TWEEDE DE ZIENSWIJZEN VAN MEVROUW OKCI AAN HET COLLEGE VAN B&W
OP HET VOORNEMEN OM DE DOOR HAAR GEVRAAGDE VERGUNNINGEN TE WEIGEREN.
                                NA HET INZIEN VAN HET EERSTE EN TWEEDE BIBOB ADVIES.

JEE

         DURA  LEX

       JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT

 

Home
Terug

3-02-2009 Drie BIBOB adviezen over ťťn en de zelfde situatie is ongehoord.
Het mag duidelijk zijn dat indien het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie om advies wordt gevraagd dat er dan ťťn advies wordt gemaakt. Echter onder invloed van de burgemeester van Almelo is er niet sprake van ťťn maar van drie adviezen die op saillante details aanmerkelijk van elkaar verschillen. Vooral de meest pijnlijke conclusie die het Bureau BIBOB in het eerste rapport heeft opgenomen is in het tweede rapport volledig herschreven. En zelfs over het derde rapport heeft de burgemeester van de gemeente Almelo nog drie telefoongesprekken gevoerd met het Bureau BIBOB. Onduidelijk is waarover die telefoongesprekken zijn gegaan. De schijn van beÔnvloeding  op de BIBOB adviezen komt hier naar voren. Het Bureau BIBOB verweert zich niet in haar adviezen op het commentaar van de burgemeester van Almelo. En dat is opmerkelijk. Indien een opdrachtgever vragen heeft (vergewisplicht) dan mag er toch van de adviseur worden verwacht dat er in een nieuw aangepast advies hierop wordt gereageerd. In de BIBOB adviezen twee en drie niets van dat alles. Hieronder de zienswijzen naar aanleiding van het inzien van het eerste en tweede advies.

 

 

Geacht college,

Bij brief van 9 december 2008, hebt u het voornemen aangekondigd om de door cliŽnte, mevrouw A. Okci  xx, gevraagde vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet (hierna de wet) te zullen gaan weigeren.

De basis van uw voornemen tot weigering is gebaseerd op het advies van het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie. Het Bureau BIBOB heeft op 24 oktober 2008 advies uitgebracht.

 Bij brief van 22 december 2008 heb ik aangegeven dat ondergetekende uit de aanbiedingsbrief is gebleken, van het door u voor cliŽnte en ondergetekende ter inzage gelegde BIBOB advies (3e) is gebleken dat er over de zelfde zaak meer BIBOB adviezen zijn uitgebracht en over de laatste (3e) versie zelfs nog drie telefoongesprekken zijn gevoerd. 

Bij brief van 9 januari 2009 hebt u in verband met vorenstaande cliŽnte en ondergetekende in de gelegenheid gesteld om ook het 1e en 2BIBOB advies in te zien. In deze brief staat echter dat bij het inzien van het 3e  BIBOB advies cliŽnte en ondergetekende gewezen zouden zijn op de aanwezigheid van de twee eerdere adviezen en dat wij daarbij ďexplicietĒ zouden zijn gewezen op de mogelijkheid om het 1e en 2e advies eveneens in te zien. Deze stelling in uw brief is niet overeenkomstig de waarheid. Tegen die onwaarheid is dan ook een klacht ingediend.

 

Op 20 januari 2009 hebben cliŽnte en ondergetekende het 1e en 2e BIBOB advies kunnen inzien. Bij de aanvang van het inzien heb ik gevraagd om tevens inzage te krijgen in de bij de adviezen behorende aanbiedingsbrieven van het Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie (hierna Bureau). Hierbij hebben wij alleen inzage gekregen in de aanbiedingsbrief behorende bij het 1e BIBOB advies en werd ons door de ambtenaren medegedeeld dat bij het 2e BIBOB advies geen sprake zou zijn van aanbiedingsbrief. Dit is ongeloofwaardig. Aangezien zowel bij het 1e  als bij de 3e advies er wel een aanbiedingsbrief van het Bureau aanwezig is. Niets anders kan worden geconcludeerd dan dat ons nadrukkelijk informatie is onthouden. 

In artikel 3:9 Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) staat: ďindien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevondenĒ. De aanwezigheid van drie BIBOB adviezen over de zelfde situatie gaat volstrekt voorbij aan het gestelde in artikel 3:9 Awb. Daarbij komt dan ook nog dat over het 3e advies drie telefoongesprekken hebben plaatsgevonden tussen de burgemeester van de gemeente Almelo en het Bureau BIBOB. Hieruit kan niets anders worden geconcludeerd dan dat er sprake is geweest van een directe invloed van de burgemeester op de inhoud van de adviezen. Hierover later meer. 

