VERDOVENDE MIDDELEN
JEE
LEX DURA
JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT
9-11-2008 Het einde van de coffeeshops in Nederland in
zicht.
Het CDA heeft in een congres van de partij aangegeven dat er een einde moet
komen aan het gedoogbeleid. De basis van het gedoogbeleid is het
scheiden van de markten tussen softdrugs en harddrugs. Een beleid dat in
alle jaren gepromoot is in de hele wereld. De wens van het CDA is een
onoverkomenlijke stap naar de "prohibition" in Amerika. Het verbod op het
verstrekken van alcohol. De georganiseerde criminaliteit in Amerika is daar
groot mee geworden. Het opheffen van het gedoogbeleid zal een zelfde effect
hebben.
Overige politieke partijen zijn het er nog niet zo mee eens. Wat die
partijen zij echter niet weten is dat er al sinds enige tijd wordt gewerkt
aan het einde van het coffeeshop beleid in Nederland.
De burgemeesters in Nederland die coffeeshops in de gemeente krijgen van de
officieren van justitie een tip dat de betreffende coffeeshops met criminele
activiteiten te maken heeft. De belastingdienst geeft hierbij ook nog een
extra aanvulling over onjuiste belasting aangiften door de coffeeshops. De
officier van justitie geeft de tip op grond van de wet BIBOB. De
burgemeesters hebben dat blijkbaar niet in handen en moeten het Bureau BIBOB
van het Ministerie van Justitie om advies vragen over die coffeeshop. Gevolg
er komt een negatief advies en de burgemeester kan niets anders dan overgaan
tot sluiting van de coffeeshop. De wet BIBOB wordt hierbij oneigenlijk
gebruikt.
Donderdag 13 november 2008 om 14.00 uur bij de President van de Rechtbank, Sector
bestuursrecht, te Arhem, speelt een verzoek om voorlopige voorziening
van een coffeeshop houder te Nijmegen die slachtoffer dreigt te worden van
dit nieuwe beleid. Indien de President het verzoek afwijst betekent dit het
einde van alle coffeeshops in Nederland.
10-11-08 Verbod of einde coffeeshops zal leiden tot
meer zware criminaliteit.
Vele duizenden personen gebruiken softdrugs. Het verbieden van coffeeshops
betekent dat deze vele duizenden weer hun softdrugs moeten gaan vinden in de
illegaliteit. Dit betekent niets meer en niets minder een vergroting en
verharding van de drugscriminaliteit. Nu zijn de markten van softdrugs en
harddrugs nog redelijk gescheiden. Bij het verdwijnen van de coffeeshops
zullen deze markten samen komen met het resultaat dat de softdrugsgebruikers
ook in aanraking gaan komen met harddrugs. Het einde van de coffeeshops zal
tevens zorgen voor een prijsopdrijving. Een kwestie van simpele economie.
Bestaande vraag en minder aanbod zal leiden tot aanmerkelijk hogere prijzen.
De zware criminaliteit zal zich hiermee gaan bezig houden aangezien aan een
dergelijke situatie goud geld is te verdienen.
Het huidige gedoogbeleid is niet failliet maar komt in de knel door de
hypocriete houding ten opzichte van dit beleid. Nocht de regering noch het
parlement wenste de problematiek van de achterdeur te regelen. Een daarmee
zijn beiden zelf schuldig aan de huidige situatie. Regel ook de achterdeur
en dus de toelevering van de coffeeshops en maak op die manier een einde aan
de problemen bij de coffeeshops.
27-01-2009 Kabinet stelt
adviescommissie drugsbeleid in
De ministerraad heeft
op voorstel van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en
Justitie ingestemd met de instelling van de Adviescommissie drugsbeleid.
Deze commissie van experts gaat het kabinet voor 1 juli 2009 adviseren of en
zo ja, hoe het Nederlandse drugsbeleid moet worden aangepast.
De instelling van de Adviescommissie drugsbeleid is onderdeel van de
voorbereidingen die het kabinet treft voor de nieuwe integrale drugsnota.
Het kabinet verwerkt dit advies in de integrale drugsnota, die dit jaar voor
het einde van het zomerreces verschijnt.
