16-4-2010 Free-riders behoorlijk veilig.
Er wordt veel gesproken over evenementen in de binnenstad en wie dat allemaal moet betalen. Probleem daarbij is dat bestaande ondernemersverenigingen het financieel niet allemaal kunnen betalen. En wat daarbij het meeste klemt is dat veel grote filiaal bedrijven niet aangesloten zijn bij een dergelijke vereniging en dus helemaal niets betalen. Dat zijn de zogenaamde free-riders. Wel mee profiteren maar niet mee betalen. De gemeente denk daarbij  aan oplossingen. Op deze website is al eerder aangegeven dat plaatselijke belastingen op grond van de Gemeentewet geen ruimte bieden. Door de landelijke wetgever is geprobeerd om deze impasse te doorbreken in de vorm van  de Experimenteerwet bedrijveninsteringszones.  Deze wet geldt niet alleen voor bedrijventerreinen maar kan ook voor bijvoorbeeld de binnenstad worden gebruikt. Op grond van deze wet kan de gemeenteraad een verordening vaststellen waarbij alle ondernemers in dat gebied worden verplicht een financiële bijdrage te leveren, dus ook de Free-riders. Probleem met deze wet is echter dat het initiatief bij de ondernemers moet liggen. Die moeten een Stichting of Vereniging oprichten. En dan moeten tenminste de helft van de in dat gebied liggende ondernemers aantoonbaar voor een dergelijke regeling zijn en om tenslotte de zaak door te kunnen laten gaan moet van die ruime helft aan voorstanders nog eens twee derde voor stemmen voor de financiële bijdrage. En indien de gemeente verschillende hoogten van de bijdrage willen vragen dan wordt het allemaal nog veel ingewikkelder aangezien dan de waarde van betreffende ondernemingen gaan meewegen. Het geld dat bij de gemeente terecht komt wordt dan weer als een subsidie uitgekeerd aan die Stichting of Vereniging. Duidelijk mag zijn dat de binnenstad veel filiaal ondernemingen huisvest, Blokker, Kruidvat ect. etc. de Free-riders. En die bezitten panden die een grote waarde vertegenwoordigen. Daar kan in de regel de rest van de ondernemers niet tegen aan. En aangezien er veel Free-riders zijn zijn deze behoorlijk veilig.
7-07-2009 Professor Elzinga heeft plaatselijke politiek de nek om gedraaid.
Alle acties van Elzinga waren er op gericht om de politiek aantrekkelijker te maken voor het publiek. Door het monistische stelsel te veranderen in een dualistisch stelsel heeft geen verbetering gebracht maar alleen een verslechtering. Grondslag één is dat het publiek geen weet heeft waar het over gaat. Monisme en Dualisme. Onbekende begrippen in het verkiezingsland. Het resultaat is echter als het gezegde: "wie de bal kaatst kan hem terug verwachten". En de ellende is dubbel en dwars terug gekomen. Wethouders bij de gemeenten worden hoofdzakelijk nog uit het midden van de gemeenteraden gekozen. En wethouders van een bepaalde signatuur (CDA, PvdA, VVD etc.) worden in de regel in bescherming genomen door de gemeenteraads fracties van de zelfde signatuur. Een PvdA fractie doet een PvdA wethouder niet zeer etc. etc.
Ondertussen is er ook een buffer gebouwd tussen het ambtelijk apparaat en de gemeenteraad. Die buffer heeft de naam gekregen de raadsgriffie. Indien een gemeenteraadslid vragen heeft over het handelen van de gemeente of interne bescheiden wil inzien dat moet dat gemeenteraadslid zich wenden tot de eigen raadsgriffie. En die raadsgriffie is een buffer tussen het college en het ambtelijk apparaat. Voor een huidig gemeenteraadslid een brug te ver. En echte antwoorden zijn er niet meer. De gemeenteraad is op een zijspoor gezet door die overdaad aan dualisme. Een stelsel dat op gemeentelijk niveau volledig de plank misslaat. Dat is de realiteit van de drang naar vernieuwing.

