
16-4-2010 Free-riders behoorlijk veilig.
Er wordt veel gesproken over evenementen in de binnenstad en wie dat
allemaal moet betalen. Probleem daarbij is dat bestaande
ondernemersverenigingen het financieel niet allemaal kunnen betalen. En wat
daarbij het meeste klemt is dat veel grote filiaal bedrijven niet
aangesloten zijn bij een dergelijke vereniging en dus helemaal niets
betalen. Dat zijn de zogenaamde free-riders. Wel mee profiteren maar niet
mee betalen. De gemeente denk daarbij aan oplossingen. Op deze website is
al eerder aangegeven dat plaatselijke belastingen op grond van de
Gemeentewet geen ruimte bieden. Door de landelijke wetgever is geprobeerd om
deze impasse te doorbreken in de vorm van de Experimenteerwet
bedrijveninsteringszones. Deze wet geldt niet alleen voor
bedrijventerreinen maar kan ook voor bijvoorbeeld de binnenstad worden
gebruikt. Op grond van deze wet kan de gemeenteraad een verordening
vaststellen waarbij alle ondernemers in dat gebied worden verplicht een
financiële bijdrage te leveren, dus ook de Free-riders. Probleem met deze
wet is echter dat het initiatief bij de ondernemers moet liggen. Die moeten
een Stichting of Vereniging oprichten. En dan moeten tenminste de helft van
de in dat gebied liggende ondernemers aantoonbaar voor een dergelijke
regeling zijn en om tenslotte de zaak door te kunnen laten gaan moet van die
ruime helft aan voorstanders nog eens twee derde voor stemmen voor de
financiële bijdrage. En indien de gemeente verschillende hoogten van de
bijdrage willen vragen dan wordt het allemaal nog veel ingewikkelder
aangezien dan de waarde van betreffende ondernemingen gaan meewegen. Het
geld dat bij de gemeente terecht komt wordt dan weer als een subsidie
uitgekeerd aan die Stichting of Vereniging. Duidelijk mag zijn dat de
binnenstad veel filiaal ondernemingen huisvest, Blokker, Kruidvat ect. etc.
de Free-riders. En die bezitten panden die een grote waarde
vertegenwoordigen. Daar kan in de regel de rest van de ondernemers niet
tegen aan. En aangezien er veel Free-riders zijn zijn deze behoorlijk
veilig.
7-07-2009 Professor Elzinga heeft plaatselijke
politiek de nek om gedraaid.
Alle acties van Elzinga waren er op gericht om de politiek aantrekkelijker
te maken voor het publiek. Door het monistische stelsel te veranderen in een
dualistisch stelsel heeft geen verbetering gebracht maar alleen een
verslechtering. Grondslag één is dat het publiek geen weet heeft waar het
over gaat. Monisme en Dualisme. Onbekende begrippen in het verkiezingsland.
Het resultaat is echter als het gezegde: "wie de bal kaatst kan hem
terug
verwachten". En de ellende is dubbel en dwars terug gekomen. Wethouders bij
de gemeenten worden hoofdzakelijk nog uit het midden van de gemeenteraden
gekozen. En wethouders van een bepaalde signatuur (CDA, PvdA, VVD etc.)
worden in de regel in bescherming genomen door de gemeenteraads fracties van
de zelfde signatuur. Een PvdA fractie doet een PvdA wethouder niet zeer etc.
etc.
Ondertussen is er ook een buffer gebouwd tussen het ambtelijk apparaat en de
gemeenteraad. Die buffer heeft de naam gekregen de raadsgriffie. Indien een
gemeenteraadslid vragen heeft over het handelen van de gemeente of interne
bescheiden wil inzien dat moet dat gemeenteraadslid zich wenden tot de eigen
raadsgriffie. En die raadsgriffie is een buffer tussen het college en het
ambtelijk apparaat. Voor een huidig gemeenteraadslid een brug te ver. En
echte antwoorden zijn er niet meer. De gemeenteraad is op een zijspoor gezet
door die overdaad aan dualisme. Een stelsel dat op gemeentelijk niveau
volledig de plank misslaat. Dat is de realiteit van de drang naar
vernieuwing.