De adviescommissie is gevraagd het drugsbeleid niet alleen te wegen in
termen van veiligheid en volksgezondheid, maar met name ook te kijken naar
het sociale en maatschappelijke perspectief (de schoolcarrières van
jongeren, schooluitval, levensloop van mensen). Voorts is gevraagd te
onderzoeken of er reden is de plaatsing van bepaalde drugs op de lijsten I
en II van de Opiumwet te heroverwegen. Ook heeft het kabinet de commissie
verzocht na te gaan of er op het terrein van de verslavingszorg, –preventie
en schadebeperking en de bestrijding van overlast en criminaliteit
verbeteringen aan te brengen zijn en wat de toekomstmogelijkheden zijn voor
het coffeeshopbeleid.
De leden van adviescommissie bestaat uit een zeer hoog wetenschappelijk
gehalte echter zit in deze commissie niemand die op bestuurlijk niveau bij
de bron zit van de problemen inzake uitvoering en handhaving. Dit betekent
dat na het verschijnen van het rapport en het standpunt van de regering er
pas door diegenen die er mee moeten werken op gereageerd kan worden. Op de
werkgroep Openbare Inrichtingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
rust weer een schone taak om de situatie weer binnen de haalbare proporties
van de gemeente te krijgen.
Voorzitter van de commissie is prof. dr. W.B.H.J. van de Donk. Deze is in
het dagelijks leven, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid. Leden van de commissie zijn: Dr. ir. P. Boekhoud,
voorzitter van het College van Bestuur van het Albeda College te Rotterdam,
Prof. dr. W. van den Brink, hoogleraar Verslavingszorg Academisch Medisch
Centrum Universiteit van Amsterdam, Prof. dr. C. Fijnaut, hoogleraar
rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg, mw. mr. S.J.E.
Horstink-von Meyenfeldt, staatsraad i.b.d., mw. prof. dr. D. van de Mheen,
bijzonder hoogleraar Verslavingsonderzoek aan het Erasmus Medisch Centrum
Rotterdam, Prof. dr. H.G.M. Rigter, hoogleraar Sociale aspecten van medische
technologie aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam en mw. drs. A. van
Vliet-Kuiper, burgemeester van Amersfoort.
15-04-2009
Jacht belastingdienst via BIBOB op
coffeeshops gaat onverminderd verder.
De belastingdienst, waaronder de FIOD, is druk bezig om dusdanige controles
te houden in de coffeeshops dat daarbij de zogenaamde achterdeur
problematiek in beeld moet worden gebracht. Dat een coffeeshophouder dit
echter niet kan is tot op heden niet echt doorgedrongen bij de
belastingdienst. Indien een coffeeshophouder ook zaken moet gaan
verantwoorden die de achterdeur betreffen (waar de softdrugs vandaan komen)
zal hij daardoor in conflict komen met justitie inzake het overtreden van de
Opiumwet. En dat zal vervolgens weer leiden tot strafrechtelijke vervolging.
Indien er niet wordt meegewerkt met de belastingdienst zal Justitie in
verband daarmee de burgemeester van de desbetreffende gemeente waar de
coffeeshop is gevestigd een tip geven om een BIBOB advies aan te vragen
(BIBOB=Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur). Dit
Bureau BIBOB van het Ministerie van Justitie zal gegevens opvragen bij de
belastingdienst en bij Justitie en op grond daarvan zal al snel worden
geconcludeerd dat de coffeeshop zich blijkbaar niet wenst te houden aan het
doen van een behoorlijke aangifte bij de belastingdienst en dat er in het
verlengde daarvan tevens een strafrechtelijke procedure tegen de
coffeeshophouder loopt. Genoeg omstandigheden voor het Bureau BIBOB om een
negatief advies af te geven op grond waarvan de gemeente dan moet overwegen
om de coffeeshop te sluiten. Het gebruik van het middel BIBOB is hiervoor
nooit bedoeld geweest. Thans is er sprake van een toepassing die het
definitieve einde zal betekenen van de coffeeshops in Nederland. Alleen de
Tweede Kamer kan hierin verandering brengen. En de regeringsnota inzake het
drugsbeleid komt niet eerder dan eind dit jaar.
16-09-2009
Rechters en advocaten de mist in bij coffeeshops Roosendaal en Bergen op
Zoom.
Het coffeeshop beleid en het administratieve recht blijft een probleem
voor advocaten en zelfs voor rechters die zich alleen met civiel recht bezig
houden. Een schoolvoorbeeld van hoe fout het kan gaan is wel de drooglegging
ten aanzien van de coffeeshops in Roosendaal en Bergen op Zoom.