19-10-2008 Er wordt in ons land te veel met twee maten gemeten.
Overheidsorganen en met name gemeenten hebben sinds een aantal jaren de beginselplicht tot handhaven. Handhaven dient achterwege te blijven indien legalisatie op korte termijn gerealiseerd kan worden.
Deze beginselplicht tot handhaving is een omslag in de jurisprudentie aangezien in de diverse wetten staat dat er bestuurdwang of een dwangsom “kan” worden uitgevoerd of worden opgelegd. Door het woord “kan” hadden de gemeenten een discretionaire  bevoegdheid. Of anders gezegd konden de gemeenten een afweging maken om wel of niet te handhaven. Daardoor ontstond het zo bekende gedoogbeleid.  Met name de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aan dat gedogen een einde gemaakt. Handhaven moet.
Maar wat indien gemeenten zelf, op grond van afspraken of de beter bekende “dealtjes” weten dat er sprake is van een illegale situatie maar door de afspraken juist niet willen optreden. En wat indien de gemeente zelf in strijd met wettelijke bepalingen iets toestaat. Nu handhaven een plicht is geworden proberen die gemeenten,  ook al is de betreffende situatie al jaren illegaal, die situaties alsnog te legaliseren.  De gemeente Eemsmond is een voorbeeld waarbij het college in strijd met het bestemmingsplan zich, jaren geleden, zelf een bouwvergunning verleende. Nu deze gemeente geroepen wordt om te handhaven heeft zij snel een voorliggend ontwerp bestemmingsplan aangepast om de zaak na al die jaren alsnog te legaliseren. En de gemeente Almelo die al jaren een illegale situatie gedoogd en thans door de rechter geroepen wordt om te handhaven, die start nu snel een vrijstellingsprocedure op op grond van een oud artikel in de bouwverordening (artikel 352) om de door de rechter opgelegde plicht alsnog te omzeilen. En die zelfde gemeente Almelo die gedurende langere tijd zelf wijkgebouwen in exploitatie heeft en daar in strijd met de Drank- en Horecawet alcoholhoudende drank heeft laten schenken die probeert nu zelf voor 6 wijkgebouwen bij Gedeputeerde Staten van Overijssel daarvoor een vergunning te krijgen. Die zelfde gemeente Almelo die tegen anderen met het opleggen van dwangsommen in vergelijkbare situaties aan het handhaven is. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft JEEJAR laten weten dat dit zaken zijn waarbij de gemeenteraad van de betreffende gemeenten aan zet is. Maar wat als die gemeenteraden zwijgen of zelfs instemmen met die legalisering achteraf zonder het college daarvoor op de vingers te tikken. Is het dan niet begrijpelijk dat de burgers geen vertrouwen meer hebben in de politiek en dat zij vinden dat er met twee maten wordt gemeten.

                                                                 STOP DIRECT
                                                 illegaal plakken in uw gemeente.

              De problematiek van het illegaal plakken begint weer de kop op te steken.

Hebt u in uw gemeente last van illegaal plakken JEEJAR maakt hier een eind aan maken. JEEJAR is de grondlegger geweest van het succes om illegaal aanplakken aan te pakken. Aan de aanwezige jurisprudentie is jaren van ontwikkeling van beleid, uitvoering en handhaving vooraf gegaan. Zo maar optreden tegen illegaal plakken kan dan ook niet. Indien het voornemen tot optreden binnen de juiste kaders is geplaatst dan pas is een dergelijk optreden mogelijk. Met betrekking tot het illegaal plakken is er jaren sprake geweest van voortschrijdend inzicht. JEEJAR is hierbij de grondlegger geweest van het succesvolle beleid en met name de handhaving. Na het traject doorlopen te hebben is een gemeente snel af van het probleem.

Almelo
Amsterdam
Deventer
Dinkelland
Eemsmond
Enschede
Franekeradeel
Hengelo
Hof van Twente
Maastricht
Rijssen-Holten
Terneuzen
Twenterand
Tilburg
Utrecht
Waterland
Zutphen
Zwolle
JEE
            LEX DURA

       JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT

 GEMEENTEN

10 maart 2008 Invoering boeten bij termijn overschrijding pas per 1 januari 2010.
Reeds geruime tijd geleden is er aangekondigd dat de Algemene wet bestuursrecht zal worden gewijzigd waarbij een regeling wordt opgenomen die tot gevolg heeft dat overheidsorganen, waaronder gemeenten en het UWV, een boete verschuldigd zijn bij het overschrijden van termijnen.
 
