisen voldoen wat zelfs bij een besluit nog nader is uitgewerkt.
En het zogenaamde tappen en slijten is door horeca ondernemers is verboden. Daardoor zijn slijterijen ontstaan. En dat betekent dus zwak-alcoholhoudende drank en sterke drank. Een doodsteek voor de slijterijen.
Nu is het handhaven van de leeftijd van 18 jaar al haast onmogelijk. Bij dit experiment kan dit deel van de doelstelling van de wet al helemaal overboord worden gegooid.
En mag die winkel alleen flessen verkopen of mag er ook getapt worden. Dan valt een dergelijke winkel toch onder de reguliere eisen van de Drank- en Horecawet ?
Indien een gemeente een dergelijk besluit neemt dan kan een slijterij daar tegen bezwaar indienen en direct naar de voorzieningenrechter stappen in verband met het overtreding van de Drank- en Horecawet en ook de burgemeester verzoeken te handhaven.
Deze handelswijze is aan de wetgever en niet die van de plaatselijke uitvoerder van deze zogenaamde gebonden wet. Of in Nederlands, je mag er niet van afwijken.

29 augustus 2014. Broekjes als controleur Drank- en Horecawet.
Gemeenten zouden te oude toezichthouders in dienst hebben om controle op de naleving van de Drank- en Horecawet effectief te laten zijn. Veel van de toezichthouders zijn in de regel ook bezig als parkeercontroleur en zijn veelal bekend bij de horeca ondernemers. Als deze dames/heren binnenkomen in een horecabedrijf vallen zij blijkbaar meteen op.
Om dit euvel te ondervangen is het Politie Opleidingen Centrum Nederland druk op zoek naar jongeren die in een soort stoomcursus van twee weken moeten worden omgebouwd tot toezichthouder Drank- en Horecawet. Deze toezichthouders zijn wat er staat, toezichthouders. Dus geen Buitengewoon opsporingsambtenaar. En dat betekent dat meldingen en rapportages van toezichthouders op een weegschaal gelegd moeten dan wel kunnen worden. En als deze toezichthouders eenmaal in actie zijn gekomen dan zullen zij snel bekend zijn. Een smartphone foto is zo gemaakt en dan staan de toezichthouders binnen de kortste keren op internet. Indien de gemeenten iets willen doen aan effectief toezicht in de horeca en levensmiddelen branche dan zal daar een andere oplossing voor dienen te worden gekozen. Welke, dat is het geheim van deze smid.

13 januari 2014. Uitlokken verkopen drank onder de 18 jaar is aanzetten tot een strafbaar feit.
Henk Westbroek is blijkbaar het slachtoffer geworden van de handhavingsdrift van de burgemeester van zijn gemeente Utrecht. Als horeca ondernemer is hij tegen € 1.200,00 boete aangelopen omdat er uitlokkende jongere van 17 jaar in zijn horecabedrijf een glas wijn kon bestellen.
De gemeente heeft echter deze 17 jarige jongere aangezet tot het plegen van een strafbaar feit. Het is deze jongere namelijk op grond van artikel 45 van de Drank- en Horecawet verboden om die alcoholhoudende drank in bezit te hebben. Die jongere is bij het in ontvangst nemen van dat glas wijn zelf ook strafbaar geworden. Heeft de politie tegen die jongere een proces-verbaal opgemaakt. Henk Westbroek doet er goed aan gewoon aangifte te doen bij de politie. Artikel 45 Drank- en Horecawet is, anders dan de rest van deze wet, van strafrechtelijke aard.
Daarbij komt dat dus dat de burgemeester jongeren onder de 18 jaar aanzet tot een strafbaar feit. En de Hoofdofficier van Justitie gaat over de strafbare feiten in zijn gebied. Een dergelijke jongere die zich daar voor laat gebruiken kan dan een leuk strafblad opbouwen.


8 januari 2014. Supermarkten onnodig in paniek verkoop alcohol.
In de Drank- en Horecawet is het volgende gesteld.
Artikel 20
1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

2. Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, anders dan onder toezicht van een persoon van 21 jaar of ouder.

3. De vaststelling, bedoeld in het eerste en tweede lid:

a. geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen andere wijze;

b. blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.