19-10-2008
Er wordt in ons land te veel met twee maten gemeten.
Overheidsorganen en met name gemeenten hebben sinds een aantal jaren de
beginselplicht tot handhaven. Handhaven dient achterwege te blijven indien
legalisatie op korte termijn gerealiseerd kan worden.
Deze beginselplicht tot handhaving is een omslag in de jurisprudentie
aangezien in de diverse wetten staat dat er bestuurdwang of een dwangsom
“kan” worden uitgevoerd of worden opgelegd. Door het woord “kan” hadden de
gemeenten een discretionaire bevoegdheid. Of anders gezegd konden de
gemeenten een afweging maken om wel of niet te handhaven. Daardoor ontstond
het zo bekende gedoogbeleid. Met name de Afdeling Bestuursrechtspraak van
de Raad van State heeft aan dat gedogen een einde gemaakt. Handhaven moet.
Maar wat indien gemeenten zelf, op grond van afspraken of de beter bekende
“dealtjes” weten dat er sprake is van een illegale situatie maar door de
afspraken juist niet willen optreden. En wat indien de gemeente zelf in
strijd met wettelijke bepalingen iets toestaat. Nu handhaven een plicht is
geworden proberen die gemeenten, ook al is de betreffende situatie al jaren
illegaal, die situaties alsnog te legaliseren. De gemeente Eemsmond is een
voorbeeld waarbij het college in strijd met het bestemmingsplan zich, jaren
geleden, zelf een bouwvergunning verleende. Nu deze gemeente geroepen wordt
om te handhaven heeft zij snel een voorliggend ontwerp bestemmingsplan
aangepast om de zaak na al die jaren alsnog te legaliseren. En de gemeente
Almelo die al jaren een illegale situatie gedoogd en thans door de rechter
geroepen wordt om te handhaven, die start nu snel een vrijstellingsprocedure
op op grond van een oud artikel in de bouwverordening (artikel 352) om de
door de rechter opgelegde plicht alsnog te omzeilen. En die zelfde gemeente
Almelo die gedurende langere tijd zelf wijkgebouwen in exploitatie heeft en
daar in strijd met de Drank- en Horecawet alcoholhoudende drank heeft laten
schenken die probeert nu zelf voor 6 wijkgebouwen bij Gedeputeerde Staten
van Overijssel daarvoor een vergunning te krijgen. Die zelfde gemeente
Almelo die tegen anderen met het opleggen van dwangsommen in vergelijkbare
situaties aan het handhaven is. De minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties heeft JEEJAR laten weten dat dit zaken zijn waarbij de
gemeenteraad van de betreffende gemeenten aan zet is. Maar wat als die
gemeenteraden zwijgen of zelfs instemmen met die legalisering achteraf
zonder het college daarvoor op de vingers te tikken. Is het dan niet
begrijpelijk dat de burgers geen vertrouwen meer hebben in de politiek en
dat zij vinden dat er met twee maten wordt gemeten.
STOP DIRECT
illegaal plakken in uw gemeente.
De problematiek van het illegaal plakken begint weer de kop op te steken.
Hebt u in uw gemeente last van illegaal plakken
JEEJAR maakt hier een eind aan maken. JEEJAR is de grondlegger geweest
van het succes om illegaal aanplakken aan te pakken. Aan de aanwezige
jurisprudentie is jaren van ontwikkeling van beleid, uitvoering en
handhaving vooraf gegaan. Zo maar optreden tegen illegaal plakken kan dan
ook niet. Indien het voornemen tot optreden binnen de juiste kaders is
geplaatst dan pas is een dergelijk optreden mogelijk. Met betrekking tot het
illegaal plakken is er jaren sprake geweest van voortschrijdend inzicht.
JEEJAR is hierbij de grondlegger geweest van het succesvolle beleid en met
name de handhaving. Na het traject doorlopen te hebben is een gemeente snel
af van het probleem.
JEE
LEX DURA
JURIDISCH
ADMINISTRATIEF RECHT
10 maart 2008 Invoering boeten bij termijn
overschrijding pas per 1 januari 2010.