Bij het inzien van de adviezen kan vervolgens niets anders worden geconcludeerd dan dat er sprake is van verdenkingen die op geen enkele wijze hard gemaakt kunnen worden. Rekeningen die op naam van A. Okci zijn gesteld hebben geen enkel aantoonbaar bewijs dat de, thans vermeende,  echtgenoot van cliŽnte zakelijk direct verantwoordelijk zou zijn voor de bedrijfsvoering. Adresseringen en te naam stellingen aan cliŽnte staan ook op haar naam A. Okci.
De, thans vermeende, echtgenoot van cliŽnte kan de bedragen die geÔnvesteerd zijn niet eenduidig benoemen omdat hij daar geen wetenschap van heeft. Dat heeft alleen cliŽnte en haar boekhouder. Voor het overige zijn er veel zaken aangehaald die van horen zeggen zijn.

 

CliŽnte heeft zelf met de aan de overzijde van haar horeca pand gevestigde horeca ondernemer en een medewerker gesproken. Daar is de, thans vermeende, echtgenoot van cliŽnte niet direct bij betrokken of aanwezig geweest. De hele stelling in het BIBOB advies over zaken die in dat kader ook nog eens van horen zeggen zijn komen daardoor in een heel ander daglicht te staan. Van een onderzoek van de zijde van justitie in dat kader is cliŽnte tot op heden niet gebleken. 

Dat de, thans vermeende, echtgenoot van cliŽnte zeer ontdaan was bij de ontruimingen van het terras op grond van bestuursdwang door de gemeente, waarbij een politiemacht aanwezig was om deze te ondersteunen, is zeer begrijpelijk. Met name nu de Overijsselse Ombudsman op 5 januari 2009 ten aanzien van die actie van de gemeente heeft uitgesproken dat ďde bestuursdwangprocedure: onbehoorlijkĒ is geweest en ďhet niet voeren van regie bij handhavend optreden: onzorgvuldigĒ is geweest. Aanvullende hierbij kan worden vermeld, anders dan in het BIBOB advies staat vermeld, dat bij de tweede bestuursdwang actie twee dagen later ook daarbij politie betrokken was. Het ontdaan zijn over de ontruimingen was ook van toepassing op het overige personeel  van het horecabedrijf van cliŽnte en natuurlijk cliŽnte zelf. En gezien het oordeel van de Overijsselse Ombudsman derhalve volkomen terecht. 

Het Bureau matigt zich zelf een oordeel toe, op grond van de door haar zogenaamd gevonden bevindingen, die alleen toekomt aan de rechterlijke macht. Daarbij neemt het Bureau ook nog een standpunt in die alleen toekomt aan medische specialisten in het kader van kans op herhaling. Onduidelijk is hoe het Bureau aan die ďwijsheidĒ komt. 

In het rapport wordt meerdere keren stilgestaan betreffende het illegaal verbouwen door cliŽnte en het feit dat er in dat kader cliŽnte ook wat te verwijten zou zijn. Ondertussen is het college op grond van de Woningwet en de Wet op de Ruimtelijke Ordening overgegaan tot het verlenen van de bouwvergunning voor het verbouwen van de inrichting. Dit betekent niet alleen dat er thans sprake is van een legale situatie maar werpt nog nadrukkelijker de vraag op waarom cliŽnte vanaf juni 2007 ten aanzien van haar verzoek om bouwvergunning zo is tegengewerkt.

 

In begin januari 2008 is informatie van de zijde van Justitie versterkt  aan de burgemeester waardoor er op dat moment blijkbaar is geconcludeerd dat er geen sprake meer zou kunnen zijn van legalisatie. Het is onduidelijk over welke informatie het hier gaat en wie de aanzet heeft gegeven om nog meer vertragingen op te werpen met name in het aanvragen van een BIBOB advies, met name nu, zoals reeds in de eerste zienswijze is verwoord, op 21 januari 2008 in een schriftelijk gespreksverslag met de voor de horeca verantwoordelijke wethouder Sjoers is gesteld: ďDaarnaast BIBOB onderzoek instellenĒ.  

In de lijst van door het Bureau geraadpleegde instanties komt ook het  FIU-NL voor (zie  www.fiu-nederland.nl ) . Deze instantie valt onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en houdt zich ondermeer bezig met opsporen van zogenaamde witwas praktijken. Duidelijk is dat ten aanzien van cliŽnte daarvan dus geen enkele sprake is een ook haar geldschieters daarbij niet worden genoemd. 

In het 1e BIBOB advies trekt het Bureau een conclusie tussen het bestuurlijk optreden in het kader van het aanvragen van de vergunning en de gijzeling die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. In het 2e en 3e advies is die passage herschreven waarbij duidelijk de invloed van de burgemeester merkbaar is. Dit zorgt er ondermeer voor dat de adviezen laat staan het 3e  advies gebruikt kan worden om het besluit van uw college te onderbouwen. 

Gezien de wijze van opstelling van uw college, de vertraging in de procedures, en de daardoor ontstane huidige financiŽle situatie van cliŽnte zijn uw college te verwijten.  CliŽnte heeft in dat kader dan ook een direct en volledig belang inzake de afhandeling van de aanvraag om vergunning. Indien namelijk blijkt dat haar onterecht de vergunning is onthouden zal cliŽnte u in rechte aanspreken inzake onrechtmatige daad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JeeJarģ