De onnodige angst zit hem in in de woorden "kennelijk bestemd". Dat een ouder die een "kind" meeneemt opeens geen alcohol zou mogen komen is natuurlijk te gek voor woorden. Daarbij komt dat de betreffende regeling in feite betrekking heeft op horeca inrichtingen en daar ooit ook voor bedoeld is geweest. En dat is heel wat anders dan winkel verkoop. Dit doorgeslagen toezicht van de supermarkten zou in feite betekenen dat een kind niet eens meer vrij zou staan om met een ouder boodschappen te doen aangezien dat een belemmering zou betekenen voor het doen van boodschappen. En dat lopen we toch al snel aan tegen het Europese Verdrag tot Bescherming van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Hoe moet een supermarkt nu hard kunnen maken dat alcoholhoudende drank die door een ouder wordt gekocht in het bijzijn van een kind "kennelijk is bestemd voor" dat kind. Daar kan trouwen een toezichthouder die namens de burgemeester moet optreden ook nooit geen bestuurlijke boete voor opleggen aangezien de bewijskracht volledig ontbreekt. En wat er in de huiselijke situatie aan de hand is heeft te maken met het huisrecht.

4 januari 2013. Gewijzigde Drank- en Horecawet in werking.
En de wijziging begint meteen al met een valse start. Zelfs politie en justitie doen daar aan mee inclusief de Nederlandse media. Er wordt gesteld dat het algehele alcoholverbod voor 16 jarigen op 1 januari 2013 is ingegaan. De politie wijst op haar websites naar artikel 45 Drank- en Horecawet en zelfs op het uitdelen van boetes van € 45,00 per overtreding.
Maar dan moet wel eerst de Drank- en Horecawet opnieuw worden gewijzigd. De per 1 januari jongstleden in werking getreden wijziging spreekt nog steeds van een verbod voor jonger dan 16 jaar voor zwak-alcoholhoudende drank en een sterke drank verbod voor jonger dan 18 jaar.
Dus het algemene alcoholverbod voor onder de 18 jaar is nog steeds niet van kracht. De wetswijziging moet eerst nog door het parlement worden bekrachtigd en dat terwijl de leeftijdsgrens voor de huidige wijziging al uitvoerig in de Tweede Kamer is besproken en de leeftijd is gehandhaafd op 16 jaar.

3 januari 2010.  Horeca convenanten juridisch gezien goed voor de prullenbak
In het kader van  “Veilig Uitgaan” worden er op aanzet van Koninklijke Horeca Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Ministeries van BZK en Justitie, Politie, Openbaar Ministerie en Bedrijfschap Horeca en Catering, convenanten afgesloten tussen gemeenten ent horeca ondernemers.  In het juridische vakblad  De Gemeentestem  (nr. 7328/125, van 12 december 2009) is de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 mei 2009 opgenomen inzake de gemeente Rijswijk. In deze gemeente zijn convenanten afgesloten met horeca ondernemers. In de bij deze uitspraak geschreven annotatie wordt het horecaconvenant omschreven als niet meer dan een verklaring van goede wil die niet gebruikt kan worden  voor toezicht of handhaving. Een horecaconvenant is dan ook niet meer dan een papieren tijger en dat zelfs dan nog zonder tanden. Ook wordt er op gewezen dat convenanten eigenlijk goed zijn om politiek te scoren, maar meer ook niet.
Bijzonder is dan eigenlijk wel dat zoveel partijen achter een horecaconvenant staan terwijl de inhoudelijke gevolgen gelijk nul zijn.