Reeds geruime tijd geleden is er aangekondigd dat de Algemene wet
bestuursrecht zal worden gewijzigd waarbij een regeling wordt opgenomen die
tot gevolg heeft dat overheidsorganen, waaronder gemeenten en het UWV, een
boete verschuldigd zijn bij het overschrijden van termijnen.
De burger kan na afloop van de
beslistermijn de overheid in gebreke stellen. Wanneer
de overheid binnen twee weken niet alsnog beslist, moet het
overheidsorgaan per dag een dwangsom betalen totdat het
besluit alsnog is genomen. De dwangsom begint met €20,00 en
kan na 42 dagen oplopen tot maximaal €1260,00. Voor
de dwangsom is geen rechterlijke uitspraak nodig.
Ook maakt de wet het mogelijk rechtstreeks beroep bij de
rechter in te stellen tegen het
niet tijdig nemen van een beslissing door de overheid. Op
dit moment moet eerst nog
bezwaar bij de overheid worden gemaakt.
Voordat de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
in werking treedt, zullen een
aantal termijnen worden aangepast. Het gaat om het beslissen
op verzoeken in het kader
van de Wet openbaarheid van bestuur en op bezwaren uit de
Algemene wet bestuursrecht.
Hierbij worden een aantal termijnen opgerekt ten gunste van
de overheidsorganen waardoor zij meer tijd krijgen om
informatie te verschaffen of een beslissing te nemen. Op dit
moment maken gemeenten al "gebruik" van de mogelijkheid om
nadere gegevens op te vragen bij een betrokkene waardoor het
nemen van een beslissing op grond van de Awb wordt
opgeschort tot dat die informatie is verstrekt.
Op die manier moet het voor de overheid mogelijk worden om
in alle gevallen binnen de termijn een beslissing te nemen.
23 juli 2008 Wetsvoorstel "maatregelen bestrijding
voetbalvandalisme" opgerekt.
Op 28 juni 2007 hebben wij bericht over het nieuwe wetsvoorstel
"ernstige overlast". Thans ligt het wetsvoorstel betreffende
voetbalvandalisme voor. Dit wetsvoorstel is echter zo ver uitgerekt dat het
de lading van voetbalvandalisme niet meer dekt. Nieuw element in dit
wetsvoorstel is dat de burgemeester een langdurig verblijfsverbod van 3
maanden, te verlengen tot maximaal 9 maanden kan opleggen als iemand
herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde ernstig heeft verstoord. Dit
betekent dat jongeren in de woonwijken of in het centrum die zich schuldig
maken aan verstoring van de openbare orde dus gedurende langere tijd uit een
dergelijk gebied kunnen worden geweerd. Aan een dergelijk verbod kan ook een
meldingsplicht worden gekoppeld. Dus regelmatig met een groep dronken in de
binnenstad met overlast en verstoring openbar orde. En bij een ontzegging,
op naar een andere gemeente die minder streng is in het optreden.
De gemeente Rotterdam is al met een experiment bezit waarbij jongeren in de
late avond niet meer op straat mogen zijn. Bij aantreffen worden deze
jongeren, door de politie, thuis afgeleverd.
Dit zijn de opmerkelijkste onderdelen van de wetsontwerp. De regering doet
er echter verstandig aan om het woord voetbalvandalisme uit het voorstel te
schrappen. De kop moet de lading wel dekken. Dus terug naar: "ernstige
overlast".
18-8-08 nav 3-8-08,
Door nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening lopen de gemeente leges mis.
Op 1 juli 2008 is de nieuwe WRO in werking getreden. Nu staat er in artike
3.1. vierde lid van die wet dat er geen rechten mogen worden geheven op
zaken die voortvloeien uit een bestemmingsplan die meer dan 10 jaar
oud is. En wat als er helemaal geen bestemmingsplan is. Bijvoorbeeld voor de
binnenstad van Almelo. Burgers, ondernemers, projectontwikkelaars kunnen
zich dan geld besparen op bijvoobeeld de vrijstellingsprocedures. Die kosten
dan niets meer. Een nuancering is hier wel nodig. Op grond van artikel
9.1.4, vierde lid van de "Invoeringswet Wet Ruimtelijke Ordening" hebben de
gemeente 5 jaar de tijd "voor gebieden waar een bestemmingsplan geldt". Deze
overgangsbepaling geldt dus niet voor die gebieden waar geen bestemmingsplan
geldt. Er zijn gemeenten die voor bepaalde gebieden geen bestemmingsplan
hebben vastgesteld. Het proberen om voor een dergelijk gebied een
vrijstelling te krijgen, in de regel een dure procedure gezien de hoge
leges, wordt nu aantrekkelijk om dat er geen leges aan dat verzoek om
vrijstelling mag worden gevraagd. En voor een bouwvergunning moet gewoon
leges worden betaald.