De advocaten die de coffeeshop vertegenwoordigen zijn naar de civiele
rechter gestapt om de coffeeshops open te houden. Fout dus. De civiele
rechter gaat niet over de coffeeshops. Het is een puur administratief
rechtelijke aangelegenheid en dus is alleen de administratieve rechter
bevoegd. Of de onbevoegde civiele rechter de zaak niet had moeten
doorverwijzen naar de administratieve rechter is een vraag die een
beetje in de lucht blijft hangen. De advocaten worden volgens de letter van
de wet afgestraft met een niet ontvankelijk verklaring door de civiele
rechter. Weg rechtszaak. Maar het is wel een blunder van de eerste orde.
Waarschijnlijk hebben de coffeeshop houders in eerste aanleg als
belanghebbenden de boot al gemist en hebben de advocaten nog wat geprobeerd,
jammer maar helaas.
De rechtbank en in deze de civiele kamer gaat vervolgens in de uitspraak
zelf behoorlijk de mist in. De civiele rechter geeft aan dat de advocaten de
gemeente hadden moeten dagvaarden en niet de burgemeester. Dat is wel een
heel opmerkelijke fout. Burgemeesters in Nederland zijn enkel en alleen
verantwoordelijk voor het coffeeshop beleid in hun gemeente. Zelfs de
gemeenteraad mag zich daar niet direct mee bezig houden. Hooguit indirect
door af- of goedkeurende geluiden te laten horen ten aanzien van het door de
burgemeester gevoerde beleid. De gemeente op zich is een zelfstandig
rechtspersoon maar ook die gaat in algemeenheid niet over het coffeeshop
beleid. Dat doet alleen de burgemeester. En daar zijn toch ondertussen al de
nodige uitspraken over van onze hoogste administratieve rechter de Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een opmerkelijke fout van de
civiele rechter.
3 april 2007 inval in Almelo in hennepkwekerij in
bijzijn van twee leden Tweede Kamer.
Na veel moeite konden politie-ambtenaren een deur forceren om in een pand
aan de Celebesstraat te Almelo binnen te komen. Tijdens de actie was, naast
de leden van de Tweede Kamer, tevens de burgemeester van Almelo aanwezig. Er
werd een situatie aangetroffen waaruit bleek dat er het voornemen bestond om
hennep te gaan kweken. Echter de kweekbakjes waren leeg. En of er op dat
moment al sprake was van illegaal aftappen van electriciteit is onduidelijk.
Geen plantjes is geen overtreding van de Opiumwet. Dit betekent
waarschijnlijk dat de machtiging tot binnentreden dan ook niet bevoegd is
afgegeven.
Het probleem dat zich voordoet heeft alles te maken met het feit dat
artikelen die worden gebruikt voor het kweken van hennep vrij te verkrijgen
zijn. Met name de speciale lampen die daar voor nodig zijn. Het zou beter
zijn om voor de verkoop van dergelijke lampen een registratieplicht op te
nemen in de wet. Bij aankoop dus vermelden aan wie de lampen zijn verkocht,
legitimatie verplicht, en de koper moet aangeven voor welk doel hij de
lampen wil gebruiken. Indien later blijkt dat hij daar onjuiste informatie
over heeft verstrekt moet hem dat dubbel zwaar worden aangerekend.
Het signaal dat Almelo wilde afgeven was duidelijk, maar niet goed getimed.
3 juni 2007 Aanscherpen gedoogbeleid zegen of van de
regen in de drup.
Het nieuwe kabinet heeft voorstellen gedaan om het gedoogbeleid aan te
scherpen. Zo zullen alle coffeeshops die binnen een afstand van 200 meter
van scholen gevestigd zijn moeten sluiten. Het kabinet doet er verstandig
aan het woord "school" goed te definiëren. Tevens zal de afstand van 200
meter goed moeten worden omschreven. Wordt hieronder verstaan daadwerkelijke
loopafstand of "hemels breed". Daarnaast zullen er toch overgangsbepalingen
moeten worden opgenomen. Iets wat jarenlang gedoogd is en op grond waarvan
door de uitbater sprake is van een zekere mate van rechtszekerheid ten
aanzien van zijn exploitatie kan niet zo maar worden ondergraven. Hoe dit
nader wordt uitgewerkt is nog onduidelijk.
Wel is duidelijk dat er veel coffeeshops zullen moeten verdwijnen. Hiermee
wordt de druk opgevoerd bij de overblijvende coffeeshops en is er een
redelijke kans aanwezig dat bij deze overblijvende coffeeshops er op den
duur sprake zal zijn van overlast door grotere aantallen bezoekers die
elders niet meer terecht kunnen. De omwonenden van de overblijvende
coffeeshops zullen de negatieve effecten daarvan ondervinden.