11 november 2009. Minister van Justitie dwars over horeca eisen heen.
In het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet staan de eisen waaraan een horeca ondernemer moet voldoen om een vergunning te krijgen of zijn vergunning niet te verliezen. Veel gemeenten in Nederland kennen naast de horecavergunning ook nog eens een exploitatievergunning voor horecabedrijven. In veel gemeenten worden daarbij de zelfde eisen gesteld aan de horeca ondernemers. Maar die zelfde horeca ondernemer hebben een probleem indien een gemeente niet aansluit bij het Besluit eisen zedelijk gedrag maar vraagt om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Wat blijkt. De Minister van Justitie stelt veel hogere eisen aan de VOG dan de eisen in het Besluit eisen zedelijk gedrag. Er loopt thans een procedure waarbij een persoon als medewerker in een coffeeshop, waarvan de burgemeester van die gemeente had aangegeven dat die dicht moest, door controlerende politieambtenaren zijn naam en personalia moest opgeven. Dit opschrijven door die politieambtenaren is in het Justitieel Documentatie Systeem register terecht gekomen. Politie heeft de medewerker niet gehoord en de feitelijke ondernemer en leidinggevende heeft tijden die controle bij die politieambtenaren nog aangegeven verantwoordelijk te zijn. Maar toch duikt de vermelding van die politieambtenaren op in het JDS. De medewerker vraagt een VOG aan en krijg hem niet. Een andere medewerker die ook aanwezig was tijdens de politie controle maar die niet is opgeschreven heeft die VOG wel gekregen. Niet vervolgd voor welk strafbaar feit dan ook laat staan veroordeeld en voor de rest een blanco strafregister maar geen VOG. De Minister van Justitie is de verhouding tussen het Besluit eisen zedelijk gedrag en de VOG op het scherp aan het zetten. Die zelfde Minister die eigenlijk wil dat het Besluit wordt ingetrokken maar dat tot op heden niet voor elkaar heeft gekregen. Voor iedereen geldt, één notitie van een politieambtenaar en u kunt uw baan vergeten.

31 oktober 2008. Voedsel en Waren Autoriteit laat na klacht op zich wachten.
Een schriftelijke melding inzake overtreding van de Drank- en Horecawet op 3 juni 2008 wordt bij brief van 29 oktober 2008 door de VWA beantwoord. Dus bijna 4 maanden later. En de conclusie van de VWA de overtreding is niet meer aanwezig dus doen wij niets meer. Echte ambtenaren. Lang achter het bureau blijven zitten dan lost het probleem vanzelf op. Dat is nog eens adequaat reageren op een melding.

15 januari 2008. Activiteitenbesluit zorgt voor toename bestuurlasten voor de ondernemer.
Per 1 januari 2008 is de nieuwe regeling betreffende milieubeheer in werking getreden. Daarmee zijn meerdere besluiten komen te vervallen en zijn de regels opgenomen in één nieuw besluit het zogenaamde Activiteitenbesluit. Horeca ondernemer kunnen met hun melding inzake de milieuwetgeving in eerste instantie niet meer terecht bij de gemeenten maar moeten via de website van VROM en afzonderlijke weblink volgen en daarbij vele, vele vragen lezen en beantwoorden. Ook veel vragen die niets met de horeca van doen hebben komen ter sprake. Het nieuwe systeem is niet bepaald ondernemers vriendelijk te noemen. En er zijn ook nog altijd horeca ondernemers die niet zo goed weg kunnen met de computer laat staan dat zij het internet opgaan. Indien een ondernemer wil weten of hij ergens aan moet voldoen dan zal hij deze elektronische weg moeten volgen. Leuker konden ze het op het ministerie van VROM niet maken maar blijkbaar ook niet makkelijker. Er is duidelijk sprake van haastwerk waar niemand op zit te wachten en vooral de ondernemers niet.

10 januari 2008. BEM en Koninklijk Horeca Nederland geven opening voor paracommercie.
Op grond van opgevraagde bescheiden bij de gemeente Almelo is er aldaar in een wijk sprake van een zwaar, door het rijk, gesubsidieerd wijkgebouw inclusief restaurantbedrijf waar goedkope maaltijden worden aangeboden. De vestiging van het restaurantbedrijf is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De BEM in samenspraak met Afdeling Almelo van Koninklijke Horeca Nederland heeft kennis van de situatie maar heeft via het Dagblad Tubantia aangegeven hier geen actie te zullen ondernemen en de zaak te willen aanzien.
Is er hier sprake van een opening in de rigide opstelling van de BEM ten aanzien van oneerlijke concurrentie in de horeca. Is er dan tevens niet sprake van een opening ten aanzien van de zogenaamde bierketen. De opstelling van de BEM ten aanzien van de Almelose situatie kan moeilijk anders worden uitgelegd. Waarom de BEM nu zo coulant is is onduidelijk of het moet gaan om een afweging aan wie de maaltijden ten goede komen. Maar zonder een duidelijk beleid begeeft zich ook de BEM zich op een hellend vlak.