De burger kan na afloop van de beslistermijn de overheid in gebreke stellen. Wanneer
de overheid binnen twee weken niet alsnog beslist, moet het overheidsorgaan per dag een dwangsom betalen totdat het besluit alsnog is genomen. De dwangsom begint met €20,00 en kan na 42 dagen  oplopen tot maximaal  €1260,00. Voor de dwangsom is geen rechterlijke uitspraak nodig.
Ook maakt de wet het mogelijk rechtstreeks beroep bij de rechter in te stellen tegen het
niet tijdig nemen van een beslissing door de overheid. Op dit moment moet eerst nog
bezwaar bij de overheid worden gemaakt.

Voordat de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking treedt, zullen een
aantal termijnen worden aangepast. Het gaat om het beslissen op verzoeken in het kader
van de Wet openbaarheid van bestuur en op bezwaren uit de Algemene wet bestuursrecht.
Hierbij worden een aantal termijnen opgerekt ten gunste van de overheidsorganen waardoor zij meer tijd krijgen om informatie te verschaffen of een beslissing te nemen. Op dit moment maken gemeenten al "gebruik" van de mogelijkheid om nadere gegevens op te vragen bij een betrokkene waardoor het nemen van een beslissing op grond van de Awb wordt opgeschort tot dat die informatie is verstrekt.
Op die manier moet het voor de overheid mogelijk worden om in alle gevallen binnen de termijn een beslissing te nemen.
23 juli 2008 Wetsvoorstel "maatregelen bestrijding voetbalvandalisme" opgerekt.
Op 28 juni 2007 hebben wij bericht over het nieuwe wetsvoorstel "ernstige overlast". Thans ligt het wetsvoorstel betreffende voetbalvandalisme voor. Dit wetsvoorstel is echter zo ver uitgerekt dat het de lading van voetbalvandalisme niet meer dekt. Nieuw element in dit wetsvoorstel is dat de burgemeester een langdurig verblijfsverbod van 3 maanden, te verlengen tot maximaal 9 maanden kan opleggen als iemand herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde ernstig heeft verstoord. Dit betekent dat jongeren in de woonwijken of in het centrum die zich schuldig maken aan verstoring van de openbare orde dus gedurende langere tijd uit een dergelijk gebied kunnen worden geweerd. Aan een dergelijk verbod kan ook een meldingsplicht worden gekoppeld. Dus regelmatig met een groep dronken in de binnenstad met overlast en verstoring openbar orde. En bij een ontzegging, op naar een andere gemeente die minder streng is in het optreden.
De gemeente Rotterdam is al met een experiment bezit waarbij jongeren in de late avond niet meer op straat mogen zijn. Bij aantreffen worden deze jongeren, door de politie, thuis afgeleverd.
Dit zijn de opmerkelijkste onderdelen van de wetsontwerp. De regering doet er echter verstandig aan om het woord voetbalvandalisme uit het voorstel te schrappen. De kop moet de lading wel dekken. Dus terug naar: "ernstige overlast".

 
18-8-08 nav 3-8-08,
 Door nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening lopen de gemeente leges mis.