30-11-2008 Van rookverbod naar sluiting horecabedrijf.
Nu het rookverbod in de horeca op grote schaal wordt overtreden ziet de
minister zich geplaatst voor een probleem.
In de Tabakswet staat in artikel 11b zesde lid het volgende vermeld: "In
afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een boete worden
afgedaan, indein de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene
boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde
economische voordeel". De maximale hoogte van de boete die kan worden
opgelegd is € 4.500,00. En er is maar één opsporingsorgaan en dat is de
Voedsel en Waren Autoriteit (hierna VWA).
Nu wil de minister blijkbaar overgaan tot de aanwijziging dat het behaalde
voordeel van de betreffende horeca ondernemers hoger is dan € 4.500,00. Dat
moet dan eerst nog maar bewezen worden of dat zo is. Indien de VWA dit niet
aannemelijk kan maken dat gaat het verhaal niet op om over te stappen naar
een economisch delict.
In artikel 1 van de Wet op de Economische Delicten staat welke overtredingen
van de Tabakswet onder de Wet Economische Delicten valt.
Indien de minister nu voor de strafrechtelijke handhaving wil gaan kiezen
ligt de weg open om tot feitelijke sluiting van de horecabedrijven te komen.
Dit kan dan zowel op grond van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en
Horecawet als, met een omweg, de wet BIBOB.
Indien een horecaondernemer een aantal keren een behoorlijke boete opgelegd
heeft gekregen en hij daartegen in verweer komt kan de situatie voor lange
tijd worden opgerekt. Indien de ondernemer niets doet dan krijgt hij niet
alleen een strafrechtelijke veroordeling maar ook feitelijk een boete
opgelegd. Indien dit twee keer heeft plaatsgevonden dat moet het college van
burgemeester en wethouders hem de vergunning intrekken gelet op het gestelde
in het Besluit eisen zedelijk gedrag.
Het kan echter ook dat indien de VWA hem meerdere processen-verbaal heeft
gegeven op grond van de Wet Eonomische Delicten (en zonder dat er een
veroordeling heeft plaatsgevonden), de officier van justitie de burgemeester
van de betreffende gemeente een tip geeft op grond van het bepaalde in de
wet BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur).
De burgemeester moet naar aanleiding van die tip het Bureau BIBOB om een
advies vragen. In dat advies zullen dan de opgestelde processen-verbaal van
de VWA een rol spelen en het zogenaamde illegale financiële voordeel wat de
horeca ondernemer heeft behaald bij zijn overtreding van de Tabakswet.
Resultaat een negatief BIBOB advies en op grond daarvan intrekking van
de vergunning. Dit betekent echter wel dat de gemeenten tenslotte via een
omweg actief betrokken worden bij de naleving van de Tabakswet.
En het komt er op neer dat de meest halstarrige horeca ondernemer tenslotte
aan het korste eind zal trekken.
8-04-2009
Gedeputeerde Staten van de provincies blijven blunderen bij
horecawetgeving.
De uitvoering van de Drank- en Horecawet ligt bij het college van
burgemeester en wethouders van een gemeente. De uitkomsten per gemeente zijn
daarom nogal verschillend.
Indien echter een gemeente zelf een horeca vergunning aanvraagt dan mag het
college van burgemeester en wethouders van die gemeente daarover niet zelf
beschikken maar komt de bevoegdheid te liggen bij Gedeputeerde Staten van de
provincie waaronder de gemeente valt.