4 december 2007.  Koninklijke Horeca Nederland moet haar eigen leden de regels bijbrengen.
In horecabedrijven is het in de huidige tijd blijkbaar de gewoonte om aan personen, zelfs beneden de leeftijd van 16 jaar Appfelkorn (18% alcohol) te verkopen of bier. De prijzen van deze producten is lager dan die van frisdrank. Zo wordt het dus nooit wat in Nederland. Ook de regering zou eens initiatief moeten tonen door de btw op de frisdranken te verlagen. Jongeren drinkgen nu zelfs alcohol omdat dat goedkoper is dan frisdrank. Dit is de wereld op zijn kop.
Daar valt de problematiek van de bierketen bij in het niet. Laat de KHN er maar voor zorgen dat de prijzen van frisdrank in de horeca aantoonbaar lager zijn. Dan zijn we op de goede weg.

4 december Koninklijk Horeca Nederland en de privacy wetgeving
De KHN wil in Twente namen van personen die in de horecaoverlast geven op het internet zetten en deze gegevens toegankelijk maken voor alle Twentse horeca ondernemers. Een dergelijke "zwarte lijst" moet als zeer privacy gevoelig worden beschouwd. Mag een particuliere organisatie zo ver gaan dat zij personen openbaar aan de schandpaal gaat nagelen. Iedere individuele horeca ondernemer mag overlast gevende personen een toegangsverbod geven. Maar publiceren van namen op het internet gaat aanmerkelijk verder. Wat zegt het College bescherming persoonsgegevens hiervan. Of is dit weer een onderdeel wat niet onder de prioriteiten valt van dit college. Het registeren van namen valt ook nog eens onder de Wet bescherming persoonsgegevens.

27 oktober 2007. Drinkketen worden opgejaagd.
De landelijke jacht naar de drinkketen is geopend. Uit onderzoek zou blijken dat de jeugd in de drinkketen twee keer zoveel alcohol naar binnen giet dan in de reguliere horeca. Dat kan ook wel kloppen aangezien de drank in de reguliere horeca ook dubbel zo duur is. Daarnaast zou uit het onderzoeksrapport blijken dat ouders toezicht hebben op de drinkketen. Dat geeft dan vervolgens weer aan hoe de ouders over de drank misbruik van hun kinderen denken. Blijkbaar niets. De keten zullen wel verdwijnen. Daar zullen dan heel snel particuliere schuren en garages voor in de plaats komen. Die vallen weer onder de bescherming van de privacy. In een woning mag tenslotte ook ieder weekend wel een drink gelach worden gehouden voor vrienden en bekenden. Wordt het beoogde doel er mee behaald. Natuurlijk niet. Zo lang de mensen zich niet bewustzijn wat het uiteindelijke resultaat is van de drank misbruik en hoe groot de maatschappelijke kosten op den duur zullen zijn om al die drankmisbruikers te moeten behandelen en te verzorgen en wat de lichamelijke schade is die drankmisbruik met zich meebrengt, zo lang zal er niets veranderden en zal geen enkele maatregel succes hebben. Letterlijk vechten tegen de bierkaai.

21 oktober 2007. Horeca op het platteland gaat makkelijk om met sterke drank.
Naar aanleiding van gesprekken met jongeren in Twente blijkt dat er in deze regio er horecabedrijven zijn die een regionale functie hebben die sterke drank schenken aan jongeren. Zelfs onder de 16 jaar, met de waarschuwing: "je moet er wel voorzichtig mee omgaan". Drankjes van meer dan 40 procent alcohol is daarbij blijkbaar geen uitzondering.
Maar ook de ouders schijnen er niet wakker van te liggen.

12 oktober 2007. Rijk denkt aan regelgeving die 40-45 laten herleven.
Indien een jongere op straat loopt en hij of zij blijken te hebben gedronken, bijv. thuis of bij vrienden, dat wil de regering daarop een boete zetten. En als het even kan ook nog de ouders aansprakelijk stellen. Dus jongeren worden in de toekomst massaal in de nachtelijke uren aangesproken en waarschijnlijk beboet. Hoe zit dat met de meerderjarigen of onze politieke vertegenwoordigers. Een lekker wijntje in het restaurant, een wandeling in de straten van Den Haag, aangehouden, blazen, boete. Dus regering begin bij u zelf.