Op 1 juli 2008 is de nieuwe WRO in werking getreden. Nu staat er in artike 3.1. vierde lid van die wet dat er geen rechten mogen worden geheven op zaken die voortvloeien uit een  bestemmingsplan die meer dan 10 jaar oud is. En wat als er helemaal geen bestemmingsplan is. Bijvoorbeeld voor de binnenstad van Almelo. Burgers, ondernemers, projectontwikkelaars kunnen zich dan geld besparen op bijvoobeeld de vrijstellingsprocedures. Die kosten dan niets meer. Een nuancering is hier wel nodig. Op grond van artikel 9.1.4, vierde lid van de "Invoeringswet Wet Ruimtelijke Ordening" hebben de gemeente 5 jaar de tijd "voor gebieden waar een bestemmingsplan geldt". Deze overgangsbepaling geldt dus niet voor die gebieden waar geen bestemmingsplan geldt. Er zijn gemeenten die voor bepaalde gebieden geen bestemmingsplan hebben vastgesteld. Het proberen om voor een dergelijk gebied een vrijstelling te krijgen, in de regel een dure procedure gezien de hoge leges, wordt nu aantrekkelijk om dat er geen leges aan dat verzoek om vrijstelling mag worden gevraagd. En voor een bouwvergunning moet gewoon leges worden betaald.
30-11-2008 Van rookverbod naar sluiting horecabedrijf.
Nu het rookverbod in de horeca op grote schaal wordt overtreden ziet de minister zich geplaatst voor een probleem.
In de Tabakswet staat in artikel 11b zesde lid het volgende vermeld: "In afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een boete worden afgedaan, indein de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economische voordeel". De maximale hoogte van de boete die kan worden opgelegd is € 4.500,00. En er is maar één opsporingsorgaan en dat is de Voedsel en Waren Autoriteit (hierna VWA).
Nu wil de minister blijkbaar overgaan tot de aanwijziging dat het behaalde voordeel van de betreffende horeca ondernemers hoger is dan € 4.500,00. Dat moet dan eerst nog maar bewezen worden of dat zo is. Indien de VWA dit niet aannemelijk kan maken dat gaat het verhaal niet op om over te stappen naar een economisch delict.
In artikel 1 van de Wet op de Economische Delicten staat welke overtredingen van de Tabakswet onder de Wet Economische Delicten valt.
Indien de minister nu voor de strafrechtelijke handhaving wil gaan kiezen ligt de weg open om tot feitelijke sluiting van de horecabedrijven te komen. Dit kan dan zowel op grond van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet als, met een omweg, de wet BIBOB.
Indien een horecaondernemer een aantal keren een behoorlijke boete opgelegd heeft gekregen en hij daartegen in verweer komt kan de situatie voor lange tijd worden opgerekt. Indien de ondernemer niets doet dan krijgt hij niet alleen een strafrechtelijke veroordeling maar ook feitelijk een boete opgelegd. Indien dit twee keer heeft plaatsgevonden dat moet het college van burgemeester en wethouders hem de vergunning intrekken gelet op het gestelde in het Besluit eisen zedelijk gedrag.
Het kan echter ook dat indien de VWA hem meerdere processen-verbaal heeft gegeven op grond van de Wet Eonomische Delicten (en zonder dat er een veroordeling heeft plaatsgevonden), de officier van justitie de burgemeester van de betreffende gemeente een tip geeft op grond van het bepaalde in de wet BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur). De burgemeester moet naar aanleiding van die tip het Bureau BIBOB om een advies vragen. In dat advies zullen dan de opgestelde processen-verbaal van de VWA een rol spelen en het zogenaamde illegale financiële voordeel wat de horeca ondernemer heeft behaald bij zijn overtreding van de Tabakswet. Resultaat een negatief BIBOB advies en op grond daarvan intrekking  van de vergunning. Dit betekent echter wel dat de gemeenten tenslotte via een omweg actief betrokken worden bij de naleving van de Tabakswet.
En het komt er op neer dat de meest halstarrige horeca ondernemer tenslotte aan het korste eind zal trekken.
8-04-2009
 Gedeputeerde Staten van de provincies blijven blunderen bij horecawetgeving.