Nu komen dergelijke situaties maar zeer sporadisch voor. Dat betekent dat de
provincies op geen enkele wijze zijn ingespeeld op de problematiek van de
Drank- en Horecawet. Laat staat dat de provincies ook maar iets van die
wetgeving weten. De algemene adviseur van Gedeputeerde Staten is dan de
Voedsel en Waren Autoriteit. Deze VWA valt onder het Ministerie van Welzijn,
Volksgezondheid en Sport. De VWA is het orgaan dat menige gemeente op de
vingers tikt ivm het niet juist uitvoeren van de Drank- en Horecawet. Naast
het feit dat deze VWA die bevoegdheid om de gemeenten op de vingers te
tikken niet heeft geeft deze VWA ook zeer dubieuze adviezen aan Gedeputeerde
Staten van de provincies waar horeca aanvragen van gemeenten binnenkomen. Zo
heeft deze VWA advies gegeven aan GS van Overijssel betreffende de gemeente
Almelo. Deze gemeente heeft zelf vier horeca aanvragen ingediend voor vier
wijkgebouwen. De gemeente Almelo maakt daarbij gebruik van een zogenaamde
gevolmachtigde. In normale horeca bewoordingen "katvanger". Het advies van
VWA is positief. Indien er sprake zou zijn van een reguliere horeca
ondernemer dan zou dat advies altijd negatief zijn. De door GS verleende
vergunningen zijn naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken gezonden om
daarover een oordele te geven. GS van Overijssel heeft een kopie van die
brief aan het Ministerie van BZK toegezonden gekregen. En wat doet GS
van Overijssel, die is van mening dat de mededeling over de brief aan het
Ministerie van BZK moet worden gezien als een bezwaarschrift.
Gedeputeerde Staten van Overijssel is derhalve volledig de weg kwijt.
Hieruit blijkt ook volkomen dat Gedeputeerde Staten van Overijssel geen
enkele inhoudelijke kennis heeft van de uitvoering van de Drank- en
Horecawet.
De Drank- en Horecawet is een zogenaamde gebonden wetgeving die geen derde
belanghebbenden kent. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
heeft dat al meerder keren uitgesproken. Dit betekent dat andere personen
geen bezwaarschrift kunnen indienen. De Drank- en Horecawet vergunning gaat
tussen de ondernemer die de vergunning heeft aangevraagd en de gemeente. En
in dit geval tussen de gemeente en Gedeputeerde Staten. Bij Gedeputeerde
Staten van Overijssel zijn die uitspraken blijkbaar nog niet doorgedrongen.
Evenmin als die uitspraken op grond waarvan de situatie van de "katvanger"
niets anders kan leiden dan tot weigering van de Drank- en Horecawet
vergunning. Dat de Voedsel en Waren Autoriteit hierover een positief advies
heeft afgegeven geeft te denken. Vooral nu die "katvanger" van de gemeente
Almelo op papier geen enkele financiële verantwoordelijkheid heeft voor de
betreffende wijkgebouwen. Indien dit in het kader van de Drank- en Horecawet
in Nederland wordt toegestaan betekent dat het einde van deze wetgeving en
de invloed van de wet BIBOB op deze wetgeving (zie hiernaast de link naar de
wet BIBOB). Het woord is nu aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
22-06-2009 Dienstbaarheid gemeentelijke overheid zakt
steeds verder weg.
De gemeentelijke overheid komt het meest direct in aanraking met de burger.
In veel gemeenten zijn zogenaamde publieksbalies geopend om dat eerste
contact goed te laten verlopen. Echter daar gaat in feite al heel veel mis.
Veel informatie wordt daar onvolledig of te weinig gegeven. Indien de burger
vervolgens op papier een vergunning vraagt komt het nogal eens voor dat er
een duidelijk verschil aanwezig blijkt te zijn tussen de verkregen
informatie bij de publieksbalie en de afhandeling van de vergunning door de
zogenaamde back office.
Daarnaast vertegen gemeenten bij hun verplichting om te handhaven veelal de
mogelijkheid van legalisatie. Een eenmaal ingeslagen weg om te handhaven
nodigt de gemeente niet uit om te kijken of legalisatie door het verlenen
van een ontheffing, vergunning of vrijstelling tot de mogelijkheden behoort.