17 augustus 2006. Het ijzer is heet genoeg om nieuwe regels te maken.
Tijdens de zomermaanden komen meer en meer problemen op tafel over het overmatig alcoholgebruik van zeer jongeren. Maar wie faalt er nu. De winkelbedrijven, de horeca, de ouders of de jongeren zelf. De horeca zit met de handen in het haar inzake de controle op de leeftijd. Vooral voor de grote zaal houders ligt er een probleem. Een jongere onder de 16 mag wel de horeca in maar er mag geen alcoholhoudende drank aan hem/haar worden verkocht. Er zijn al horecabedrijven die in de weekenden geen jongeren onder de 18 jaar meer toelaten. Kun je niet aantonen dat je 18 of ouder bent dan kom je er niet in.
Het zou een zeer verstandig ding zijn om het in bezit hebben van zwak-alcoholhoudende drank door jongeren onder de 16 jaar en sterke drank onder de 18 jaar, in de openbare ruimte en voor publiek toegankelijke ruimte, strafbaar te stellen.
Risico is wel dat volgend jaar de jongeren met vakantie gaan uitwijken naar het buitenland waar zij zich dan alsnog kunnen uitleven. Van een dergelijk toerisme is al een aantal jaren sprake. Dus op internationaal niveau is er ook nog het nodige te winnen.

15 juni 2007. Afspraken tussen Rijk en VNG verplichten gemeente tot horeca handhaving.
Het Rijk en de VNG hebben bindende afspraken gemaakt. Eén van die afspraken is dat de Drank- en Horecawet zal worden gewijzigd en dat het toezicht op de horeca inrichtingen overgaat naar de gemeenten. Onduidelijk is nog of dit dan een exclusiviteit gaat worden. Dus geen verantwoordelijkheid meer bij de Voedsel en Waren autoriteit noch bij de politie. Indien dit zo is dan worden de gemeenten verplicht om hun organisatie daarop aan te passen. Toezicht is iets van 24 uur per dag en zeven dagen in de week. Dit vergt een heel andere werkwijze. De uitvoerende en handhavende gemeente zal dan alleen nog kunnen bouwen op de eigen toezichthouders. Op dit moment is het zo dat de politie nogal eens wordt gevraagd om naar bepaalde zaken te bekijken, terwijl politieambtenaren in de huidige Drank- en Horecawet, niet zijn aangewezen als toezichthouders en in feite niets voor de gemeenten kunnen betekenen. Alleen de Voedsel en Waren autoriteit (voormalige keuringsdienst van waren, Inspectie Drankwet) heeft op dit moment toezichthoudende bevoegdheid. En wat dat betekent weet iedere gemeente. Niet voor niets wordt de toezichthoudende taak naar de gemeenten doorgeschoven. Het Rijk zal de gemeenten echter financieel moeten compenseren om gemeentelijk toezicht daadwerkelijk te realiseren. De Drank- en Horecawet zal verder worden aangepast en de bevoegdheid zal van het college van burgemeester en wethouders worden overgeheveld naar de burgemeester.
  

 

                                                       11 april 2007
     Voedsel en Warenautoriteit gaat ten opzichte van gemeenten buiten haar boekje.

                                              Zie horecawetgeving klik  hier

 

12 juni 2006
Het midden en kleinbedrijf klaagt over de wijze van controle door de Voedsel en Waren Autoriteit (Inspectie Drankwetgeving) met betrekking tot de verkoop van alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 16 jaar in de supermarkten. Daarnaast worden er bestuurlijke boeten uitgedeeld indien blijkt dat een persoon van 16 jaar of ouder de alcohol te hebben gekocht voor personen beneden die leeftijd. Deze koppelverkoop is verboden (Drank- en Horecawet) maar niet te controleren voor de winkelbedrijven. Het MKB geeft aan rechtelijke procedures te zullen beginnen tegen het opleggen van dergelijke boeten.

 

 

HOMEACTUEEL
GEMEENTEN
HORECA
UWV
BURGER
ONDERNEMER
APV
BIBOB
PROSTITUTIE
VERDOVENDE MIDDELEN
CAMERATOEZICHT
MARKTVERORDENING
KANSSPELEN
BESTUURLIJKE BOETE
OMGEVINGSVERGUNNINGRAMPEN/CALAMITEITENWMOAlGEMENE VOORWAARDEN

 

                                               28 December 2016