Of het hier achter liggende doel, voorkomen dat school gaande kinderen
ongevraagd geconfronteerd worden met coffeeshop, enig resultaat heeft zal
moeilijk kunnen worden aangetoond. Of er sprake is van naast liggende
effecten en dat is dat de illegale coffeeshops weer een mogelijkheid krijgen
om in deze, krappe, markt te springen zal de tijd leren. Indien dit wel het
geval is dan is het algemene doel van het uit elkaar halen van de
softdrugsmarkt en de harddrugsmarkt mede aan het einde gekomen. En indien
dat het geval is rest er dan nog iets anders dan keihard optreden tegen alle
vormen van drugsgebruik?
15 juni 2007 Burgemeesters krijgen meer bevoegdheden
om drugpanden te sluiten.
Op grond van artikel 174a van de Gemeentewet heeft de burgemeester de
mogelijkheid om bij verstoring van de openbare orde een pand te sluiten. In
eerste instantie is dit artikel opgenomen om sluiting van drugspanden
mogelijk te maken. Later is het ook gebruikt om bewoners van een woning die
ernstig tereur uitoefenden in en nabij hun woning uit die woning te zetten.
Gemeenten hebben nogal moeite met het aantonen dat met drugshandel de
directe openbare orde wordt verstoord.
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet kunnen burgemeesters publiek
toegankelijke percelen (horeca etc.) sluiten bij een eerste geconstateerde
overtreding van de Opiumewet. Hierbij is het niet nodig om een verstoring
van de openbare orde aan te tonen. Het ligt in de bedoeling om artikel 13b
zover open te rekken dat ook woningen kunnen worden gesloten indien blijkt
dat daar de Opiumwet wordt overtreden. Een bewijs van verstoring van de
openbare orde is dan niet meer nodig. Wel wordt hier een directe relatie
gelegd met de Opiumwet en de daarin genoemde wettelijke verboden. Gemeenten
krijgen hiermee een geducht wapen in handen om handhavend op te treden.
30 oktober 2007 Artikel 13b Opiumwet is per 1 november
in werking getreden.
Kon tot nu toe een burgemeester een woning alleen maar sluiten op grond van
aantoonbare ernstige verstoring van de openbare orde in verband met handel
en verkoop van drugs van uit een woning. Per 1 november is de simpele
constatering dat er sprake is van verkoop en handel van uit een woning
al voldoende om de bewoners op straat te zetten en de woning te sluiten.
Duidelijk mag zijn dat één geconstateerde overtreding niet voldoende is.
Burgers kunnen er van uit gaan dat er eerst sprake moet zijn van meerdere
overtredingen waarna een waarschuwing volgt en bij herhaling van de
overtreding betekent het ontruimen en sluiten. Waar de bewoners dan moeten
blijven is een zaak die de gemeenten met de woningstichtingen moeten
overleggen. In het verlengde van het aangepast artikel 13b heeft de regering
aangegeven dat verse paddo's gaan vallen onder lijst 2 van de Opiumwet (waar
de softdrugs staan vermeld). Dit maakt het vervolgens weer mogelijk om niet
alleen paddoshops te sluiten maar ook verkooppunten in woningen met de
zelfde maatregel kunnen worden getroffen. En eind dit jaar zal het parlement
zich uitspreken over het coffeeshopbeleid in het algemeen.
23 november 2007 Het Nederlandse drugsbeleid bijna
failliet.
Uit onderzoek is gebleken dat het aantal softdrugsgebruikers afneemt. Echter
daar staat tegenover dat het aantal harddrug gebruikers toeneemt waarbij er
gesproken wordt over een toename van cocaïne.
Veel jongeren drinken te veel alcohol de Nederlandse regering maakt zich
daar grote zorgen over. Daarnaast is er een grote groep jongeren die
softdrugs gebruiken. Er wordt behoorlijk jacht gemaakt op de gedoogde
coffeeshops resultaat sluiting van vele coffeeshops. De gebruikers weten
echter hun weg wel te vinden. Dit betekent dan in de regel dat de softdrugs
worden verkocht of op straat, of op bestelling of op illegale adressen. Bij
al deze laatste drie leveranciers is er sprake van een verstrengeling van de
wereld van de softdrugs en harddrugs. Deze illegale leveranciers leveren net
zo makkelijk softdrugs als harddrugs. Nu de gebruikers bij mindere gedoogde
coffeeshops terecht kunnen (waar alleen softdrugs zijn te verkrijgen) worden
deze in de handen van de dealers gedwongen en komen ze ongewild ook weer in
aanraking met de harddrugs wereld.