De uitvoering van de Drank- en Horecawet ligt bij het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. De uitkomsten per gemeente zijn daarom nogal verschillend.
Indien echter een gemeente zelf een horeca vergunning aanvraagt dan mag het college van burgemeester en wethouders van die gemeente daarover niet zelf beschikken maar komt de bevoegdheid te liggen bij Gedeputeerde Staten van de provincie waaronder de gemeente valt.
Nu komen dergelijke situaties maar zeer sporadisch voor. Dat betekent dat de provincies op geen enkele wijze zijn ingespeeld op de problematiek van de Drank- en Horecawet. Laat staat dat de provincies ook maar iets van die wetgeving weten. De algemene adviseur van Gedeputeerde Staten is dan de Voedsel en Waren Autoriteit. Deze VWA valt onder het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport. De VWA is het orgaan dat menige gemeente op de vingers tikt ivm het niet juist uitvoeren van de Drank- en Horecawet. Naast het feit dat deze VWA die bevoegdheid om de gemeenten op de vingers te tikken niet heeft geeft deze VWA ook zeer dubieuze adviezen aan Gedeputeerde Staten van de provincies waar horeca aanvragen van gemeenten binnenkomen. Zo heeft deze VWA advies gegeven aan GS van Overijssel betreffende de gemeente Almelo. Deze gemeente heeft zelf vier horeca aanvragen ingediend voor vier wijkgebouwen. De gemeente Almelo maakt daarbij gebruik van een zogenaamde gevolmachtigde. In normale horeca bewoordingen "katvanger". Het advies van VWA is positief. Indien er sprake zou zijn van een reguliere horeca ondernemer dan zou dat advies altijd negatief zijn. De door GS verleende vergunningen zijn naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken gezonden om daarover een oordele te geven. GS van Overijssel heeft een kopie van die brief  aan het Ministerie van BZK toegezonden gekregen. En wat doet GS van Overijssel, die is van mening dat de mededeling over de brief aan het Ministerie van BZK  moet worden gezien als een bezwaarschrift. Gedeputeerde Staten van Overijssel is derhalve volledig de weg kwijt. Hieruit blijkt ook volkomen dat Gedeputeerde Staten van Overijssel geen enkele inhoudelijke kennis heeft van de uitvoering van de Drank- en Horecawet.
De Drank- en Horecawet is een zogenaamde gebonden wetgeving die geen derde belanghebbenden kent. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dat al meerder keren uitgesproken. Dit betekent dat andere personen geen bezwaarschrift kunnen indienen. De Drank- en Horecawet vergunning gaat tussen de ondernemer die de vergunning heeft aangevraagd en de gemeente. En in dit geval tussen de gemeente en Gedeputeerde Staten. Bij Gedeputeerde Staten van Overijssel zijn die uitspraken blijkbaar nog niet doorgedrongen. Evenmin als die uitspraken op grond waarvan de situatie van de "katvanger" niets anders kan leiden dan tot weigering van de Drank- en Horecawet vergunning. Dat de Voedsel en Waren Autoriteit hierover een positief advies heeft afgegeven geeft te denken. Vooral nu die "katvanger" van de gemeente Almelo op papier geen enkele financiële verantwoordelijkheid heeft voor de betreffende wijkgebouwen. Indien dit in het kader van de Drank- en Horecawet in Nederland wordt toegestaan betekent dat het einde van deze wetgeving en de invloed van de wet BIBOB op deze wetgeving (zie hiernaast de link naar de wet BIBOB). Het woord is nu aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
22-06-2009 Dienstbaarheid gemeentelijke overheid zakt steeds verder weg.
De gemeentelijke overheid komt het meest direct in aanraking met de burger. In veel gemeenten zijn zogenaamde publieksbalies geopend om dat eerste contact goed te laten verlopen. Echter daar gaat in feite al heel veel mis. Veel informatie wordt daar onvolledig of te weinig gegeven. Indien de burger vervolgens op papier een vergunning vraagt komt het nogal eens voor dat er een duidelijk verschil aanwezig blijkt te zijn tussen de verkregen informatie bij de publieksbalie en de afhandeling van de vergunning door de zogenaamde back office.
Daarnaast vertegen gemeenten bij hun verplichting om te handhaven veelal de mogelijkheid van legalisatie. Een eenmaal ingeslagen weg om te handhaven nodigt de gemeente niet uit om te kijken of legalisatie door het verlenen van een ontheffing, vergunning of vrijstelling tot de mogelijkheden behoort. Voor veel gemeenten wordt het dan een prestige kwestie en er wordt veel aandacht besteed aan waarom een ontheffing etc. niet verleend kan worden, terwijl juist dat vaak wel mogelijk is. Gemeentebesturen zijn maar moeilijk af te brengen van die voor de burger zeer frustrerende weg.
10-12-2009
 Problemen bij Hoek van Holland niet voor Hoek van Holland alleen.