Voor veel gemeenten wordt het dan een prestige kwestie en er wordt veel
aandacht besteed aan waarom een ontheffing etc. niet verleend kan worden,
terwijl juist dat vaak wel mogelijk is. Gemeentebesturen zijn maar moeilijk
af te brengen van die voor de burger zeer frustrerende weg.
10-12-2009
Problemen bij Hoek van Holland niet voor Hoek van Holland alleen.
Steeds meer gemeenten willen zich op de kaart zetten door het houden van,
grootschalige, evenementen. Daarnaast willen de gemeenten steeds klant
vriendelijker zijn en worden veel vergunning aanvragen behandeld door het
zogenaamde frontoffice. En indien een aanvraag door een backoffice wordt
behandeld, dus meer inhoudsmatig, dan nog wordt er met een nogal “roze” bril
naar dit soort aanvragen gekeken. Het moet tenslotte allemaal kunnen. Veel
van de huidige ambtenaren die dit soort aanvragen moeten beoordelen hebben
geen enkele kijk op hetgeen bij dergelijke evenementen gebeurd. Slechts een
enkeling gaat uit hoofde van zijn functie kijken. En in veel gevallen vindt
het gemeentebestuur dat ook overbodig. Dat kost namelijk overuren. Daarnaast
heeft de politie informatie die zij veelal niet wil delen met de gemeente.
Laat staan met de vergunningverleners. Bij, grootschalige, evenementen moet
er niet alleen sprake zijn van inzet van de politie maar moet de gemeente en
de daarvoor verantwoordelijk gemeentelijke ambtenaar openbare orde en
veiligheid in een Centrale Post aanwezig zijn inclusief een leidinggevende
van de politie. De ambtenaar en politieman kunnen dan direct naar hun
leidinggevenden reageren en een situatie opschalen. Wat is het probleem. Het
probleem is dat het opzetten van een dergelijke Centrale Post geld kost. En
dat hebben de gemeenten er blijkbaar niet voor over. Gemeenten die
evenementen in hun gemeenten willen toelaten moeten zich ook bewust zijn van
de verantwoordelijkheden die daar bijhoren. Daar schort het aan in Nederland
en dus niet alleen in Hoek van Holland.
Dat er regels zijn is één.
Deze uitvoeren en handhaven binnen de discretionaire bevoegdheden van de landelijke wetgever, de rechtelijke
macht en de plaatselijke politiek is twee.JEEJAR zorgt niet alleen voor
deze twee maar kan u ook behulpzaam zijn in het redigeren van plaatselijke
wetgeving. info@jeejar.nl
Indien er aanvragen om ontheffing of vergunning bij de
overheid binnen komen moeten deze worden gepubliceerd, indien er naar
verwachting belanghebbenden zijn die bedenkingen hebben. Publicatie in een
huis aan huis blad is dan nodig. Tevens moet in de publicatie duidelijk
worden waarvoor ontheffing of vergunning wordt gevraagd. In de regel schort
het hier nog al eens aan, zodat het voor belanghebbenden volstrekt
onduidelijk is waarvoor de ontheffing of vergunning wordt aangevraagd. Een
simpele vermelding als bijv.: "het organiseren van een Landelijke Parkdag"
is dan ook volstrekt onvoldoende evenals een vermelding van: "het
exploiteren van een horecabedrijf". Voor belanghebbenden is hier sprake van
rechtsonzekerheid en dit lokt alleen maar zienswijzen uit.
JEEJAR heef 25 jaar praktijk ervaring in:
-
maken van plaatselijke
wetgeving:
-
opstellen van beleid;
-
uitvoering van wetgeving en
beleid;
-
handhaving daarvan;
-
en effectuering van de
handhaving.
JEEJAR heeft meegeschreven met de handreiking van de VNG betreffende
de speelautomaten en de handreiking van VWS betreffende de Drank- en
Horecawet.
JEEJAR is dagelijks up-to-date met ontwikkelingen in wetgeving en
jurisprudentie.




















JEEJAR®
JEEJAR
Adres: Terras 36
7609 XR Almelo
Telefoon: 0546-802635
Telefoon: 0640920630 (bij spoed)
Fax: 0546-802635
E-mail: info@jeejar.nl