Nu het onderzoek heeft aangetoond dat er weer een toename is van het gebruik
van cocaïne mag de regering zich wel eens beraden over het nog strenger
aanpakken van de gedoogde coffeeshops. Door deze nog strenger aan te pakken
kon er wel eens sprake zijn van een volledige ondergang van het zo geroemde
Nederlandse softdrugsbeleid. En dat betekent dat er dan nog alleen
criminaliteit overblijft. En gaat het in het verlengde hiervan het straks
ook niet zo met het alcohol beleid.
12 april 2008 Verborgen agenda Justitie tegen
softdrugsbeleid.
Het hieronder gestelde inzake het failliet van het Nederlandse drugsbeleid
wordt bevestigd door de feiten en handelingen van de zijde van justitie. Er
wordt volle jacht gemaakt op de toeleveranciers van de achterdeuren van de
coffeeshops. Justitie heeft blijkbaar een optelsom gemaakt van het aantal
gedoogde coffeeshops en de hoeveelheid aan softdrugs die er per dag in dit
land omgaat. Tonnen dus. In de Tweede Kamer werd in het verleden al
gesproken over het volledig hypocriet zijn van dit beleid. Het beleid richt
zich namelijk alleen maar tot de voordeur en steekt de kop in het zand voor
de achterdeur problematiek. Nu heeft justitie een echte jacht geopend op de
leveranciers van de coffeeshops. De coffeeshops komen daardoor in de
problemen. Gevolg is dat er duidelijk weer een crimineel circuit aan het
ontstaan is waarbij er buiten de coffeeshops drugs worden verkocht en de
scheiding tussen handel en verkoop van harddrugs en softdrugs verwijnen.
Deze scheiding die de basis is van het beleid. Drugs worden weer volledig in
strafrechtelijk optreden getrokken in het voorbijgaan aan de
volksgezondheids problemen. Tevens wordt de jacht geopend op de gebruikers
van de softdrugs. Softdrugs brengen rook met zich mee die door de gebruiker
wordt meegevoerd. Harddrugs kennen dat probleem niet. Een cocaine gebruiker
is aan merkelijk moeilijker te pakken dan een softdrugs gebruiker. Waar
drijven wij de softdrugsgebruikers nu naar toe naar de harddrugs markt en
gebruik daarvan. En justitie is al druk doende dit te bewerkstelligen.
GEDOOGBELEID
In Nederland is er sprake van een algemeen aanvaard gedoogbeleid ten aanzien
van softdrugs. Dat er sprake is van een algemene aanvaarding van dit beleid
strookt niet geheel met de realiteit. Indien burgers in hun (onmiddellijke)
omgeving geconfronteerd worden met een gedoogde coffeeshop dan protesteren
deze burgers tegen deze coffeeshop als iets wat onaanvaardbaar is. Daarnaast
zijn er gemeenten in Nederland die zeggen in geheel niet te gedogen en dus
geen coffeeshops hebben. Hoezo alom aanvaard gedoogbeleid. Ook de gemeenten
die niet willen gedogen kunnen hun ogen niet sluiten voor het feit dat er
ook in de eigen gemeente verslaafden aanwezig zijn. Dit brengt dan
automatisch mee dat er ook sprake is van zogenaamde deal adressen.
Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Verslaving wordt
in Nederland al lang gezien als een volksgezondheids probleem. Echter ook
hier wordt, onder druk van het buitenland, nogal omslachtig mee omgegaan.
In het verleden had de gemeente aanmerkelijk minder
mogelijkheden om tegen het gebruik en handel in verdovende middelen op te
treden. Nieuwe wetgeving in de Gemeentewet en in de Opiumwet (artikel 13b)
hebben de mogelijkheden verruimt. Met name de burgemeesters hebben
mogelijkheden gekregen om met deze nieuwe wettelijke bepalingen te
handhaven. Het streven van de wetgever is om de burgemeesters nog meer
bevoegdheden te geven.
Burgers ondervinden door het beleid of ernstige
overlast of hebben alleen maar gevoelens van onveiligheid. Hiertussen zit
alles wat onze huidige maatschappij bezig houdt en dan met name de wel of
niet optredende overheid om de burger wel of niet bij te staan.
Adres: JEEJAR
Terras 36
7609 XR Almelo
Telefoon: 0546-802635
Fax: 0546-802635
Telefoon: 0640920630 (direct info)
mail: info@jeejar.nl