Steeds meer gemeenten willen zich op de kaart zetten door het houden van, grootschalige, evenementen. Daarnaast willen de gemeenten steeds klant vriendelijker zijn en worden veel vergunning aanvragen behandeld door het zogenaamde frontoffice. En indien een aanvraag door een backoffice wordt behandeld, dus meer inhoudsmatig, dan nog wordt er met een nogal “roze” bril naar dit soort aanvragen gekeken. Het moet tenslotte allemaal kunnen. Veel van de huidige ambtenaren die dit soort aanvragen moeten beoordelen hebben geen enkele kijk op hetgeen bij dergelijke evenementen gebeurd. Slechts een enkeling gaat uit hoofde van zijn functie kijken. En in veel gevallen vindt het gemeentebestuur dat ook overbodig. Dat kost namelijk overuren. Daarnaast heeft de politie informatie die zij veelal niet wil delen met de gemeente. Laat staan met de vergunningverleners. Bij, grootschalige, evenementen moet er niet alleen sprake zijn van inzet van de politie maar moet de gemeente en de daarvoor verantwoordelijk gemeentelijke ambtenaar openbare orde en veiligheid in een Centrale Post aanwezig zijn inclusief een leidinggevende van de politie. De ambtenaar en politieman kunnen dan direct naar hun leidinggevenden reageren en een situatie opschalen. Wat is het probleem. Het probleem is dat het opzetten van een dergelijke Centrale Post geld kost. En dat hebben de gemeenten er blijkbaar niet voor over. Gemeenten die evenementen in hun gemeenten willen toelaten moeten zich ook bewust zijn van de verantwoordelijkheden die daar bijhoren. Daar schort het aan in Nederland en dus niet alleen in Hoek van Holland.
 
Dat er regels zijn is één.
Deze uitvoeren en handhaven binnen de discretionaire bevoegdheden van de landelijke wetgever, de rechtelijke
macht en de plaatselijke politiek is twee.

JEEJAR zorgt niet alleen voor deze twee maar kan u ook behulpzaam zijn in het redigeren van plaatselijke wetgeving. info@jeejar.nl


Indien er aanvragen om ontheffing of vergunning bij de overheid binnen komen moeten deze worden gepubliceerd, indien er naar verwachting belanghebbenden zijn die bedenkingen hebben. Publicatie in een huis aan huis blad is dan nodig. Tevens moet in de publicatie duidelijk worden waarvoor ontheffing of vergunning wordt gevraagd. In de regel schort het hier nog al eens aan, zodat het voor belanghebbenden volstrekt onduidelijk is waarvoor de ontheffing of vergunning wordt aangevraagd. Een simpele vermelding als bijv.: "het organiseren van een Landelijke Parkdag" is dan ook volstrekt onvoldoende evenals een vermelding van: "het exploiteren van een horecabedrijf". Voor belanghebbenden is hier sprake van rechtsonzekerheid en dit lokt alleen maar zienswijzen uit.
JEEJAR heef 25 jaar praktijk ervaring in:
       -         maken van plaatselijke
                 wetgeving:
       -         opstellen van beleid;
       -         uitvoering van wetgeving en
                 beleid;
       -         handhaving daarvan;
       -         en effectuering van de
                 handhaving.
JEEJAR heeft meegeschreven met de handreiking van de VNG betreffende
de speelautomaten en de handreiking van VWS betreffende de Drank- en Horecawet.
JEEJAR is dagelijks up-to-date met ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie.

Home
Nederland
Algemene voorwaarden
Landelijk Actueel
Burger
Ondernemer
Gemeenten
Bestuurlijke Boete
Horecawetgeving
Omgevingsvergunning
Kansspelen
APV
Marktverordening
Brandveiligheid
BIBOB
Prostitutie
Verdovende middelen
Cameratoezicht
UWV

Archief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JEEJAR® 

 

   JEEJAR
   Adres: Terras 36
              7609 XR Almelo
   Telefoon: 0546-802635
 
   Telefoon: 0640920630 (bij spoed)
    Fax: 0546-802635

   E-mail: info@jeejar.nl